Bestuurskunde
|
|
|
| Academiejaar: | 2007-2008 | | Code opleidingsonderdeel: | 2BPSW-11 | | Semester: | 1e semester | | Studiepunten: | 6 | | Uren Studietijd: | 168 | | Uren theorie: | 45,00 | | Uren praktijk: | | | Uren andere: | | | Deeltijds programma: | 1 | | Titularis(sen) | Wouter Van Dooren
| | Taal waarin de cursus wordt gedoceerd: | Nederlands | | Info semesterexamen: | semesterexamen in juni | | Info contractrestrictie: | |
1. Aanvangscompetenties (begintermen) *Algemene competenties
*Volgtijdelijkheid
2. Eindcompetenties (eindtermen)
De cursus legt de nadruk op enerzijds de opbouw van basiskennis ('kennen') over het zowel het bestuur als de bestuurswetenschappen en anderzijds de actieve verwerking en toepassing van deze interpretatiekaders ('kunnen').
a) Kennis van het bestuur. Ten eerste is het de bedoeling dat u de basisinstellingen en kenmerken van de Belgische overheden kent. Het is vooral van belang dat u instellingen kan plaatsen en hun rol kan uitleggen. Kennis van de overheid houdt ook in dat u evoluties en trends in het openbaar bestuur kan duiden.
b) Kennis van de bestuurswetenschappen. De cursus behandelt de belangrijkste auteurs in de discipline. U moet deze theorieën kennen. Hier is het vooral van belang dat u de theorieën in eigen woorden kan uitleggen en de kernelementen uit de theorie kan distilleren.
c) Bestuurlijke maatschappelijke debatten kunnen plaatsen. De kennis van het bestuur moet u kunnen toepassen. Dit houdt in dat u actuele bestuurlijke debatten kan kaderen in evoluties en trends die het hier en nu overstijgen.
d) Bestuurswetenschappelijke theorieën kunnen toepassen. Tot slot is het van belang dat u de theorieën kan toepassen op verschillende cases. Hierbij zou u ook in staat moeten zijn om theorieën met elkaar te confronteren en een eigen kritische inschatting te maken van de theorie met de beste verklaringskracht.
3. Inhoud In dit vak bestuderen we hoe het overheidsapparaat georganiseerd is, welke rol het vervult in de maatschappij en hoe politici samen met het overheidsapparaat in de brede zin sturing geven aan de maatschappij. Er zijn drie grote delen in de cursus.
- Het eerste deel is een verkenning van wat bestuur en bestuurskunde precies is. Hier komen ondermeer de normatieve component van de bestuurskunde (wat is goed bestuur) en het onderscheid tussen publieke en private organisaties aan bod.
- Het tweede deel is chronologisch geordend. Eerst bespreken we de evolutie van de overheid en vervolgens de evolutie van de bestuurskunde.
- Het derde deel behandelt een aantal belangrijke thema's in de bestuurskunde; bureaucratische politiek, politiek ambtelijke verhoudingen, beleidsuitvoering, institutionele fragmentatie en beleidsnetwerken, binnenlands bestuur (gemeenten en provincies) en het overheidsmanagement.
De bestuurswetenschappelijke theorieën zijn geïntegreerd in de chronologische en thematische hoofdstukken.
4. Werkvormen Contactmomenten: Hoorcolleges
5. Evaluatievormen Examen: Schriftelijk zonder mondelinge toelichting
6. Noodzakelijk studiemateriaal Cursustekst: De Rynck, F. (2006) Inleiding bestuurskunde. Universitas (C11321135)
7. Facultatief studiemateriaal
8. Studiebegeleiding
laatste aanpassing: laatste aanpassing: 31/10/2007 09:56 wouter.vandooren
|
|
|