Arbeidssociologie
|
|
|
| Academiejaar: | 2010-2011 | | Code opleidingsonderdeel: | 3BSOC-010 | | Semester: | 2e semester | | Studiepunten: | 6 | | Uren Studietijd: | 168 | | Uren theorie: | 45,00 | | Uren praktijk: | | | Uren andere: | | | Deeltijds programma: | 2 | | Titularis(sen) | Erik Henderickx
| | Taal waarin de cursus wordt gedoceerd: | Nederlands | | Info semesterexamen: | examen in het 2de semester | | Info contractrestrictie: | |
1. Aanvangscompetenties (begintermen) *Algemene competenties
- Kennis en inzicht in de basisconcepten van de sociologie
- Kennis van de belangrijkste sociologische paradigma's
*Volgtijdelijkheid Sociology of Organizations (2BPSW-071) OF Organisation Theory (2BPSW-07E)
Niet van toepassing voor Sociaal werk; Niet van toepassing voor Sociaal-economische wetenschappen
2. Eindcompetenties (eindtermen)
De student moet bij afronding van dit opleidingsonderdeel de volgende leercompetenties aantoonbaar beheersen:
- Wetenschappelijke kennis van en wetenschappelijke inzichten in de belangrijkste sociologische concepten en theorieën inzake de macro- meso- en micro-dimensie van arbeid. Dit impliceert: de kern van de leerinhoud met eigen woorden kunnen samenvatten, evenals onderdelen uit de leerinhouden met elkaar kunnen verbinden.
- Inzicht in de grote lijnen van de klassieke auteurs en de actuele arbeidssociologische inzichten en deze met eigen woorden kunnen formuleren.
- Het kunnen confronteren van de diverse theoretische benaderingen met empirische resultaten van (internationaal) vergelijkend en/of longitudinaal wetenschappelijk onderzoek.
- Vanuit de arbeidssociologie de verbinding kunnen leggen tussen: theorie, empirie en beleid(svraagstukken).
- Vaardigheden zoals: resultaatgericht werken, plannen en organiseren, schriftelijke en mondelinge communicatie, analyse en synthesevermogen, oplossingen voor beleidsvraagstukken kunnen beargumenteren en kritische reflectie.
3. Inhoud Arbeidssociologie is de sociologische benadering van alle maatschappelijke verschijnselen die met arbeid binnen een globaliserende economie te maken hebben. Tevens de vraag naar wat de gevolgen zijn van arbeid voor werknemers in termen van kwaliteit van arbeid, werkbaarheid etc. is hierbij belangrijk.
Het opleidingsonderdeel wordt ingeleid met vragen als: hoe kan arbeid gedefinieerd worden? Hoe belangrijk is het arbeidsethos vandaag?
De harde kern van het arbeidssociologisch onderzoeksprogramma kan in feite worden samengevat in de stelling dat "de specifieke vorm van de maatschappelijke organisatie van de arbeid een essentiële verklaringsgrond is voor de sociale structuur en maatschappelijke verandering in het algemeen en voor sociale ongelijkheden en collectief conflicthandelen in het bijzonder". Vandaar dat de arbeidssociologie één van de belangrijkste subdisciplines is binnen de sociologie. Aan het begin van de 21e eeuw is deze maatschappelijke organisatie van arbeid namelijk volop in verandering: nieuwe technologieën (bijvoorbeeld ICT), nieuwe organisatievormen ('value chain'), evolutie naar kennismaatschappij. Deze contingenties vormen het tweede deel.
In een derde deel gaan we dieper in op arbeidsrelaties. Deze komen tot stand binnen drie onderling verbonden maatschappelijke arena’s. De focus zal liggen op veranderingen (ten gevolge van de contingenties) binnen deze drie domeinen en hun (complementaire) gevolgen voor arbeidsrelaties.
- In de arbeidsorganisatie zijn werkgever en werknemer door middel van arbeidsdeling en hiërarchische coördinatie met elkaar verbonden. Hier draait het in eerste instantie om de vraag hoe de beschikbare arbeidskracht ten behoeve van de doelen van de organisatie wordt omgezet in concrete arbeidssituaties en arbeidsprestaties. Er wordt ingegaan op de ontwerpprincipes: enerzijds op het bureaucratische model (Taylor en Ford), anderzijds op het recentere flexibele model met teamwerk als focus (lean of Toyotisme, en sociotechniek). Daarbij stelt zich de vraag naar de kwaliteit van arbeid (aantrekkelijkheid van (loop)banen, ziekteverzuim, stress, leermogelijkheden etc.) en de werkbaarheid. En wat kan een beleid van sociaal organisatorische innovatie als interventie betekenen?
- Op de arbeidsmarkt als arena staan vragers en aanbieders van arbeid tegenover elkaar (lokaal, mondiaal). Daar draait het in eerste instantie om de vraag wie waar terechtkomt (allocatie met ‘winnaars’ en ‘verliezers') en om de beloning binnen de ruilrelatie. Daarbij zijn processen zoals segmentering, flexibiliserting etc. relevant. Welke variabelen verklaren een fenomeen zoals 'destructie' en 'creatie' van arbeidsplaatsen of de spanning tussen 'werkloosheid' en 'niet vervulde vacatures'? En wat kan (activerend) arbeidsmarktbeleid als interventie betekenen?
- In de arena van het collectief onderhandelen en overleg ('arbeidsverhoudingen') streven organisaties van werkgevers en werknemers ernaar, de processen die zich op de arbeidsmarkt en in de (arbeids)organisatie afspelen, aan bepaalde regels te binden. Hier wordt een strijd geleverd tussen 'arbeid' en 'kapitaal'. Dit resulteert in 'sociale vrede', stakingen, delokalisatie/bedrijfssluiting etc. Vraag is wat zijn de uitdagingen binnen een globale economie?
Een centrale website is: http://www.worksproject.be.
4. Werkvormen Contactmomenten: HoorcollegesWerkcolleges Eigen werk: Opdrachten:IndividueelCasussen: Individueel Begeleide zelfstudie (eventueel met responsiecolleges)
5. Evaluatievormen Examen: Schriftelijk zonder mondelinge toelichtingOpen boekMeerkeuzevragenOpen vragen Permanente evaluatie: Opdrachten
6. Noodzakelijk studiemateriaal
· Via BB worden diverse leerstukken aangeboden (hoofdstukken uit handboeken, onderzoeksrapporten en wetenschappelijke artikels. · De slides zijn verkrijgbaar bij ACCO en via BB. · Audiovisueel materiaal dat via BB wordt aangeboden, met een begeleidende nota (Verplicht en Facultatief).
Studenten volgen continu en systematisch de actualiteit.
7. Facultatief studiemateriaal Zie Blackboard (aangeduid met F)
8. Studiebegeleiding Voor de begeleiding wordt via BB gewerkt, teneinde individueel terugkoppeling te kunnen geven bij de ingediende opdrachten.
De docent en assistent kunnen via mail gecontacteerd worden voor persoonlijke vragen. Indien gewenst kan een afspraak worden gemaakt.
laatste aanpassing: laatste aanpassing: 30/09/2010 13:45 ilke.franquet
|
|
|