Start | Personen | Google | Route | Contact | AfdrukkenLogin 
Childlit  
    
  > Childlit
Programma avondcursus jeugdliteratuur 2011


Praktisch:            de avondsessies vinden plaats op dinsdag van 19u30 tot 21u30 
                         voor Bachelorstudenten vindt het college plaats op woensdagvoormiddag.
Adres avondcursus:  Rodestraat 14, 2000 Antwerpen / lokaal R 010
 
1.       Inleiding en kindbeelden (15/16 februari)
2.       Korte geschiedenis van de jeugdliteratuur, gastcollege Helma van Lierop (22/23 februari)
3.       Congres Lingen – gratis deelname (25/26 februari)
4.       Sprookjes en sprookjesbewerkingen (Wim Hofman) (8/9 maart)
5.       Jeugdliteratuur in vertaling, casus rond sprookjesvertalingen (15/16 maart)
6.       Prentenboeken I  (22/23 maart)
7.       Prentenboeken II: gastcollege Coosje (29/30 maart)
8.       Fantasieverhaal : Philip Pullman (5/6 april)
---------------paasvakantie--------------------------------------------
9.       De historische roman (26/27 april)
10.   Jeugdliteratuur en de Holocaust (3/4 mei)
11.   De realistische roman / adolescentenroman: gastcollege Jürgen Peeters  (10/11 mei)
12.   Ecologie: Tobie Lollness /Roodwaternacht (17/18 mei)
13.   Referaten / boekenverkoop (24/25 mei)
 
1. Inleiding tot de cursus en kindbeelden  (15/16 februari)
docenten: Vanessa Joosen & Lien Fret
Na enkele praktische mededelingen over de cursus en een voorstellingsronde geven de docenten een korte algemene inleiding over de literatuurwetenschappelijke studie van kinder- en jeugdboeken. We staan stil bij enkele kenmerken van jeugdliteratuur, en bij de specifieke uitdagingen die volwassenen aangaan wanneer ze jeugdliteratuur lezen en bestuderen. Het concept “kindbeeld” is hierbij een sleutelbegrip en zal uitgebreid toegelicht en historisch gesitueerd worden.
voorbereidende lectuur :  /
achteraf te lezen : Uitgelezen jeugdliteratuur, hoofdstuk 1
aanbevolen literatuur : Rita Ghesquière, Jeugdliteratuurin perspectief / Anne de Vries, Wat heten goede kinderboeken
 
2. Een korte geschiedenis van de jeugdliteratuur (22/23 februari)
Gastcollege door professorHelma van Lierop-Debrauwer
Professor Helma van Lierop-Debrauwer bespreekt het ontstaan van een eigen literatuur voor kinderen in de tweede helft van de achttiende eeuw. In het college zal ze ingaan op de veranderende pedagogische opvattingen in de tijd (Locke, Rousseau en de Filantropijnen) en zal ze als casus de gedichten van Van Alphen bespreken. Aan het slot zal ze ingaan op de kritiek op Van Alphen van met name De Genestet (de overgang van een verlicht naar een romantisch kindbeeld).
voorbereidende lectuur: Uitgelezen jeugdliteratuur, hoofdstuk 1 (zie ook vorig college)
de gedichten van Van Alphen (te downloaden via www.dbnl.org)
aanbevolen literatuur : Over kinderpoezy van De Genestet (te downloaden via www.dbnl.org)
 
3.  Congres Lingen – gratis deelname aan een dagdeel (vrijdag 25 februari of zaterdagvoormiddag 26 februari)
Voor het programma: zie reader
Bachelorstudenten nemen verplicht deel aan een dagdeel en melden zich hiervoor in de eerste les aan. Wie om praktische redenen niet kan deelnemen, maakt een vervangopdracht (te bespreken met de docent). Avondcursisten kunnen gratis inschrijven voor één dagdeel in de eerste les.
 
