Er wordt gestart met een beknopte historische terugblik, die ook toelaat de aandacht te richten op de grondslagen van media- en communicatierecht; deze worden geïllustreerd aan de hand van de grondwettelijke en de verdragsrechtelijke basisbeginselen. Deze worden tot leven gebracht aan de hand van de rechtspraak, voornamelijk deze van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens.
Vervolgens wordt het statuut van diverse media onderzocht, met de nadruk op dit van de audiovisuele media.
De aandacht wordt gevestigd op de mediarechtelijk meest relevante beginselen van het auteursrecht, en op bijzondere rechts- en deontologische regels voor de journalistiek.
De wetgeving die inhoudelijke beperkingen aangeeft wordt in kaart gebracht, met nadruk op de leerstukken in verband met de bescherming van het privé-leven en het racisme.
Tenslotte worden de rechtsmiddelen bestudeerd, met name het recht van antwoord, de burgerlijke rechtsvordering en strafprocedures als middel van rechtshandhaving.