Sociologie van de ongelijkheid
|
|
|
| Vakcode: | 2BPSW-08 | |
Semester: | 1e semester | |
Studiepunten: | 6 | | Uren theorie: | 24,00 | | Deeltijds programma: | 2 | | Docent(en): | Jan Vranken
| | Academiejaar: | 2005-2006
|
Vakbeschrijving Taal waarin de cursus gedoceerd wordt : Nederlands
| Vereiste competenties (begintermen)
| Vertrouwdheid met het sociologische denken, in staat om de centrale sociologische concepten te hanteren en een goede kennis van de 'oude' en 'nieuwe' sociologische klassieken (Marx, Weber, Bourdieu, Dahrendorf, Goldthorpe, enz.).
| Beoogde competenties (eindtermen)
| 1° Kennis van het sociologische denken inzake vormen van sociale ongelijkheid 2° Kennis van een aantal situaties van ongelijkheid: feiten en mechanismen 2° In staat zijn om situaties van ongelijkheid te identificeren en te analyseren aan de hand van het meegegeven conceptenkader en de theoretische raamwerken.
| Inhoud
| In de inleiding wordt eerst geschetst hoe toestanden van ongelijkheid voorwerp werden van maatschappelijke actie en wetenschappelijk onderzoek. Daarna worden in het kort enkele toestanden van ongelijkheid voorgesteld: de inkomensverdeling, de ongelijke toegang tot het onderwijs, de ongelijkheid ten aanzien van ziekte en dood.
Vervolgens worden de centrale concepten (differentiatie, fragmentering, ongelijkheid, uitsluiting en stratificatie) toegelicht aan de hand van een model dat door de docent werd uitgewerkt.
In een volgend hoofdstuk worden de belangrijkste vormen van georganiseerde ongelijkheid met elkaar vergeleken: standen, kasten en klassen.
Voor de belangrijkste theoretische modellen wordt telkens één hoofdstuk gereserveerd: het functionalisme, Marx en Weber.
Daarna wordt dieper ingegaan op de klassenstructuur van de hedendaagse samenleving. Daarbij komen ook macht en sociale mobiliteit ter sprake: individuele en groepsmobiliteit, structurele mobiliteit, de relatie met ruimtelijke mobiliteit.
Tenslotte wordt de rol van enkele cruciale factoren in het ontstaan van ongelijkheid en stratificatie (arbeidsmarkt, onderwijs, cultuur) uitgediept, aan de hand van empirisch onderzoek.
Doorheen de hele cursus wordt op evenwichtige manier aandacht besteed aan theorie, empirisch materiaal en methologie.
| Werkvormen
| Hoorcolleges | Oefeningensessies | Vaardigheidstrainingen | Seminaries | Excursies | Begeleide zelfstudie | Responsiecolleges | Opdrachten | Casussen | | | |
| Andere: |
|
Evaluatie
| Examen | | | mondeling | schriftelijk | mondeling met schriftelijke voorbereiding | | | open boek | gesloten boek | | | | essayvragen | kort antwoordvragen | Meerkeuzevragen |
Schriftelijk werkstuk | Presentatie | Portfolio | Praktische vaardigheden |
| Andere: |
| Noodzakelijk studiemateriaal
| De cursustekst 'Sociologie van de ongelijkheid en de sociale stratificatie'.
| Aanbevolen studiemateriaal
| Wordt ten laatste tijdens het eerste college meegedeeld.
|
|
|
|
|