Start | Personen | Google | Route | Contact | AfdrukkenLogin 
Faculteit Politieke en Sociale Wetenschappen  
Scoutsleiders haken steeds sneller af

Jef Deyaert onderzocht voor zijn masterscriptie de vrijwilligerstendensen binnen Scouts en Gidsen Vlaanderen. Hij stelde vast de gemiddelde ‘houdbaarheidsdatum’ van een scoutsleider heel wat korter werd de afgelopen jaren. “ De afname in de duur van het engagement van leiding houdt voor de werking en het voortbestaan van lokale groepen een niet te onderschatten risico in”, zegt Deyaert.

Voor zijn onderzoek baseerde Deyaert zich op de nationale ledendatabase van Scouts en Gidsen Vlaanderen (S&GV) en een steekproef van 1076 gestopte vrijwilligers. Hij stelde een aparte dataset op van leid(st)ers die hun carrière startten tussen 2000 en 2011. Voor de tijdsanalyse legde hij de bovengrens op 2007. Enkele opvallende gegevens:

 

-          Uit de resultaten blijkt dat de instroom van zowel mannen als vrouwen stabiel is doorheen de tijd. De gemiddelde mannelijke instroom (72,7%) ligt wel net iets hoger dan de gemiddelde vrouwelijke instroom (70,6%).

 

-          De gemiddelde blijfduurvoor leiding over de jaren heen neemt daarentegen af. Waar leiding in 2000 nog gemiddeld 4,35 jaar actief bleef, was dat in 2007 slechts 3,05 jaar. Dit betekent een procentuele daling van het leidingsengagement met 29,9 procent over een tijdsspanne van zeven jaar.

 

-          Van alle gestarte leiding tussen 2000 en 2011 kwamen overwegend meer mannen (54%) dan vrouwen (46%) in leiding.

 

-          Tussen 2000 en 2007 nam het aantal actieve jaren sneller af voor mannen dan voor vrouwen. Het mannelijke engagement nam af met 1,6 jaar en het vrouwelijk engagement met 1 jaar.

 

Deyaert ging ook na of mannen oververtegenwoordigd zijn binnen leidinggevende posities in de organisatie. Uit zijn onderzoek blijkt dat de overgrote meerderheid van de startende groepsleiding effectief mannen zijn. Over de geanalyseerde periode werd 60,3 procent van de functie groepsleiding door mannen opgenomen. Maar S&GV werkt met drie soorten groepen: groepen met alleen mannelijke of vrouwelijke leden, en gemengde groepen. Wanneer Deyaert die opsplitste, bleek dat we in mannengroepen bijna uitsluitend mannelijke groepsleiding vinden en in vrouwelijke groepen bijna uitsluitend vrouwelijke groepsleiding. Bij de gemengde groepen zien we wel dat er opvallend meer leiders (61,1%) dan leidsters de taak van groepsleiding opnemen.

Te weinig vrije tijd
Uit het onderzoek blijkt dat mannen en vrouwen significant verschillende redenen hebben om hun engagement stop te zetten. Het blijkt dat mannen, eerder dan vrouwen, hun engagement

stopzetten omwille van een gevoel van te oud te zijn. Vrouwen stoppen dan weer sneller omwille van problemen met andere leiding binnen de groep. De factor ‘te weinig vrije tijd’ bleek voor zowel mannen als vrouwen een zeer belangrijke reden om hun engagement stop te zetten. Tenslotte blijkt dat een gebrek aan engagement voor leidsters zwaarder doorweegt dan voor leiders. Als laatste aspect onderzocht Deyaert of het engagement van leiding, actief in een verstedelijkte omgeving, minder duurzaam is dan dat van leiding actief in meer rurale gebieden. Dit bleek niet het geval.

 

Vicieuze cirkel

“Wanneer het aantal ervaren leiders in een jeugdbeweging daalt, wordt het moeilijker om bepaalde tradities, gewoontes en gebruiken van de ene generatie op de andere over te brengen”, zegt Jef Deyaert. “Oudere leiders worden door jongere leiding vaak aanzien als rotsen in de branding. Als deze coryfeeën hun engagement vroeger stopzetten, kunnen scoutsgroepen in moeilijkheden komen. Niet alleen de overdracht van gewoontes komt dan in gevaar, maar ook  de vertrouwensrelatie die er bestaat tussen de leidingsploeg en de ouders van leden.”

 

“De afname in de duur van het engagement van leiding houdt voor de werking en het voortbestaan van lokale groepen een niet te onderschatten risico in”, besluit Deyaert. “De dalende duurtijd gecombineerd met een stabiele instroom betekent ook dat de omvang van de leidingsploegen aan het afnemen is. Dat in combinatie met een licht stijgend ledenaantal betekent dat er per lid minder (ervaren) leiding aanwezig zal zijn. Dit houdt niet alleen een gevaar voor een kwalitatieve en veilige werking in, maar zorgt ook voor extra druk op de schouders van andere leiding, wat op zijn beurt kan bijdragen aan het feit dat ze sneller stoppen, waardoor een vicieuze cirkel zou kunnen ontstaan. Het is voor S&GV dus zeer belangrijk dat deze tendens goed wordt opgevolgd.”

 

 

Meer info?

Jef Deyaert: jef.deyaert@gmail.com
Promotor: prof. dr. Dimitri Mortelmans:
dimitri.mortelmans@ua.ac.be

 


 
Inhoudsverantwoordelijke(n) : geertrui.berghmans koen.pepermans piet.devroede