4. Sprookjes en sprookjesbewerkingen (Wim Hofman) (8/9 maart)
Docent: Vanessa Joosen
De sprookjes van Grimm behoren al meer dan een eeuw tot de canon van de Nederlandse en Vlaamse kinderliteratuur. In die periode zijn ze regelmatig het voorwerp van kritiek geweest: de klassieke sprookjes zouden kinderen nodeloos angst aanjagen, gedateerde rolmodellen versterken en kinderen afleiden van nuttigere boeken. Wanneer hedendaagse jeugdauteurs de sprookjesstof als inspiratie nemen, dan springen ze daar niet alleen creatief maar ook vaak kritisch mee om. Na een inleiding over traditionele sprookjes, volgt in deze sessie een workshop rond het bekroonde Zwart als inkt van Wim Hofman.  We bespreken de werkwijze van de Gebroeders Grimm bij het verzamelen en bewerken van hun sprookjes, hun verschillende versies van “Sneeuwwitje” en onderzoeken vervolgens hoe Wim Hofman met de sprookjesstof omspringt.
voorbereidende lectuur (kopies in reader):  Gebroeders Grimm, “Sneeuwwitje” (1857); Wim Hofman, Zwart als inkt; Sandra Gilbert & Susan Gubar, fragment uit The Madwoman in the Attic
achteraf te lezen : Uitgelezen jeugdliteratuur, hoofdstuk sprookjes
aanbevolen literatuur :  Jack Zipes, Fairy Tales and the Art of Subversion / Maria Tatar, The Classic Fairy Tales
 
5. Jeugdliteratuur in vertaling, casus rond sprookjesvertalingen (15/16 maart)
Docent: Lien Fret
Omwille van de asymmetrische communicatiesituatie eigen aan jeugdliteratuur (overwegend volwassen auteurs die schrijven voor kindlezers) brengt het vertalen van jeugdboeken een aantal kwesties met zich mee die niet aan de orde zijn bij het vertalen van literatuur voor volwassenen. We zullen in dit college ingaan op het narratieve communicatiemodel dat specifiek is voor vertaalde jeugdliteratuur. De schakels in dat model helpen ons bij het onderscheiden van de eigen opvattingen over jeugdliteratuur en kinderen die vertalers met zich meebrengen en die niet altijd stroken met de opvattingen uit het origineel. Omdat de kindbeelden vervat in vertalingen vooral interessant zijn in historisch perspectief, zullen we samen een aantal 19de- en 20ste-eeuwse sprookjesvertalingen analyseren. Daarbij komen we op het spoor van de gekozen vertaalstrategieën en de invloed die de status van jeugdliteratuur in het algemeen en van sprookjes in het bijzonder heeft gehad op de vertalingen. Een kijkje in de zelf meegebrachte Assepoesterversies zal ons tenslotte helpen bij het formuleren van een hypothese over de hedendaagse situatie.
Voorbereidende lectuur: Charles Perrault, Contes de ma Mere l'Oye./Vertellingen van Moeder de Gans. : Met negen keurlyke koopere plaatjes, : zeer dienstig voor de jeugdt om haar zelve in het Fransch en Hollands te oeffenen.  A la Haye: chez Pierre van Os ..., 1754. (wordt ter beschikking gesteld in reader) ; Hoofdstuk sprookjes in Uitgelezen jeugdliteratuur
Opdracht: neem een Assepoestervertaling of –bewerking mee waarin je duidelijke verschillen met Charles Perraults tekst kan identificeren
achteraf te lezen : Uitgelezen jeugdliteratuur, hoofdstuk vertalingen
Aanbevolen literatuur:  
Shavit, Zohar. ‘Translation of Children’s Literature as a Function of its Position in the Literary System’. In: Poetics Today 2 (1981) 4, p. 171-179. (ook online te vinden)
O’Sullivan, Emer. ‘Narratology Meets Translation Studies, or The Voice of the Translator in Children’s Literature’. In: Gillian Lathey (ed.). The Translation of Children’s Literature:  A Reader. Cleveland, Buffalo, Toronto: Multilingual Matters Ltd, 2006.
 
