|
1.
Ons fundamenteel denken over diversiteit en onderwijs ontkent diversiteit als uitgangspunt.
2.
We erkennen diversiteit , maar blijven het moeilijk vinden om het als de norm in onderwijs te beschouwen.
3.
We erkennen diversiteit, enkel als conditie tot inpassing. Waardoor het meteen wordt gedevalueerd tot afwijking, achterstand, probleem, …
4.
Ons onderwijs wordt meer en meer een competitief, op “efficiency” en de markt gericht model. Daardoor wordt het uniformiserend en laat het weinig ruimte voor diversiteit.
5.
Diversiteit is een probleem en wordt best weggemoffeld.
6.
We slagen er nog onvoldoende in diversiteitscompetenties bij jongeren te ontwikkelen en om diversiteit echt te benutten in onderwijs.
7.
Om een sterk diversiteitsbeleid te kunnen voeren moeten scholen meer vrijheid/autonomie krijgen.
8.
Scholen zouden resoluut moeten kiezen voor grotere klasgroepen en met twee leerkrachten in de klas.
9.
Scholen moeten verplicht worden om een sterk diversiteitsbeleid uit te werken.
10.
Scholen moeten resoluut kiezen voor een meertalig onderwijsmodel.
11.
Scholen moeten resoluut kiezen voor plaatsen waar brede leer- en ontwikkelingsomgevingen worden gecreëerd, waarbij meerderen (leerlingen, ouders, buurtwerkingen, gezondheidszorg, tewerkstelling, …) als actieve actoren worden betrokken.
12.
Meer dan op de leerlingenprogressie van taal en rekenen moet de onderwijskwaliteit van scholen worden afgemeten aan criteria zoals leren samenwerking; creatieve ontwikkeling; kritisch nadenken; kunnen innoveren; creatieve leermethoden; leren van fouten; leren delen van ideeën; met verschillen kunnen omgaan; …
13.
Schoolteams en lerarenopleiders moeten meer worden geprofessionaliseerd om IN diversiteit te onderwijzen.
14.
Het beleid moet een krachtiger discours en beleid (met een scherpere visie dan doelgroepen en problemen) over diversiteit voeren.
15.
Het huidige toets- en examensysteem van de meeste scholen moet volledig worden hervormd naar een meer brede en continue assessment.
16.
Leerkrachtenteams hebben voldoende expertise en bewegingsvrijheid om met heterogene groepen om te gaan en in de klas te differentiëren.
17.
Werken aan diversiteitscompetenties bij leerlingen krijgt in de meeste scholen voldoende aandacht.
o
Akkoord?
o
Welke actie moet er worden ondernomen?
o
Op welk niveau moet er actie worden ondernomen?
|