Systeemontwerp
|
|
|
| Academiejaar: | 2006-2007 | | Code opleidingsonderdeel: | FTEBAIB210 | | Semester: | 1e semester | | Studiepunten: | 6 | | Uren Studietijd: | 168 | | Uren theorie: | 30,00 | | Uren praktijk: | 30,00 | | Uren andere: | | | Deeltijds programma: | | | Titularis(sen) | Geert Thiers Jan Verelst
| | Taal waarin de cursus wordt gedoceerd: | Nederlands | | Info semesterexamen: | | | Info contractrestrictie: | |
1. Aanvangscompetenties (begintermen) *Algemene competenties Informatiesystemen (zie BA1)
*Volgtijdelijkheid FTEBABK110 Informatiesystemen
2. Eindcompetenties (eindtermen) Doel is de student aan te leren wat een kwalitatief hoogstaand ontwerp
van een informatiesysteem is. Daartoe worden zowel de gestructureerde
als object-georiënteerde methoden aangeleerd. De studenten leren de
vaardigheid aan om deze methoden toe te passen in de context van kleine
informatiesystemen.
3. Inhoud De ontwikkeling van informatiesystemen kan worden onderverdeeld in drie
fasen: analyse, ontwerp en implementatie. In de analysefase wordt
bepaald welke functionaliteit een informatiesysteem moet bezitten. In
de ontwerpfase wordt bepaald hoe het informatiesysteem gestructureerd
moet worden om deze functionaliteit te realiseren. Tenslotte wordt in
het ontwerp in de implementatiefase omgezet in een werkend programma,
geschreven in een bepaalde programmeertaal.
In de inleiding
worden hogergenoemde begrippen analyse, ontwerp en implementatie
gesitueerd en geillustreerd door een gevalstudie, die als rode draad
doorheen de ganse cursus loopt.
In een eerste deel worden de
basisstructuren van moderne programmeertalen aangeleerd: selectie,
sequentie en iteratie. Verder worden variabelen, datastructuren en
procedures behandeld. Deze basisstructuren worden geïllustreerd
d.m.v. structuurtekst d.w.z. een beschrijving van het programmaontwerp
in semi-natuurlijke taal.
In een tweede deel wordt aangeleerd welke kwaliteiten een goed
ontwerp van
een informatiesysteem moet bezitten. Dan worden de eigenschappen
koppeling en cohesie toegelicht, alsook de invloed die deze begrippen
hebben op de kwaliteit van ontwerpen. De vertalingen van de
ontwerpen naar Pascal worden ter illustratie getoond. De klemtoon ligt
echter niet op de implementatie, wel op het hoger beschreven ontwerp.
In
het derde deel wordt object-georiënteerd (OO) ontwerp behandeld.
Vervolgens worden de basisconcepten van OO uitgelegd: o.m. objecten,
klassen, overerving, polymorfisme en associaties. We bespreken hoe OO
ontwerp kan leiden tot een kwalitatief hoogstaande vorm van
modularisatie gebaseerd op klassen en objecten. Tenslotte bespreken we
enkele ontwerppatronen. Als notatie gebruiken we de Unified Modeling
Language (UML).
Zowel de toepassing van gestructureerde- als OO-methoden wordt aangeleerd met oefeningen.
4. Werkvormen Contactmomenten: HoorcollegesOefeningensessies
5. Evaluatievormen Examen: Mondeling met schriftelijke voorbereidingGesloten boek
6. Noodzakelijk studiemateriaal Verelst J., Ven K., Systeemontwerp, Universitas, Antwerpen. Via de website wordt bijkomende informatie verschaft, o.m. na elke les de modeloplossingen van de behandelde oefeningen.
7. Facultatief studiemateriaal Zie website
8. Studiebegeleiding
laatste aanpassing: laatste aanpassing: 30/03/2007 15:52 ann.aerts
|
|
|