|
Deze website wordt momenteel bijgewerkt
en heeft vooral betrekking op de regelgeving via de dienst geneeskundepraktijk en de erkenningscommissies (klinisch gedeelte van de opleiding).
In het academiejaar 2009-2010 ging de Master opleiding (ManaMa) in de Specialistische geneeskunde van start en sindsdien moet de GSO (nieuwe benaming ASO) zich inschrijven aan de Universiteit Antwerpen. Het betreft hier een opleiding van 120 SP. Meer informatie hierover volgt via een andere weg (onderwijsadministratie van de faculteit). Voor de ManaMa zal o.a. ook gebruik gemaakt worden van Blackboard.
Voor
de basisinformatie zie informatie voor alle specialismen (opleiding+ stageplan / statuut, vergoeding, verzekering / erkenning / buitenlanders / deontologie), wetgeving, vertegenwoordigers in de erkenningscommissies of sollicitatieprocedure).
Ministerieel Besluit (26 april 1982) tot vaststelling van de erkenningscriteria
-----------------------------------
Basisopleiding en Hogere Opleiding
Duur opleiding: minimum 4 jaar; 2 jaar basisopleiding en 2 jaar hogere opleiding.
Basisopleiding
-
Seminaries op donderdag (12u30 - 14u) - programma te verkrijgen op het secretariaat oogheelkunde UZA. Dit geldt voor 50 lesuren.
-
Verplichte deelname aan de maandelijkse interuniversitaire postgraduaat lessen, de maandelijkse Antwerpse refereeravonden, de congressen georganiseerd door de assistenten in opleiding en het jaarlijks Nationaal Oftalmologisch Congres. Dit geldt voor 50 congresuren.
-
Rotatiebeurten over: medische en chirurgische retina, medische en chirurgische cornea, glaucoom, neuro-oftalmologie, traanwegen en plastische oogheelkunde, pediatrische oftalmologie, low vision en orthoptie, cataract, psychofysische oftalmologische onderzoeksmethoden, oftalmologische echografie.
Hogere opleiding
-
Deze is de continuïteit van de basisopleiding. Alle punten zoals hierboven aangegeven zijn van toepassing, zij het met een verhoogde autonomie bij het uitvoeren van de interventies.
-
Tijdens het vierde jaar zal vooral aandacht gaan naar de chirugische opleiding van de ASO
-
Wetlabs ; eigen labo voor experimentele chirurgie in UZA en Universiteit Antwerpen labo oftalmologie.
Wetenschappelijke activiteit
-
Elke ASO is verplicht tijdens zijn opleiding minstens
-
1 voordracht te houden tijdens een nationaal of internationaal congres
-
+ 1 publicatie te hebben, die aanvaard werd in een peer-reviewed tijdschrift.
-
Deelname aan een klinisch of fundamenteel researchonderwerp is dus verplicht
-
Deelname aan (minstens één per jaar) internationale en (alle) nationale congressen en meetings is gewenst.
-
Voor de ASO, geïnteresseerd in research is er buiten de Universiteit Antwerpen en het FWO, tevens de mogelijkheid om te kandideren voor het FRO (Fonds voor Research in Oftalmologie), een research fonds gefinancierd door oftalmologie waarbij voornamelijk kredieten voor verplaatsingen naar buitenland of werkingskredieten kunnen aangevraagd worden.
Evaluatie
-
Examen tijdens 1ste jaar: de ASO dient in zijn eerste jaar examen af te leggen over de basiskennis van de oftalmologie (refractie, anatomie, fysiologie).
-
hierover worden geen lessen gegeven. De vragen worden gehaald uit basiswerken.
-
het examen wordt afgenomen in Brussel, in de lokalen van het Ministerie van Onderwijs. Het is een initiatief van de erkenningscommissie oftalmologie en gebeurt voor zowel Vlaanderen als Wallonië, simultaan.
-
De ASO moet 12/20 behalen. Herkansing is mogelijk in de loop van het volgend academiejaar; ingeval van hernieuwde faling zal de kandidaat mondeling ondervraagd worden door de commissie.
-
De ASO die het Internationaal Basic Assessment examen hebben afgelegd zijn vrijgesteld van het nationaal 2de jaars examen.
-
6-maandelijkse evaluatie na het beëindigen van zijn rotatie in één van de oftalmologische subdisciplines (zie hoger); volledige supervisie tijdens de rotaties.
-
Op het einde van het tweede jaar zal de kandidaat een getuigschrift van de coördinerende stagemeester ontvangen waarin vermeld staat of hij geslaagd is of niet geslaagd is voor de eerste 2 jaren (academisch gedeelte).
-
De 4de jaars ASO worden door de erkenningscommissie oftalmologie gevraagd deel te nemen aan het Europees examen oftalmologie, georganiseerd door de European Board of Ophtalmology en bestaande uit een multiple choice theoretisch gedeelte en een mondeling praktisch gedeelte, waarbij klinische kennis in het domein van voorste oogsegment, achterste oogsegment, uveïtis, glaucoom, stabologie en neuro-oftalmologie worden getoetst. Voor deze toets moet 12/20 behaald worden. Kandidaten die niet slagen in dit examen kunnen deelnemen aan een herkansing op nationaal niveau.
-
Stageboekje waarin de ASO een lijst dient bij te houden van zijn werkzaamheden en van de ingrepen die hij persoonlijk heeft uitgevoerd of waaraan hij heeft deelgenomen, evenals van de seminaries, cursussen en didactische activiteiten die hij heeft bijgewoond.
-
Wetenschappelijke activiteit: zie hoger
-----------------------------------
Bijzondere bekwaamheid
De erkende specialist kan een 5de en 6de jaar bijzondere bekwaamheid volgen aan het UZA
-
Alle oftalmologische subdisciplines kunnen gevolgd worden
-
De activiteit betreft 1 tot maximaal 5/10 mandaat als toegevoegd geneesheer.
-
Interuniversitair postgraduaat en regionale refereeravonden worden georganiseerd in kader van postacademisch onderwijs.
-----------------------------------
Opleidingscollege en stagemeesters
Prof. dr. M.J. Tassignon, UZ Antwerpen, coördinerend stagemeester
Ook prof. dr. R. De Keizer, dr. R.E.M. Smets, dr. C. Koppen, prof. dr. V. De Groot, dr. I. De Veuster, dr. J. Van Looveren, dr. J. Rozema en dr. T. Coeckelbergh, stafleden van de dienst oftalmologie van het UZ Antwerpen maken deel uit van het opleidingscollege.
|