| Academiejaar: | 2006-2007 |
| Code opleidingsonderdeel: | 1BREC-06 |
| Semester: | 1e semester |
| Studiepunten: | 6 |
| Uren Studietijd: | 168 |
| Uren theorie: | 60,00 |
| Uren praktijk: | |
| Uren andere: | |
| Deeltijds programma: | 1 |
| Titularis(sen) | Jan Velaers
|
| Taal waarin de cursus wordt gedoceerd: | Nederlands |
| Info semesterexamen: | verplicht semesterexamen in januari |
| Info contractrestrictie: | |
1. Aanvangscompetenties (begintermen)
*Algemene competenties
- Diploma middelbaar onderwijs
- Eindtermen middelbaar onderwijs
- Voldoende algemene kennis van het Nederlands, het Frans, het Engels en het Duits
*Volgtijdelijkheid
2. Eindcompetenties (eindtermen)
De student moet een eerste inzicht verwerven in het wezen van het recht en in de verhouding van het recht tot de moraal.
Hij heeft een gedegen kennis over de bronnen van het objectief recht (wetgeving, rechtspraak, rechtsleer, gewoonte, algemene rechtsbeginselen, billijkheid), zowel op nationaal als op internationaal en Europees vlak. Hij is in staat het recht te evalueren in het licht van de beginselen van behoorlijke regelgeving en van behoorlijke rechtsbedeling. Hij vat de samenhang tussen de verschillende bronnen van het recht en weet ook op welke wijze conflicten ertussen worden beslecht.
Hij beschikt over basiskennis over het subjectief recht (het rechtssubject, de soorten subjectieve rechten, het ontstaan, de uitoefening en het tenietgaan ervan)
Hij heeft een elementaire kennis over de specifieke bronnen en beginselen eigen aan de diverse domeinen van recht. (rechtstakken)
Er wordt van hem/haar een bezorgdheid voor een accuraat juridisch taalgebruik verwacht.
3. Inhoud
Deze cursus beoogt een inzicht te geven in het rechtssysteem. Het recht wordt geacht gericht te zijn op het tot stand brengen van een 'rechtszekere' en 'rechtvaardige'ordening van het samenleven van mensen, door het opleggen van regels, het toepassen en handhaven ervan. In de cursus wordt het benaderd vanuit een dubbele invalshoek: als een systeem van objectief recht en als een geheel van subjectieve rechten en verplichtingen. De verschillende bronnen van het recht - wetgeving, rechtspraak, rechtsleer, gewoonte, billijkheid en algemene rechtsbeginselen - worden onderzocht. De actoren van het rechtssysteem worden in kaart gebracht. De basisbeginselen van de verschillende rechtstakken worden besproken. De student wordt vertrouwd gemaakt met de bouwstenen van het rechtssysteem en maakt aldus ook kennis met de basisbegrippen van de juridische taal.
4. Werkvormen
Contactmomenten: HoorcollegesSeminaries
5. Evaluatievormen
Examen: Mondeling met schriftelijke voorbereiding
6. Noodzakelijk studiemateriaal
J. Velaers, Bronnen en beginselen van het recht, Antwerpen, Universitas, 2006
Algemeen Wetboek (vb. VRG-codex)
7. Facultatief studiemateriaal
De verwijzingen naar rechtsleer en rechtspraak in de cursus kunnen als aanbevelingen voor verdere lectuur beschouwd worden.
8. Studiebegeleiding
Assistente Victoria Verlinden
Er worden drie sessies repetitielessen geörganiseerd, waarbij de studenten vragen kunnen stellen.
Er wordt een (facultatief) proefexamen georganiseerd voor het kerstreces.