| Academiejaar: | 2010-2011 |
| Code opleidingsonderdeel: | 3BSOC-051 |
| Semester: | 1e semester |
| Studiepunten: | 6 |
| Uren Studietijd: | 168 |
| Uren theorie: | 45,00 |
| Uren praktijk: | |
| Uren andere: | |
| Deeltijds programma: | 1 |
| Titularis(sen) | Ria Janvier
|
| Taal waarin de cursus wordt gedoceerd: | Nederlands |
| Info semesterexamen: | examen in het 1ste semester |
| Info contractrestrictie: | |
1. Aanvangscompetenties (begintermen)
*Algemene competenties
Van u wordt een minimale kennis van het recht verwacht, naast een basisinzicht in de uitdagingen waarmee onze samenleving - vooral dan op het vlak van het sociaal beleid - zich geconfronteerd weet. Wie geslaagd is voor de opleidingsonderdelen uit het eerste Bachelorprogramma die het verwerven van deze competenties beogen, beschikt over de noodzakelijke aanvangscompetenties om aan het opleidingsonderdeel socialezekerheidsrecht te beginnen. Een kritische ingesteldheid en een gezonde interesse in de dagelijkse actualiteit strekken verder tot aanbeveling.
*Volgtijdelijkheid
2. Eindcompetenties (eindtermen)
Aan het einde van deze colleges en het (interactief) verwerken van de aangeboden leerstof beschikt u over een vrij grondige kennis van de regels uit het Belgische socialezekerheidsrecht. U hebt tegelijk inzicht verworven in de zogenaamde ratio legis, de door de wetgever beoogde doelstellingen, die we in de loop van het traject kritisch onder de loep nemen. U kunt deze rechtsregels - al dan niet met behulp van ondersteunend bronnenmateriaal in de vorm van de Codex Sociale Zekerheid (cf. infra, evaluatievormen) - toepassen in concrete casussen. Tot slot bent u in staat om de gelijkenissen en verschillen tussen de onderscheiden socialezekerheidssectoren, gegeven ook de particulariteiten per beroepsgroep, aan te geven en te duiden.
3. Inhoud
Tegen de achtergrond van haar ontstaansgeschiedenis behandelt deze cursus in eerste orde het toepassingsgebied, de financiering en de administratieve structuren van onze sociale zekerheid.
Het zwaartepunt situeert zich in een systematische bestudering van de loonaanvullende vergoedingen - te weten de tegemoetkoming in de gezondheidszorg en de gezinsbijslagen -, respectievelijk de loonvervangende uitkeringen bij ziekte of ongeval van gemeen recht versus arbeidsongevallen en beroepsziekten, in geval van werkloosheid en in de vorm van een rust- of een overlevingspensioen. In de marge komen ook de gewaarborgde regelingen ter sprake.
Niet enkel de sociale zekerheid voor werknemers is voorwerp van dit opleidingsonderdeel, want doorlopend is er ook de vergelijking met analoge regels voor de zelfstandigen en voor het overheidspersoneel.
4. Werkvormen
Contactmomenten: Hoorcolleges
Eigen werk: Opdrachten:Individueel
Begeleide zelfstudie (eventueel met responsiecolleges)
5. Evaluatievormen
Examen: Mondeling met schriftelijke voorbereidingGesloten boekOpen vragen
Schriftelijk werkstuk: zonder mondelinge toelichting
6. Noodzakelijk studiemateriaal
Hand-outs van de begeleidende presentaties, die u dient te downloaden op Blackboard
Jaarlijks (dagelijks) geactualiseerde cursus, die uitsluitend beschikbaar is via Blackboard
Open leerpakketten Gezinsbijslagen in België & Gezondheidszorg in België, die eveneens via Blackboard worden aangeboden
7. Facultatief studiemateriaal
Bij het mondelinge examen mag u gebruik maken van SIMOENS, D., VAN EECKHOUTTE, W., VAN LIMBERGHEN, G. en VAN STEENBERGE, J., Codex Sociale Zekerheid 2010-2011, Brugge, die keure, 2010, 1244 p. (cf. supra, evaluatievormen).
Ander aan te bevelen, maar niet noodzakelijk studiemateriaal om onze sociale zekerheid nog beter te begrijpen, is:
PUT, J. et al., Praktijkboek sociale zekerheid 2010, Mechelen, Kluwer, 2010, 1140 p.
VAN LANGENDONCK, J. en PUT, J., Handboek socialezekerheidsrecht, Antwerpen, Intersentia, 2006, 920 p.
8. Studiebegeleiding
U kunt steeds terecht bij de docent na afloop van de colleges. Tussendoor neemt u bij voorkeur contact op via e-mail (ria.janvier@ua.ac.be).