| De Universiteit Antwerpen wil uitblinken in kwaliteit om haar competitiviteit te versterken en een volwaardige actor te zijn op het nationale en internationale forum van universitair onderwijs, onderzoek en maatschappelijke en wetenschappelijke dienstverlening.
De Universiteit Antwerpen is het prototype van de professionele organisatie. Typerend daarvoor is dat ze staat of valt met de kwaliteit van haar professionals: zij maken de universiteit. Het ligt dan ook helemaal in de lijn van het kwaliteitsstreven om een HR-beleid te ontwikkelen dat deze professionaliteit maximaal inlijft, aanwendt, stimuleert en beloont. Dit geldt zowel voor het academisch korps dat instaat voor de primaire opdracht van de universiteit: onderwijs, onderzoek en maatschappelijke en wetenschappelijke dienstverlening, als voor de ondersteunende administratieve en technische staf die zorgt voor de noodzakelijke technologische, financiële, logistieke en beheertechnische organisatie van deze activiteiten. Het Academisch Personeel (AP) en het Administratief en Technisch Personeel (ATP) zijn twee groepen die verschillen inzake hun specifieke functie en rol in de organisatie en inzake hun professionele behoeften en verwachtingen. Ze vormen echter één - samenwerkend - geheel inzake hun strategische waarde voor de Universiteit Antwerpen. Dit vertaalt zich qua personeelsmanagement in een zelfde globale HR-visie, maar met verschillende accenten en instrumenten voor zowel het AP en het ATP. |