|
Wegens het steeds maar
aangroeiende aantal boeken was het Ruusbroecgenootschap verplicht naar een
ruimer verblijf te zoeken. In 1931 moesten de Ruusbroecleden uit het
Onze-Lieve-Vrouwecollege verhuizen – er was hier een nijpend tekort aan
klaslokalen – naar een belendend herenhuis aan de Rubenslui 15 om er de
bibliotheek in onder te brengen. Die telde in 1933 17.000 banden (De
Standaard dd. 15 april 1933). In 1937-1938 verhuisden zij opnieuw en
vestigden zij zich in een 18de-eeuws herenhuis uit de tijd van vóór de Franse
Revolutie, gelegen aan de Prinsstraat 17, dicht bij de Sint-Ignatius
Handelshogeschool. De aangekochte woning werd Ruusbroec-Huis genoemd. In dat
jaar, meer bepaald op 27 april 1937, het feest van de Nederlandse
jezuïetenheilige Petrus Canisius (†1597) - eigenaardig genoeg was de kans groot
dat het in 1925 opgerichte Genootschap ook Petrus Canisiusgenootschap had
kunnen heten -, werd het Ruusbroecgenootschap, dat reeds vroeger door de
provinciale oversten was goedgekeurd, eindelijk kerkrechtelijk bevestigd door
de generale overste Wlodimir Ledóchowski († 1942) in Rome. Die officiële
bevestiging en goedkeuring is trouwens niet zonder slag of stoot gegaan: een
persoonlijk bezoek van Stracke aan Pater Generaal in november 1936, om deze te
overtuigen van het internationaal belang van de Nederlandse
vroomheidsgeschiedenis en van het feit dat de studie hiervan het
wetenschappelijk werk van de bollandisten niet in de weg zou staan, was nodig
om de erkenning er door te krijgen.
Ook intern was niet
alles naar wens. De geestdrift van de beginjaren was enigszins geluwd. De vraag
rees of het Genootschap niet ergens anders diende te worden ondergebracht; er
werd gedacht aan een eventuele verhuizing naar Nijmegen. De oprichting van
nieuwe ordetijdschriften, die zich ook met historisch onderzoek inlieten,
onttrok aan het Genootschap sommige medewerkers. De financiële moeilijkheden
van het tijdschrift, dat uiteraard een beperkt afzetgebied had, wogen zwaar. De
Tweede Wereldoorlog bemoeilijkten de contacten tussen Noord en Zuid. Maar met
de komst, in 1945, van Strackes opvolger, pater Moereels, die over een groot
organisatorisch talent beschikte, kwam er weer stuwkracht in de onderneming.
>> lees verder >>
|