|
|
|
|
|
|
|
|
|
De evaluatie van opleidingsonderdelen vormt een integraal deel van het kwaliteitszorgsysteem van de Universiteit Antwerpen. Elk opleidingsonderdeel wordt ten minste één keer om de vier jaar geëvalueerd d.m.v. een enquête bij de studenten. De evaluatie van opleidingsonderdelen dient twee doelen:
- Verbeteren van het onderwijs. De enquêtes leveren betrouwbare en gerichte informatie die de docenten en onderwijscommissies kunnen gebruiken om hun onderwijs te evalueren en waar nodig bij te sturen.
- Evaluatie van docenten. De valide resultaten van de evaluaties worden, naast andere gegevens van onderwijs en onderzoek in het ZAP-personeelsdossier opgenomen.
Voor deze evaluatie wordt gebruik gemaakt van een gevalideerde vragenlijst. De CIKO staat in voor de praktische organisatie en opvolging van de evaluaties. De afname van de enquête gebeurt bij voorkeur op papier tijdens de contacturen of elektronisch in het semester dat volgt op het einde van het opleidingsonderdeel. De student kan dan zowel de lessen, studiemateriaal, examen en beoordeling evalueren. De resultaten van de enquêtes worden door de decaan van de faculteit aan de betrokken docent bezorgd. Wanneer de studenten een probleem signaleren, kan beslist worden om een docentopvolgingsplan op te stellen en het opleidingsonderdeel in kwestie vaker dan één keer om de vier jaar te evalueren.
De vragenlijst die voor deze evaluatie gebruikt wordt, is het resultaat van een studie uitgevoerd door de CIKO van de faculteit PSW. Zij ontwikkelden een betrouwbare en valide vragenlijst die op grote schaal werd getest. De vragenlijst meet 12 aspecten (of dimensies) van het onderwijs die hieronder met hun operationele definitie zijn weergegeven. Over elke dimensie worden drie (soms vier) gesloten vragen gesteld. Daarnaast bevat de vragenlijst één vraag over de beschikbaarheid van het studiemateriaal, één vraag naar de oorzaken van een eventueel te hoge studiebelasting en twee open vragen naar de positieve en negatieve aspecten van het opleidingsonderdeel. De gesloten vragen zijn geformuleerd als stellingen waarbij de student aangeeft in hoeverre hij daarmee akkoord of niet akkoord gaat.
|
|
|
|
|
|
Bij een programma-evaluatie evalueren studenten het opleidingsprogramma in zijn geheel: bereiken van de opleidingsdoelen (competenties), opbouw en consistentie van het programma, hiaten, logische opeenvolging van en aansluiting tussen opleidingsonderdelen, werk- en evaluatievormen, enz. In overleg met de opleiding worden enquêtes opgesteld gericht naar studenten die hun studie hebben stopgezet, bachelor- en masterstudenten en alumni. Door verschillende groepen te bevragen, trachten we alle facetten en stadia van de opleiding te evalueren: van de instroom in het universitair onderwijs tot de uitstroom op de arbeidsmarkt. De resultaten van de programma-evaluatie worden aan de onderwijscommissie van de opleiding bezorgd en vormen een belangrijke input bij zelfreflectie over de opleiding, opstellen van een zelfevaluatierapport ter voorbereiding van een visitatie en bij de curriculumherziening.
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Volgende evaluaties van opleidingsonderdelen zijn gepland voor het 2de semester van het academiejaar 2012-2013:
- FAR:
Ba 1, Ba 2, Ba 3, Ma 1, Ma 2: alle vakken 1ste semester (4-jaarlijkse evaluatie)
Volgende opleidingsonderdelen worden geëvalueerd in het 1ste semester van het academiejaar 2013-2014:
- FAR:
Ba 1, Ba 2, Ba 3, Ma 1, Ma 2: alle vakken 2de semester (4-jaarlijkse evaluatie)
|
|
|
|
|
zie documenten voor studenten
|
|
|
|
|
|
|
|