| Academiejaar: | 2008-2009 |
| Code opleidingsonderdeel: | 3BSOC-040 |
| Semester: | 2e semester |
| Studiepunten: | 6 |
| Uren Studietijd: | 168 |
| Uren theorie: | 45,00 |
| Uren praktijk: | |
| Uren andere: | |
| Deeltijds programma: | 1 |
| Titularis(sen) | Koen Peeters-Grietens
|
| Taal waarin de cursus wordt gedoceerd: | Nederlands |
| Info semesterexamen: | examen in het 2de semester |
| Info contractrestrictie: | |
1. Aanvangscompetenties (begintermen)
*Algemene competenties
-
grondige kennis van en algemene sociologische begrippen en theorieën
-
enige vertrouwdheid met klassieke sociologie en met de meeste courante sociologische paradigma’s
*Volgtijdelijkheid
2. Eindcompetenties (eindtermen)
-
kennis van actuele cultuursociologische vraagstukken en theorieën over een speifiek deeldomein binnen de cultuursociologie
-
(post-)moderniseringsprocessen cultuursociologisch kunnen thematiseren en analyseren
-
de verworven theoretische kennis en inzichten kunnen in een werkstuk toepassen op een concreet cultuursociologisch thema
3. Inhoud
Het opzet van dit opleidingsonderdeel is een overzicht te bieden van de belangrijkste vragen, debatten, empirische bevindingen en theorieën binnen een deeldomein van de cultuursociologie. De thema’s zijn derhalve van jaar tot jaar wisselend. Voorbeelden van thema’s: constructie van zelfidentiteit, (de-)ritualisering en (in-)formalisering, (de-)rationalisering, consumptiecultuur, onttoverings- en herbetoveringsprocessen, actuele waardenverschuivingen, vertechnisering van het handelen, neotribalisme, cyberculturen, feest en spel in de spektakelmaatschappij. De thema’s worden telkens opgevat als een specificatie van de moderniteits-postmoderniteitsproblematiek, dat als overkoepelend thema fungeert.
4. Werkvormen
Contactmomenten: HoorcollegesSeminaries
Eigen werk: Scriptie: Individueel
5. Evaluatievormen
Examen: Mondeling met schriftelijke voorbereidingGesloten boek
Permanente evaluatie: Opdrachten
Schriftelijk werkstuk: zonder mondelinge toelichting
6. Noodzakelijk studiemateriaal
Reader door de docent ter beschikking gesteld.
7. Facultatief studiemateriaal
8. Studiebegeleiding