Start | Personen | Google | Route | Contact | AfdrukkenLogin 
Faculteit Politieke en Sociale Wetenschappen  

Masterproef partim II: Masterthesis
 
Academiejaar:2010-2011
Code opleidingsonderdeel:1MSEWMPDL2
Semester:onbekend
Studiepunten:15
Uren Studietijd:420
Uren theorie:
Uren praktijk:
Uren andere:
Deeltijds programma:2
Titularis(sen)Ive Marx
Taal waarin de cursus wordt gedoceerd:Nederlands
Info semesterexamen:examen in het 2de semester
Info contractrestrictie:geen inschrijving onder examencontract



1. Aanvangscompetenties (begintermen)
*Algemene competenties


*Volgtijdelijkheid
Niet gedefinieerd




2. Eindcompetenties (eindtermen)

De masterproef stimuleert de ontwikkeling van volgende competities:
 
1. Ontwikkeling van een probleemstelling vanuit een sociologisch en economisch perspectief:
De studenten moeten een theoretische en maatschappelijke relevante probleemstelling ontwikkelen. Zij moeten internationale wetenschappelijke literatuur in hun vakdomeinen kunnen verwerken tot een zelfstandige probleemstelling. Zij moeten werkhypothesen kunnen formuleren en toetsen aan beschikbare informatie.
 
2. Ontwikkeling van een zelfstandige probleemoplossende onderzoekshouding:
De masterproef moet de studenten aanspreken op hun analytische en synthetische vermogen en op hun capaciteit om tot een zelfstandige probleemoplossing op academisch niveau te komen. De studenten zijn voldoende vertrouwd met de criteria van wetenschappelijk onderzoek en zij slagen er in ze toe te passen in het eigen onderzoek. De studenten werken onafhankelijk en met de nodige wetenschappelijke accuraatheid. Zij geven blijk van wetenschappelijke leergierigheid.
 
3. Ontwikkeling van een adequate onderzoeksmethode:
De verwezenlijkingen van de wetenschappelijke literatuur worden accuraat weergegeven, met aandacht voor de relevante theorieën en concepten in het betreffende wetenschapsdomein; de onderzoeksmethode laat toe om de onderzoeksvragen accuraat te beantwoorden. De gehanteerde onderzoeksmethode is voldoende verifiëerbaar, er zijn duidelijke indicaties van validiteit en betrouwbaarheid. Op basis van een consistente wetenschappelijke analyse slagen de studenten erin verantwoorde besluiten te formuleren.
 
4. Ontwikkeling van kritische reflectie:
De onderzoeksresultaten zijn gebaseerd op wetenschappelijk verantwoorde analyse en getuigen niet van een normatieve of speculatieve aanpak. Er is sprake van kritische wetenschappelijke reflectie op de gekozen probleemstelling. De studenten bewijzen dat ze de vaardigheid bezitten wetenschappelijke methoden toe te passen en aldus het gekozen vakdomein beheersen.
   
5. Ontwikkeling van uitmuntende schriftelijke rapportage:
De tekst getuigt van objectiviteit, is gestructureerd en verstaanbaar. De lezer krijgt een goed inzicht in de samenhang tussen onderzoeksvragen, gehanteerde onderzoeksmethode en onderzoeksresultaten. De tekst is vloeiend geschreven en hanteert een correcte taal en stijl. De tekst voldoet zowel inhoudelijk als vormelijk aan de eisen van een wetenschappelijk artikel.
 
6. Toepassing van competentie inzake mondelinge rapportage:
Tijdens de presentatie slaagt de student er in om beknopt de essentie van de resultaten en de wetenschappelijke en/of praktijkrelevantie te duiden. De student antwoordt op een overtuigende wijze tijdens de discussie met de juryleden. De student bouwt in zijn argumentatie duidelijk verder op de resultaten van de masterproef.
 
