|
Auteur: Alexandra De Laet, Alumni tijdschrift jaargang 6, nummer 3, oktober 2010
“
JONGEREN MOETEN HUN NEK UITSTEKEN
”
23 zijn ze, en net afgestudeerd. Toch zijn ze politiek geëngageerd. Seppe De Blust is het jongste Antwerpse gemeenteraadslid en combineert dat met een job aan onze universiteit. Kristof Calvo is in de Kamer wellicht het jongste parlementslid ooit. Twee twintigers over politiek.
Kristof Calvo woont sinds kort in Mechelen en is al zeven jaar lid van Groen!. Hij zette zijn eerste politieke stappen in Willebroek en was de voorbije drie jaar Jong Groen!-voorzitter. Bij de federale verkiezingen sleepte hij een kamerzitje in de wacht.
Seppe De Blust heeft sinds enkele jaren een partijkaart van de sp.a op zak, maar is al veel langer geïnteresseerd in politiek en geëngageerd in leerlingenraad en scholierenparlement. Hij kwam in 2007 als 19-jarige in de Antwerpse gemeenteraad terecht.
Hoe kregen jullie de politieke microbe te pakken?
Kristof Calvo:
Politiek is voor mij nooit een doel op zich geweest. Het is een instrument om je visie in de praktijk te brengen, om de samenleving groener en socialer te maken. Maar ik ben natuurlijk wel heel blij dat ik met politiek bezig kan zijn. Het is ook een relatief efficiënt engagement. Ik weiger al te cynisch te zijn. Als parlementslid verander je niet op een-twee-drie de wereld, maar je hebt toch een instrument in handen om die ‘tanker’ de goede richting uit te duwen. Door hard te werken kan je dingen in beweging zetten.
Seppe De Blust:
Voor mij is het vooral belangrijk dat ik met de stedelijke problematiek bezig kan zijn. Dat is belangrijker dan hoe ik dat doe. In een wetenschappelijke omgeving of in de politiek. Of in beide zoals nu: in de Antwerpse gemeenteraad en bij de Onderzoeksgroep Armoede, Sociale uitsluiting en de Stad (OASeS) aan de Universiteit Antwerpen.
Jullie hebben niet de ambitie om veertig jaar politicus te zijn?
De Blust:
Dat zal moeilijk zijn.
Calvo:
En uitzonderlijk, gezien het grote verloop in de politiek vandaag. Zelfs als je je job goed doet, betekent dat niet dat je opnieuw verkozen wordt.
De Blust:
Ik weet ook niet of iemand wel 40 jaar in de politiek moet zitten. Ik denk niet dat dat altijd een meerwaarde is. Ik weet zelfs niet of ik het zou willen. De lokale verkiezingen van 2012 zullen uitwijzen welke richting mijn politieke carrière uitgaat.
Jullie zien een belangrijke rol voor jonge politici, maar ook voor oudere.
De Blust:
Je hebt altijd een combinatie van beide nodig. Ik heb heel veel geleerd van ervaren ‘rotten’. Het hangt van jezelf af of je kan ‘wegen’ in de politiek. In het begin heb je als jongere natuurlijk niet de geloofwaardigheid van iemand met jaren ervaring. Je moet zorgen dat je heel sterk in je schoenen staat. Daar moet je voor werken. Dat is overal zo, niet alleen in de politiek.
Calvo:
Het is een uitdaging die mij wacht. Mijn leeftijd heeft me een leuke, zichtbare start opgeleverd. Nu wil ik zo snel mogelijk niet alleen de jongste zijn, maar ook aan politiek terrein winnen.
Is de opleiding Politieke en Sociale Wetenschappen de ideale springplank?
Calvo:
Die faculteit heeft zeker niet het monopolie op maatschappelijk of politiek engagement. In andere richtingen nemen studenten evenzeer een engagement op.
De Blust:
Politieke en sociale wetenschappen vormen maar één deel van de wetenschappelijke wereld, net zoals het een deel is van de politiek. Er zijn verschillende beleidsdomeinen, waarvan er vele niet aan bod komen in de opleidingen van Politieke en Sociale Wetenschappen.
Calvo:
Het is wel een goede, algemeen vormende opleiding die je een kijk op de samenleving geeft.
Hoe reageerden mensen op jullie
kandidatuur?
Calvo:
Het is belangrijk dat jongeren hun nek uitsteken, vanuit een realistisch engagement.
De Blust:
Mensen zijn daar ook blij om.
Calvo:
Vooral oudere dames zeiden me dat. Veel senioren maken zich zorgen over de toekomst van hun kinderen en kleinkinderen en vinden het belangrijk dat generatiegenoten van die (klein)kinderen kandidaat zijn.
De Blust:
Ik hoor ook van leeftijdsgenoten dat ze het wel knap vinden. Veel jongeren juichen het toe, maar tegelijk zeggen ze dat ze het niet snappen of nooit zelf zouden doen. Daarbij is het niet het politieke engagement dat afstoot, maar de politieke wereld.
Zijn verkiezingen voor jullie een noodzakelijk kwaad?
De Blust:
Misschien wel. Ik vind het niet zo leuk om mezelf te moeten verkopen. Je moet in een beperkte periode duidelijk maken wat je hebt gedaan omdat je de steun nodig hebt van veel mensen. Dat is een goede oefening en het is noodzakelijk. Maar of het leuk is …?
Calvo:
Persoonlijk hou ik wel van verkiezingen. Het is toch een hoogtepunt van politieke interesse en betrokkenheid. Bij ons in de voetbalkantine wordt er niet vaak over politiek gepraat, maar op dat moment wel. De kiezer is vandaag mijn werkgever, dus ik zal er zorg voor dragen. Als mandataris ben je de ambassadeur van de politiek en moet je politiek en democratie mee geloofwaardigheid geven. Dat moeten we meer doen dan vandaag het geval is. Als politici minder spelletjes spelen, zal de politieke betrokkenheid groeien.
De Blust:
Daarin heeft elke politicus zijn rol te spelen. We moeten duidelijk maken dat politiek belangrijk is.
Hebben jullie leeftijdsgenoten daar oren naar?
Calvo:
De verleiding om de politiek de rug toe te keren is groot, vooral bij jongeren. Maar we kunnen het ons niet veroorloven de politiek links te laten liggen.
De Blust:
Ik zie veel apathie, wat ik wel begrijp. Er is vandaag een grote kloof tussen de leefwereld van de jongeren en de natiepolitiek.
Calvo:
Dat is niet onze fout. Wij waren er niet bij. Nu kan ik dat nog zeggen, maar binnen vijf jaar natuurlijk niet meer. Dan is het zaak te kunnen zeggen dat ik het op een andere manier heb aangepakt. De oudere rotten hebben er niet echt een succes van gemaakt. Ik ben verontwaardigd dat een aantal vraagstukken op de lange baan zijn geschoven en de toekomst gehypothekeerd wordt. Denk maar aan economie, ecologie, vergrijzing... Bedankt voor de factuur!
De Blust:
(lacht)
Bedankt voor de uitdaging!
|