|
Deze website wordt momenteel bijgewerkt
en heeft vooral betrekking op de regelgeving via de dienst geneeskundepraktijk en de erkenningscommissies (klinisch gedeelte van de opleiding).
In het academiejaar 2009-2010 ging de Master opleiding (ManaMa) in de Specialistische geneeskunde van start en sindsdien moet de GSO (nieuwe benaming ASO) zich inschrijven aan de Universiteit Antwerpen. Het betreft hier een opleiding van 120 SP. Meer informatie hierover volgt via een andere weg (onderwijsadministratie van de faculteit). Voor de ManaMa zal o.a. ook gebruik gemaakt worden van Blackboard.
Voor
de basisinformatie zie informatie voor alle specialismen (opleiding+ stageplan / statuut, vergoeding, verzekering / erkenning / buitenlanders / deontologie), wetgeving, vertegenwoordigers in de erkenningscommissies of sollicitatieprocedure).
Ministerieel Besluit (18 juli 1979) tot vaststelling van de erkenningscriteria
-----------------------------------
Basisopleiding en Hogere Opleiding
Duur opleiding: 6 jaar
-
De twee jaar heelkunde dienen verplicht gevolgd tijdens de eerste twee jaar.
-
Zo de ASO een researchmandaat van 2 jaar of 4 jaar bekomt kan dit voor 1 jaar in mindering gebracht worden in het klinisch gedeelte heelkunde als bewijs geleverd dat research heelkundig georiënteerd is.
Casusbespreking en teaching:
-
Casusbespreking wordt tijdens de eerste twee jaar heelkunde bij heelkunde gevolgd.
-
Basisopleiding: tijdens het tweede opleidingsjaar volgt de ASO een specifieke opleiding urologie met inbegrip van examen urologie (zie verder)
Vanaf 2001 geldt volgende regeling:
Tussentermen
In de truncus communis (de jaren heelkunde) wordt er een specifieke basisopleiding urologie ingericht. De ASO dient een academische basisopleiding 160u/jaar te volgen.
-
De erkenningscommissie aanvaardt 60 uren gevallenbespreking in de heelkundige dienst waar de ASO de opleiding vervult,
-
50 uur kan verworven worden uit het bijwonen van nationale en internationale urologische en heelkundige wetenschappelijke vergaderingen en ook door publicaties (maximum 10 uren, bv. toe te kennen als kandidaat 1ste auteur is van een urologische artikel in een peer review urologisch tijdschrift)
-
en tenslotte 50 uur welke worden ingericht als urologisch basisonderwijs interuniversitair en met medewerking van de perifere stagediensten over 6 volle dagen per jaar met een vooraf vastgelegd programma.
Tussenevaluatie: Evaluatie academisch gedeelte van de opleiding. Op het einde van het 2de jaar heelkunde dient de ASO deel te nemen aan het multiple choice examen, specifiek voor de ASO urologie dat wordt ingericht in aansluiting met de 6 lessen academische opleiding urologie. Hiervoor wordt leerstof gehaald uit Smith's General Urology waarvan de te kennen hoofdstukken worden aangeduid. Herkansing bij niet slagen is mogelijk door middel van mondeling examen (2 examinatoren elk van een andere dienst).
Eindtermen
De erkenningscommissie verwacht dat na 6 jaar opleiding de kandidaat voor erkenning urologische heelkunde probleemoplossend optreden heeft verworven, zijn optreden kan stoelen op wetenschappelijke basis, de nodige vaardigheden heeft aangeleerd en een correcte attitude heeft ontwikkeld.
De erkenningscommissie vraagt als criterium tot erkenning een theoretische proef bestaande uit het verplicht deelnemen en slagen in het schriftelijk examen van de European Board of Urology gedurende het laatste opleidingsjaar (zie verder). Bij niet slagen bestaat de mogelijkheid tot herkansing met een mondeling examen, afgenomen door een commissie van 3 leden, elk van een andere universiteit en een perifere stagemeester. Bij niet slagen in dit mondeling examen geeft de examencommissie een negatief advies dat voor verdere behandeling besproken wordt in de erkenningscommissie.
Voor het bekomen van de titel Fellow EAU dient ook een mondelinge proef afgelegd welke niet vereist wordt voor de erkenningscommissie urologie.
De erkenningscommissie urologie eist bovendien dat:
-
Jaarlijks een stageboekje wordt ingediend waarin de ASO een lijst moet bijhouden van de ingrepen die hij ieder jaar heeft uitgevoerd of waaraan hij heeft deelgenomen en van de seminaries, leergangen en andere didactische activiteiten die hij heeft bijgewoond. Aan elk stageboekje dient een samenvattend overzicht van de prestaties toegevoegd (modelformulier wordt toegezonden aan de GSO) evenals een verslag over het afgelopen stagejaar opgesteld door de ASO. Vanaf 2004 is een electronisch stageboekje beschikbaar.
-
Op het eind van de opleiding een algemene recapitulatie van de zelf uitgevoerde ingrepen wordt opgesteld.
-
De ASO bij zijn erkenningsaanvraag beschikt over minstens 1 wetenschappelijke mededeling of publicatie.
-
Aanvragen tot wijziging van stageplan minimum 4 m vóór de aanvang van de wijziging ingediend worden.
-
Maximaal 1 jaar buitenland tijdens de opleiding is mogelijk.
Voor de electronische versie van het stageboekje zie onderaan pagina (! OPGELET ! het adres dat in het electronisch stageboekje staat is het oude adres, stageboekjes moeten verzonden naar Victor Hortaplein)
-----------------------------------
Bijkomende opleidingen/examens
Pelvische reeducatie
European Board of Urology examen
-
Vorbereidende cursus jaarlijks te Rome voor pas erkende urologen en GSO in hun laatste jaar
-
ASO in opleiding kunnen jaarlijks meedoen aan een "in training examination"; dit gaat door op de eigen dienst, op hetzelfde ogenblik voor gans Europa; de resultaten worden centraal geëvalueerd.
-
Het examen is schriftelijk, in eigen taal, in elk land op dezelfde dag
-
Zo men geslaagd is in het schriftelijk examen kan men deelnemen aan het mondeling examen; op één plaats in Europa, in eigen taal
-
Zo men slaagt : Fellowship van de European Board of Urology.
Urologisch revalidatiearts
stagemeester: prof.dr. J.J. Wyndaele
2 bijkomende jaren voltijdse opleiding, waarvan 1 jaar tijdens de specialisatieopleiding mag genomen worden.
-----------------------------------
Opleidingscollege en stagemeesters
Prof. dr. J.J. Wyndaele, UZ Antwerpen, coördinerend stagemeester
De stafleden van de dienst urologie UZA maken deel uit van het opleidingscollege maar zijn geen erkend stagemeester
|