7. Ontwikkeling van een persoonlijke inbreng:
Deze persoonlijke inbreng kan verschillende vormen aannemen:
-         kritische literatuurstudie: verbanden leggen tussen de wetenschappelijke bijdragen van verschillende auteurs; conflicten tussen auteurs blootleggen; wijzen op wetenschappelijke leemten en tekortkomingen; suggesties doen voor verder onderzoek
-         praktijkwerk in samenwerking met een bedrijf of een instelling, met probleemoplossend karakter en met duidelijk toegevoegde waarde
-         uitvoering van theoretisch of toegepast wetenschappelijk onderzoek met analyse van resultaten en kritische besluitvorming
 



3. Inhoud


In de masterscriptie wordt van jou verwacht dat je een empirisch onderzoek en/of uitgebreide literatuurstudie over een scherp gedefinieerd onderwerp uitvoert en daarover rapporteert in de vorm van een wetenschappelijk artikel van 10 à 12.000 woorden. Het is de bedoeling dat je hierbij gebruik kunt maken van de onderzoeksexpertise aanwezig in de organiserende faculteiten en departementen.


In beginsel kies je een promotor verbonden aan de faculteit TEW – departement algemene economie –  of een promotor verbonden aan de faculteit PSW – departement sociologie. Daar kan op gemotiveerd verzoek van worden afgeweken. De promotoren en scriptieonderwerpen worden goedgekeurd door de gemengde onderwijscommissie Sociaal-Economische Wetenschappen. Je kan een onderwerp kiezen uit de lijsten aangeboden door de promotoren, maar je kan ook zelf een onderwerp kiezen. Daarbij is het belangrijk dat je een onderwerp kiest dat logischerwijs aansluit bij de keuzes die je tijdens je studie hebt gemaakt, met name het gekozen zwaartepunt in de Bachelor en de clusterkeuzes in de Master.

Volgende onderwerpen zijn toegankelijk voor studenten SEW:
-          de onderwerpen SEW (socio-economische analyses / beleid)
-          de onderwerpen Economisch beleid / Economic policy (AEC)
-          de onderwerpen Sociologie (breed domein)
-          de onderwerpen uit de andere bedrijfskundige domeinen van TEW
-          de onderwerpen Politicologie (breed domein)
-          de onderwerpen Communicatiewetenschappen (breed domein) 
  

Onderwerpen SEW, Economisch beleid en Sociologie passen best binnen je studierichting. Mits motivatie (respectievelijk sociologische of economische invalshoek) of beleidsmatige component kunnen ook onderwerpen opgenomen worden uit andere bedrijfskundige domeinen van TEW of PSW. Je kan ook zelf een onderwerp – eventueel uit het werkveld (Wetenschapswinkel)– voorstellen en een professor in het domein vragen als promotor op te treden.
 




4. Werkvormen
Contactmomenten:
  • Seminaries

  • Eigen werk:
  • Scriptie: Individueel



  • 5. Evaluatievormen
    Schriftelijk werkstuk:
  • met mondelinge toelichting



  • 6. Noodzakelijk studiemateriaal
    Afhankelijk van het gekozen onderwerp.


    7. Facultatief studiemateriaal
    Afhankelijk van het gekozen onderwerp.


    8. Studiebegeleiding

    In het Ma-programma Sociaal-Economische Wetenschappen wordt gestreefd naar een  intensieve begeleiding van de masterstudenten door hun promotor. Omdat het eindproduct van de Masterproef kwantitatief minder omvangrijk is dan de eindverhandelingen voorheen, krijgen de promotoren meer tijd vrij voor een nauwe samenwerking met de student en wordt het mogelijk om sneller voorlopige versies in te dienen bij de promotor, waardoor die eerder en vaker kan bijsturen.

     

    Bovendien fungeert het werkcollege SEW als forum van collectieve begeleiding.  Studenten presenteren er aan elkaar de theoretisch inzichten waarop ze hun toegepast scriptiewerk baseren.  Daarmee is het tegelijk een oefening in mondeling presenteren en een ervaring van peer review




    laatste aanpassing: laatste aanpassing: 30/09/2010 14:49 ilke.franquet 



     
    Inhoudsverantwoordelijke(n) : geertrui.berghmans koen.pepermans piet.devroede