6. Prentenboeken I  (22/23 maart)
Docent: Vanessa Joosen
In prentenboeken wordt het verhaal verteld in woord en beeld. Deze twee tekensystemen overlappen elkaar nooit volledig, maar gaan meestal een productieve samenwerking aan. Belangrijk in dit genre is bovendien de associatie met de jongste lezers (kinderen die nog niet kunnen lezen). De thematische en vormelijke kenmerken van het prentenboeken zijn in de laatste decennia echter sterk verschoven. In dit college wordt de theorie over prentenboeken en illustraties uitgelegd aan de hand van enkele Vlaamse en buitenlandse prentenboeken en vervolgens getoetst aan een aantal voorbeelden die de cursisten zelf meenemen.
voorbereidende lectuur : Uitgelezen jeugdliteratuur, hoofdstuk 9
opdracht : neem een prentenboek naar keuze mee dat
-          volgens jou een interessante verhouding heeft tussen woord een beeld
-          of de grenzen van de jeugdliteratuur volgens jou benadert of overschrijdt
-          of volgens jou een belangrijke tendens in de jeugdliteratuur illustreert
aanbevolen literatuur : Marita Vermeulen. Buiten de lijntjes gekleurd / David Lewis. Reading Contemporary Picture Books
 
7. Prentenboeken II (29/30 maart)
Gastcollege door Dr. Coosje van der Pol over haar onderzoek naar literaire competentie bij kleuters.
In het eerste deel van de workshop zal aan de hand van voorbeelden uit prentenboeken verder worden ingegaan op een literaire leeswijze voor kleuters. In het tweede deel van de workshop worden de resultaten van de opdrachten besproken.
 Vooraf lezen(Kopies zitten in de reader)
1. Coosje van der Pol. “Ridder Rikki is in een boek en wij niet Prentenboeken lezen als literatuur.De Leeswelp 4 (2009)
Dit artikel schetst in grote lijnen een structuralistische uitwerking van het concept literaire competentie voor kleuters. Daarnaast bevat het voorbeelden van aandachtspunten en vragen die kleuters en hun leerkrachten helpen prentenboeken te lezen met speciale aandacht voor hoe verhalen in elkaar zitten, voor de codes en conventies van het vertellen en voor literaire leesstrategieën.
2.Eerste hoofdstuk uit proefschrift
3. Jeanne Willis & Tony Ross. Watje Wimpie. De Vries-Brouwers, 2007. Prentenboek. 
Opdracht
Lees eerst het artikel uit Leeswelp en werk vervolgens twee literaire aandachtspunten voor kleuters uit bij het prentenboek Watje Wimpie (2007) van Jeanne Willis & Tony Ross. De aandachtspunten hebben te maken met de structuur van het verhaal (denk bijvoorbeeld aan motieven of aan de verhaalsetting) en/of met conventies van het vertellen (zoals: verhalen scheppen met woorden en beelden een wereld.) Benoem en omschrijf elk aandachtspunt in literatuurtheoretische (structuralistische) termen (zie artikel). Formuleer bij dit aandachtspunt een vraag of opdracht op maat van kleuters. Argumenteer waarom aandacht voor deze kwestie bijdraagt aan het kunnen lezen van prentenboeken als literatuur. Voer de opdracht zo uit dat u uw uitwerkingen tijdens de workshop kort en krachtig mondeling kunt presenteren. Voor vragen of opmerkingen kunt u mij bereiken via e-mail: j.a.vdrpol@uvt.nl             
 
