Basisconcepten van de economische wetenschap en de sociologie beheersen (zoals bijvoorbeeld na een inleidende cursus in de eerste bachelor PSW)
Een kritische synthese weten te maken van wetenschappelijke bronnen over het specifieke thema van het seminarie (toegespitst op één land, te vergelijken met België)
Een gezamenlijk schriftelijk werkstuk kunnen afwerken dat voldoet aan de vereisten qua vorm en inhoud van een sociaalwetenschappelijke tekst.
Binnen de Europese Unie ziet een reeks nationale (welvaarts)staten zich vandaag geconfronteerd met de vraag naar de beste territoriale omschrijving van sociale herverdeling. Enerzijds heeft de trend naar Europeanisering ervoor gezorgd dat i) nationale wetgeving (o.m. op sociaal vlak) niet strijdig mag zijn met Europese regelgeving, ii) Europa via de open Methode voor Coördinatie minimumdoelstellingen tracht op te leggen qua onderwijs, werkgelegenheid, armoede etc. en iii) op regelmatige tijdstippen het idee wordt geopperd om sociale herverdeling op supranationaal (lees Europees) niveau te organiseren. Anderzijds klinkt in een reeks lidstaten de roep om meer regionale autonomie (Het Verenigd Koninkrijk (Schotland), Spanje (Catalonië), Italië (Noord-Italië) en België (Vlaanderen)) en werden in een aantal ervan recentelijk reeds stappen gezet naar een (verdere) decentralisering van het sociaal beleid (bv. Het Verenigd Koninkrijk en Spanje). Hoger genoemde evoluties leiden ertoe dat het voeren en uitstippelen van een sociaal beleid dóór nationale overheden vóór de hele natie steeds minder een evidentie wordt.
In dit seminarie gaat onze aandacht uit naar de tweede evolutie, nl. het streven naar een (verdere) decentralisering van het (nationaal) sociaal beleid. Dit streven wordt veelal ingegeven door het bestaan van socio-economische verschillen tussen de verschillende regio’s van dezelfde natiestaat waarbij een aantal - vooral meer welvarende - regio’s ervan overtuigd is dat sociaal beleid beter kan georganiseerd worden op sub-nationaal niveau (bv. dat van de Regioni, Länder, Gewesten, Ciudades, etc.). Meer regionale autonomie zou, aldus de voorstanders, de efficiëntie verhogen, zowel qua economische competitiviteit als qua sociale doelmatigheid.
Ook in België gaan er -vooral in Vlaanderen- steeds meer stemmen op om de autonomie van de regio’s te vergroten op het vlak van sociaal beleid. Een zeer belangrijke overweging daarbij vormt het bestaan van zogenaamde sociale transfers, welke het resultaat zijn van grote interregionale verschillen inzake economische performatie, sociaal-demografische samenstelling en uitkeringsafhankelijkheid, etc…. Het is de Belgische case die het uitganspunt zal vormen voor dit seminarie waarin we zullen trachten onze situatie te vergelijken met deze in andere Europese lidstaten.