| Academiejaar: | 2010-2011 |
| Code opleidingsonderdeel: | 1MCW_020 |
| Semester: | 1e semester |
| Studiepunten: | 6 |
| Uren Studietijd: | 168 |
| Uren theorie: | 30,00 |
| Uren praktijk: | 15,00 |
| Uren andere: | |
| Deeltijds programma: | 1 |
| Titularis(sen) | Alexander Dhoest
|
| Taal waarin de cursus wordt gedoceerd: | Nederlands |
| Info semesterexamen: | examen in het 1ste semester |
| Info contractrestrictie: | |
1. Aanvangscompetenties (begintermen)
*Algemene competenties
De student heeft een brede sociaalwetenschappelijke methodologische voorkennis, op het vlak van zowel kwantitatieve als kwalitatieve methoden.
*Volgtijdelijkheid
2. Eindcompetenties (eindtermen)
Dit opleidingsonderdeel wil niet zozeer concrete methoden 'aanleren' of inoefenen, maar wel aanzetten tot methodologische reflectie. De bedoeling is dat u aan het eind van de cursus begrijpt wat specifieke methoden inhouden, m.a.w. hoe zij de werkelijkheid bekijken en welke aspecten zij daarbij al dan niet in rekening brengen.
- U kent de epistemologische veronderstellingen van verschillende methoden, hun sterktes en zwaktes en mogelijke toepassingen.
- U bent vertrouwd met alle stappen in de opzet en uitvoering van communicatiewetenschappelijk onderzoek: vraagstelling, onderzoeksopzet (steekproeftrekking, vragenlijsten, ...), analyse en rapportering.
- U kent ook de principes, criteria en problemen die in verschillende methoden terugkeren (geldigheid, betrouwbaarheid, steekproeftrekking, generalisatie, relevantie, ...) en kunt de methoden op deze domeinen met elkaar vergelijken.
- U kunt gefundeerde kritiek geven op de methodologische opzet van bestaand onderzoek.
- U kunt, op basis van een vraagstelling, beargumenteerd een onderzoeksopzet formuleren.
Indirect moet dit alles bijdragen tot het schrijven een methodologisch goed onderbouwde masterproef.
3. Inhoud
Deze cursus gaat dieper in op een aantal vaakgebruikte methoden en onderzoekstechnieken in de communicatiewetenschap, zoals de survey, de inhoudsanalyse (kwantitatief en kwalitatief), diepte-interviews, focusgroepen etc.
In een aantal inleidende colleges worden eerst de basisprincipes, -stappen en -varianten van communicatiewetenschappelijk onderzoek voorgesteld. De elementen die daarin aan bod komen worden verder uitgewerkt binnen een thematisch opgebouwde lessenreeks, waarbij kwantitatieve en kwalitatieve methoden elkaar afwisselen.
In het eerste deel van elk college wordt een specifieke methode voorgesteld in theorie. Vragen die hierbij aan bod komen zijn: wat zijn de uitgangspunten van deze methode? Welke vragen kan zij beantwoorden? Hoe gaat het concreet in zijn werk? Wat zijn de pro's en contra's, sterktes en beperkingen van deze methode, vergeleken met andere methoden?
In het tweede deel wordt dit alles concreet toegepast op één of meerdere voorbeeldstudies, hetzij via de lectuur en analyse van een artikel, hetzij via een gastlezing door een onderzoeker. Vragen die daarbij aan bod komen zijn: wat is onderzoeksvraag? Hoe werd het onderzoek praktisch aangepakt? Welke informatie ontbreekt over de aanpak? Wat zijn sterktes en zwaktes van de aanpak? Hoe kon dit anders, met welke voor- en nadelen?
4. Werkvormen
Contactmomenten: Hoorcolleges
Eigen werk: Opdrachten:IndividueelOpdrachten:In groep
5. Evaluatievormen
Examen: Schriftelijk zonder mondelinge toelichtingGesloten boek
Permanente evaluatie: Opdrachten
6. Noodzakelijk studiemateriaal
Een reader met leesteksten is beschikbaar bij Universitas.
Powerpoint-presentaties, bijkomende teksten en opdrachten worden beschikbaar gesteld op blackboard.
7. Facultatief studiemateriaal
De theoretische uiteenzettingen zijn gebaseerd op F. Wester, K. Renckstorf & P. Scheepers (red.) (2006) Onderzoekstypen in de communicatiewetenschap. Alphen aan de Rijn: Kluwer. Dit is een handig naslagwerk, met verwijzingen naar verdere literatuur, die o.m. nuttig kunnen zijn voor het opzetten van de masterproef. Binnen de powerpoint-presentatie wordt desgevallend verder verwezen naar concrete geraadpleegde literatuur.
In het bijzonder wordt Alan Bryman's Social Research Methods aangeraden als bron voor bijkomende informatie.
8. Studiebegeleiding
Na elk college is er mogelijkheid tot het stellen van vragen.
Tijdens het voorlaatste college wordt via een groepsopdracht de toepassingsvraag op het examen ingeoefend.