De kerntaken van een cel- en genbiotechnoloog behelzen :
-
het opvolgen van culturen van bacteriën, plantencellen en dierencellen, die zijn uitgeselecteerd of gemodifieerd met een bepaald doel – het verbeteren van de productie van medicijnen of voedingsmiddelen.
-
Het gericht ingrijpen in het erfelijk materiaal van deze cellen om nuttige eigenschappen eraan toe te voegen of schadelijke processen erin uit te schakelen.
-
Het ontwerpen van diagnostische methoden voor de vroege detectie van ziektebeelden.
-
Het bestuderen en beheren van de genetische diversiteit van onze landbouwgewassen.
-
Het verbeteren van de performantie van gewassen en productiedieren.
-
Het beheren en toegankelijk maken van informatie over alle bekende genen en eiwitten via de bio-informatica.
Cel- en Genbiotechnologie leent zich daarenboven zeer goed voor het ontwikkelen van een eigen kijk buiten dit strikte vakgebied, en is complementair aan vele andere specialismen in de bio-ingenieurswetenschappen. Bv.
-
Het opvolgen van de gezondheid van landbouwgewassen (in de landbouw)
-
Het ondersteunen en vervangen van chemische syntheses in de farmaceutische sector via enzymtechnologie (in de chemie)
-
Het optimaliseren van voedselproductie op basis van micro-organismen (in de voedingstechnologie)
-
Het uitwerken en op punt stellen van methoden om het milieu te saneren (bacteriën die polluenten afbreken en zo de bodem of het water reinigen) (in de milieutechnologie)
-
Productie van biomassa om op een duurzame manier te voorzien in de productie van grondstoffen en energie (milieutechnologie)
-
…