Start | Personen | Google | Route | Contact | AfdrukkenLogin 
Faculteit Politieke en Sociale Wetenschappen  

psw logo tijdschrift.BMP SOCIALE NETWERKSITES HEBBEN GEEN GEHEIMEN VOOR PROFESSOR MICHEL WALRAVE

"Zeg online nooit wat je offline verzwijgt"

Artikel: Peter De Meyer

Twittert u ook? Heeft een bedrijf uw profiel al ontdekt op LinkedIn? Socialenetwerksites zijn alomtegenwoordig, maar ze zijn niet zonder gevaren. Niet voor niets staat de term facebookfired sinds kort in het Engelse woordenboek

michel 1.BMP michel 2.BMP

In de jaren negentig schoten de chat- en datingsites als paddenstoelen uit de grond. De gebruikers, veilig verscholen achter hun nickname, leerden op die manier nieuwe mensen kennen. “Die sites zijn de voorlopers van de huidige socialenetwerksites”, stelt prof. Michel Walrave, verbonden aan het departement Communicatiewetenschappen. “Al midden jaren negentig ontwikkelden zich de eerste socialenetwerksites, zoals Sixdegrees. In 2003 ontstond LinkedIn, een jaar later Facebook. Dat begon als een gesloten netwerk voor Harvard-studenten. In 2006 werd de community volledig opengesteld.”

Vandaag zijn de netwerksites niet meer weg te denken.
Netlog, gelanceerd door een Vlaamse firma, is de populairste site bij jongeren. Hij telt zestig miljoen leden en is beschikbaar in 38 talen. Elke site heeft een eigen profiel: Netlog en zijn Nederlandse concurrent Hyves mikken op de opgroeiende jeugd, Facebook is vooral populair bij (jong)volwassenen en gericht op de vrije tijd, en LinkedIn profileert zich als een zakelijk netwerk waar je jezelf kan promoten. Aanvankelijk waren het online discussieruimtes. Maar waar vroeger thema’s centraal stonden, zijn de sites meer egocentrische ruimtes geworden: het individu staat centraal. De gebruikers doen via de sites vaak aan impressiemanagement. Door informatie vrij te geven, foto’s en filmpjes te posten proberen ze te
controleren hoe ze overkomen op de andere gebruikers van het netwerk.
 

U onderzoekt de risico’s van de netwerksites. Even een leuke foto van jezelf in beschonken toestand op je profiel plaatsen is dus niet zonder gevaar?
Veel mensen staan er niet bij stil wie die foto te zien kan krijgen. Zo raak je heel snel de controle kwijt over wat je post op het internet. Vaak is het voldoende dat andere gebruikers één raakpunt met jou hebben, bijvoorbeeld je oude school, om zo mee te kunnen kijken. Nochtans heb je wel vat op wie mag meekijken, maar het probleem is dat je er telkens aan moet denken. De privacy-instellingen van de sites maken het mogelijk heel ver te gaan in het afschermen
van je informatie, maar je moet er uitgebreid de tijd voor nemen en elke keer weer de consequenties nagaan van bepaalde keuzes.

michel 4.BMP

Moeten de beheerders van de sites niet zelf hun verantwoordelijkheid nemen?
De sites staan steeds meer onder druk. Onder meer op Facebook werden er groepen opgericht rond de bescherming van de privacy. Er werd veel kritiek gegeven, maar gebruikers gaven elkaar ook tips op de netwerksites zelf, en op speciaal opgerichte websites.

En de beheerder gaf er gehoor aan?
Inderdaad. Het leidde tot bepaalde veranderingen, maar nog onvoldoende. Maar een socialenetwerksite is natuurlijk geen goed doel. De beheerders moeten leven van de advertenties op hun site. Hoe meer informatie ter
beschikking staat van de adverteerders, hoe gerichter zij reclame kunnen maken en aanbieden. En daar betalen ze natuurlijk voor.
De sitebeheerders hinken dus voortdurend op twee gedachten. Ze willen zo veel mogelijk advertenties binnenhalen, maar ze mogen ook het vertrouwen van de gebruikers niet schaden. Ik verwacht in de toekomst meer sensibiliseringsacties van de beheerders over de bescherming van de privacy.

Een mens valt omver van wat Facebookgebruikers soms te grabbel gooien op hun profiel. Kunt u hen advies geven voor een veilig postgedrag?
Op internet is er geen direct face-to-facecontact als je iets communiceert. Daardoor vallen voor veel mensen de remmingen weg. Eén gouden raad: wat je in de offline wereld niet zou vertellen, moet je op internet ook niet doen. Bovendien blijf je je het best bewust van de doelgroep waarvoor je iets post én voor het potentiële publiek. Neem ten slotte de tijd om de privacy settings en de privacy policy na te gaan en om zelf de toegankelijkheid van persoonlijke informatie te bepalen.

De sites worden almaar populairder, maar hebben Facebook en consorten ook een echt belang?
Dat hebben ze zeker. Werkgevers pluizen de profielen op LinkedIn uit. Via die site kan je zakenrelaties aanknopen, ook internationaal. Heel vaak vloeit er uit activiteiten op LinkedIn ook een ‘echte’ conferentie of een ander event voort. Facebook en Netlog worden vooral gebruikt om contact te blijven houden na de werk- en schooluren, en minder om nieuwe mensen te leren kennen. Maar toch hebben ze belang: jongeren gebruiken de sites als een experimenteerruimte. Ze uiten een mening, wachten feedback af en leren omgaan met kritiek. Opgroeiende jongeren die met vragen worstelen, zoeken naar antwoorden in online discussieruimtes. Daarom gaan ook hulporganisaties online.

De onvermijdelijke vraag: bent u er zelf ook op actief?
Ik zit op Facebook, maar niet erg actief. LinkedIn vind ik interessanter. Het is een fantastisch hulpmiddel om contacten te onderhouden met collega-onderzoekers, over de hele wereld. Via het netwerk konden we onderzoekers en groepen bereiken om informatie te verspreiden over een conferentie over jongeren en ICT die we samen met UCSIA eind mei organiseren. Ongelofelijk hoeveel vragen om informatie ik via LinkedIn kreeg! 

 


michel 3.BMP
 
Inhoudsverantwoordelijke(n) : geertrui.berghmans koen.pepermans piet.devroede