8. Fantasieverhaal : Philip Pullman (5/6 april)
Docent: Vanessa Joosen
Fantasieverhalen staan nooit volledig los van de realiteit, ook al hebben ze niet de pretentie de realiteit mimetisch weer te geven. Na een historische en theoretische inleiding bij het genre van de fantasieliteratuur wordt deze hypothese getoetst aan de roman Ik was een rat! van Philip Pullman. Dit vervolgverhaal op het sprookje “Assepoester” blijkt op verschillende manieren te verwijzen naar de Britse actualiteit van de jaren 1980 en 1990. Begrippen als “chronotopie,” “kindbeeld” en “intertekstualiteit” worden daarbij concreet ingevuld.
Voorbereidende lectuur:  Philip Pullman, Ik was een rat! / I was a rat!
Voorbereidende vragen:
Beschrijf de chronotoop in Ik was een rat!
Welke intertekstuele verwijzingen herken je?
Beschrijf het kindbeeld in Ik was een rat!
Achteraf te lezen : Uitgelezen jeugdliteratuur, hoofdstuk 2 en 3
Aanbevolen literatuur: Philip Pulllman. His Dark Materials / Het Gouden Kompas; John Stephens. Language and Ideology in Children’s Literature. London: Longman, 1992.
 
9. De historische roman (26/27 april)
Docent: Lien Fret
Ook het genre van de historische roman voor de jeugd is meegegaan met zijn tijd. Toch hebben auteurs doorheen de geschiedenis van dat genre steeds dezelfde evenwichtsoefening uitgevoerd, een evenwicht zoekend tussen enerzijds het vertrouwd maken van de historische werkelijkheid zodat inleving mogelijk wordt, en anderzijds het bewaren van een zekere vreemdheid die de illusie van authenticiteit dient te wekken. Na een inleiding over de kenmerken van het genre, toetsen we de theorie aan de recente roman Ik, Coriander (2006, Sally Gardner). Net als de klassieker Kruistocht in spijkerbroek (1981, Thea Beckman) bevindt dit boek zich op het kruispunt tussen historische roman en secondary-world  fantasy. Maar waar Beckman door middel van een hedendaags hoofdpersonage de historische werkelijkheid dichter bij de hedendaagse lezer tracht te brengen, gebruikt Gardner de fantasiewereld  om dit te bewerkstelligen. Onder de oppervlakte van sprookjesverwijzingen, een parallelle wereld en het 17de- eeuwse Londen gaan we op zoek naar de ideologie die in deze historische roman vervat zit.
Voorbereidende lectuur: Sally Gardner. Ik, Coriander. Houten: Van Goor, 2006. Vertaling van I, Coriander door Esther Ottens.
Achteraf te lezen: Uitgelezen jeugdliteratuur, hoofdstuk historische roman
Aanbevolen literatuur:
John Stephens. ‘Contemplating otherness: ideology and historical fiction’. In: Language and ideology in children’s fiction. Londen, New York: Longman, 1992.
 
10. Jeugdliteratuur en de Holocaust (3/4 mei)
Docent: Lien Fret
Jeugdliteraire conventies die onder andere de pedagogische belangen van het jonge doelpubliek behartigen,  lijken een representatie van de wrede historische werkelijkheid van de Holocaust in jeugdliteratuur uit te sluiten. En toch hebben talloze auteurs van jeugdboeken getracht recht te doen aan de gruwel van de Tweede Wereldoorlog en bij versterking de Shoah. Een onderneming die zowel noodzakelijk als onmogelijk blijkt en waarbij de boeken, in een poging te beantwoorden aan de jeugdliteraire conventies, het gevaar lopen de lezer een vervormd of verfraaid beeld van de historische realiteit voor te schotelen. In dit college bespreken we tijdens een groepsdiscussie de strategieën die de vooraf doorgenomen en bekeken voorbeelden aanwenden om die valkuil te vermijden. En stellen we ons bovendien de vraag naar de mogelijkheid en de wenselijkheid van zo’n representatie van de Holocaust. 
Voorbereidende lectuur:
Ruth Vanderzee & Roberto Innocenti (illustraties). Erika’s verhaal. Amsterdam: Hillen, 2005.
John Boyne. De jongen in de gestreepte pyjama. Amsterdam: Arena, 2006. Vertaling van The Boy in the Striped Pyjamas door Jenny de Jonge.
[bekijk indien mogelijk de film The Boy in the Striped Pyjamas (2008)]
Opdracht: Tijdens het vorige college kwam de historische roman aan bod. Lees het hoofdstuk over de historische roman in Uitgelezen jeugdliteratuur en probeer, aan de hand van de voorbereidende lectuur, te achterhalen welke overeenkomsten en verschillen er zijn met het genre van de jeugdliteratuur over de Holocaust (denk bv. aan kindbeeld, actualisering, perspectief, …).
Aanbevolen literatuur:  
Kokkola, Lydia. Representing the Holocaust in Children’s Literature. New York, Londen: Routledge, 2003.
Vloeberghs, Katrien. ‘De oorlog en het kind: Jeugdliteratuur over de holocaust’. In: Rechtvaardige oorlogen of zinloze slachtpartijen? Leuven: Acco, 2004.

