| Academiejaar: | 2009-2010 |
| Code opleidingsonderdeel: | 1MIPO_361 |
| Semester: | 2e semester |
| Studiepunten: | 6 |
| Uren Studietijd: | 168 |
| Uren theorie: | 30,00 |
| Uren praktijk: | 15,00 |
| Uren andere: | |
| Deeltijds programma: | 1/2 |
| Titularis(sen) | Jan Beyers Caelesta Poppelaars
|
| Taal waarin de cursus wordt gedoceerd: | Engels |
| Info semesterexamen: | examen in het 2de semester |
| Info contractrestrictie: | |
1. Aanvangscompetenties (begintermen)
*Algemene competenties
Een algemene belangstelling voor politieke organisaties zoals vakbonden, politieke partijen, lobbygroepen of niet-gouvernementele organisaties.
*Volgtijdelijkheid
2. Eindcompetenties (eindtermen)
De studenten zijn in staat om wetenschappelijke teksten met elkaar in verband te brengen, de structuur van hun argumentatie te ontleden, de gepastheid van de bewijsvoering te beoordelen, en alternatieve verklaringen voor een bepaalde onderzoeksvraag te formuleren.
3. Inhoud
Het doel van dit seminar is een diepgaand inzicht te verwerven in het hedendaags politiek-wetenschappelijke onderzoek inzake belangengroepen en hun rol in liberale democratieën. Meer in het bijzonder staan we stil bij de volgende vraagstukken. Ten eerste, waarom zijn sommige belangen (landbouwers, technologiebedrijven) gemakkelijker te organiseren dan anderen (consumenten, werklozen)? Ten tweede, waarom zijn bepaalde belangengroepen meer succesvol in het realiseren van hun doelstellingen? Is dit een zaak van strategieën, hulpbronnen, ervaring of netwerken? Het derde thema betreft relatie tussen belangengroepen en hun politieke context. We kijken hoe de organisatie van belangengroep verschilt van land tot land alsook de aard van de netwerken tussen belangengroepen en andere cruciale actoren zoals politieke partijen en bureaucratieën. Het laatste deel gaat in op hoe globalisering en Europeanisering bestaande nationale systemen van belangenvertegenwoordiging onder druk zet. Meer bepaald wordt gekeken naar de gevolgen van deze processen voor de verhouding tussen sociale partners (m.n. vakbonden en werkgevers).
4. Werkvormen
Contactmomenten: Seminaries
Eigen werk: OefeningenOpdrachten:IndividueelOpdrachten:In groepCasussen: IndividueelCasussen: In groep
Begeleide zelfstudie (eventueel met responsiecolleges)
5. Evaluatievormen
Permanente evaluatie: OefeningenOpdrachtenCasussenMedewerking tijdens de contactmomenten
Schriftelijk werkstuk: zonder mondelinge toelichting
Presentatie
6. Noodzakelijk studiemateriaal
Een reader wordt twee weken ter beschikking gesteld.
7. Facultatief studiemateriaal
Nihil.
8. Studiebegeleiding
Individuele begeleiding bij het ontwerpen en schrijven van een paper.
Spreekuur: op afspraak.