11. De realistische roman (10/11 mei)
Gastcollege door Jürgen Peeters
De integratie van maatschappelijk-sociale taboeonderwerpen in kinder- en jeugdliteratuur leidt herhaaldelijk tot sentimentele of zelfs dramatische verhalen, waarbij pedagogische en didactische principes de schriftuur overheersen. Wie (de erfenis van) het probleemboek echter al te gratuit als louter negatief afdoet, gaat voorbij aan het inhoudelijk potentieel van dit vaak verguisde genre. Dankzij de opkomst van het probleemboek in de jaren zeventig droeg de kinder- en jeugdliteratuur voor het eerst een expliciet maatschappijkritische visie uit. Hoewel de (jeugd)literaire kritiek de rechtlijnige probleemboeken nauwelijks serieus neemt, blijft zijn invloed op de hedendaagse jeugdliteraire productie ontegensprekelijk doorwerken. Toch zijn er frappante verschillen tussen de realistische roman (bv. de psychologische roman) en het klassieke probleemboek. Het is dan ook erg interessant om na te gaan waar de wortels liggen van dit specifieke genre, wat de sterktes en zwaktes zijn en hoe de probleemroman in een alliantie met andere genres vandaag de dag voortleeft.
 voorbereidende lectuur: Gideon Samson, Ziek
achteraf te lezen: Uitgelezen jeugdliteratuur, hoofdstuk 5.
 aanbevolen literatuur:  de bijdragen in het themanummer over de hedendaagse probleemroman van Literatuur zonder Leeftijd 63 (2004); de bijdragen over het probleemboek in De Leeswelp nr.  5, 7, 8 (2010)
 
12. De ecologische voetafdruk van de jeugdliteratuur  (17/18 mei)
docent:  Vanessa Joosen
 De lange en rijke traditie van romantische kinderliteratuur heeft gezorgd voor een onlosmakelijke verwevenheid van de wereld van het kind met de natuur, de cycliciteit van de seizoenen, de affectie voor dieren. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de huidige ecologische bezorgdheid en de hype van het zogenaamde eco-criticism in de literatuur ook in werk voor jonge lezers een neerslag vindt. We bespreken dit thema, evenals de samenhang met vertogen over volwassen worden en multiculturaliteit, aan de hand van de Franse succesroman over de grootse kleine wereld van Tobie Lolness, 1,5 mm. groot, en Roodwaternacht, een ecologisch lees- en kijkboek.
Voorbereidende lectuur: Timotheé de Fombelle, Tobie Lolness – Op de vlucht  EN / OF De Dagen, Roodwaternacht (zie www.roodwaternacht.be)
Achteraf te lezen: Uitgelezen jeugdliteratuur, hoofdstuk 6
Aanbevolen literatuur: Timotheé de Fombelle, Tobie Lolness ­– De ogen van Elisha (deel 2)
 
13. Afsluitende sessie / Referaten / IBBY boekenverkoop (24/25 mei)
 
 
 


 
Inhoudsverantwoordelijke(n) : childlit@ua.ac.be