|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Samenstelling
|
|
|
Krachtlijnen
|
Het onderzoek omvat de ecologie van aquatische ecosystemen en wetlands en de processen in de land-water overgang langsheen het rivier continuüm en de rivier-kustzee interactie. Studiegebieden gaan van kleine beken met een smalle oever tot grote stromen en vloedvlaktes en de estuaria. De studies zijn beschrijvend en experimenteel en worden geïntegreerd om de impact van verschillende beheersopties op functioneren en biodiversiteit in te schatten. Het ecohydrologisch onderzoek gaat de impact van kwaliteit en kwantiteit van grond- en oppervlaktewater na op wetlandvegetaties en vice versa en omvat plantenecologisch, biogeochemisch en hydrologische benaderingen. Het effect van verdroging en eutrofiëring op nutriëntbeschikbaarheid in bodem en water en vegetatie wordt bestudeerd evenals de rol van overstromingsgebieden als source of sink van nutriënten. Het aquatisch onderzoek is gericht op ecologische beoordeling van waterkwaliteit op basis van vissen, macroinvertebraten en macrofyten en het ontwikkelen van beoordelingsmethodes voor waterbodems, gebaseerd op de TRIADE benadering. De interactie tussen macrofyten en hydraulica van een rivier en de rol van macrofyten in de biogeochemie wordt in situ en experimenteel onderzocht. Het estuariene onderzoek is zeer vergelijkbaar met vorige topics maar is gericht op getijdengebieden. Speciale aandacht gaat naar de rol van schorren als source of sink van nutriënten en silica en het ontwikkelen van een ecosysteem model voor de Schelde met speciale aandacht voor de uitwisseling tussen schorren en het pelagiaal. Het luik ecosysteembeheer en integraal waterbeheer omvat projecten rond natuurherstel, zoals het opstellen van ecosysteemvisies voor beekvalleien, het ontwikkelen van een natuurherstelplan voor het Schelde estuarium. Hierbij wordt steeds gestreefd naar een systeembenadering en het omvat vaak de coördinatie van grotere onderzoeksprojecten. Er wordt ook gewerkt aan de methodologie voor de opmaak van bekkenbeheersplannen.
|
|
Website
|
http://www.ua.ac.be/ecobe
|
|
Projecten
|
Toon de projecten van deze onderzoeksgroep - Nieuwe perspectieven op de wereld: signaalverwerking voor het interpreteren van biogeochemische tijdreeksen. 01/09/2013 - 31/08/2015
| Abstract | Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds de federale overheid. UA levert aan de federale overheid de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract. | | Looptijd | 01/09/2013 - 31/08/2015 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Vaststellen van het maximal ecologisch potentieel/goed ecologisch potentieel voor kunstmatige en/of sterk veranderde Vlaamse waterlichamen – partim Desselse Zandputten. 01/02/2013 - 30/11/2013
| Abstract | Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds VMM. UA levert aan VMM de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract. | | Looptijd | 01/02/2013 - 30/11/2013 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- ECOPLAN: planning voor ecosysteemdiensten. 01/01/2013 - 31/12/2016
| Abstract | Het ECOPLAN PROJECT wil geïntegreerde methodes ontwikkelen voor de preciezere en beleidsrelevante waardering van ecosysteemdiensten die de impact van ecosysteemdiensten op het maatschappelijk welzijn kunnen inschatten. De maatschappij is immers afhankelijk van een brede waaier aan goederen en diensten die geleverd worden door natuurlijke ecosystemen. De belangrijkste uitdaging van het huidige milieu-, landgebruiken duurzaamheidbeleid is de verdere degradatie van ecosystemen te voorkomen en tegelijk te voldoen aan de toenemende vraag naar stedelijke groei en industrialisatie.
Ecosysteemonderzoek is tot nu toe vooral gericht op één specifieke sector of één specifieke ecosysteemdienst of ecosysteem. Daardoor zijn de voordelen van het ecosysteemdienst-concept als een geïntegreerd planningsconcept onderbelicht. Er is nood aan wetenschappelijk onderbouwde methodes die accurater zijn op een ruimtelijk detailniveau en aan een integratie-inspanning van een multidisciplinair onderzoeksteam. Verder wil men ook stakeholders betrekken bij het inventariseren, karteren, monitoren, kwantificeren en bepalen van vraag en aanbod aan ecosysteemdiensten. | | Looptijd | 01/01/2013 - 31/12/2016 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Ruimtelijke patroonvorming van macrofyten: een geïntegreerd model voor het beheer van laagland rivieren. 01/01/2013 - 31/12/2016
| Abstract | Hydro en morfodynamische modellen zijn een onmisbaar instrument voor rivierbeheerders. Bestaande modellen simuleren enkel de interacties tussen waterstroming, sedimenttransport en geomorfologische veranderingen van de rivierbodem. Waterplanten hebben in laagland rivieren echter een significante impact of deze processen. Ze beïnvloeden de waterkwaliteit en stroomsnelheid, kunnen overstromingsrisico''s verhogen (door verhoogde weerstand tegen waterstroming) en veranderen de rivierbodem. Daarom is het noodzakelijk waterplanten toe te voegen aan een riviermodel.
In dit onderzoek zal het bestaande hydrodynamische model STRIVE (STReam and River Ecosystem) worden uitgebreid om een instrument te hebben voor het beheer en herstel van rivieren met waterplanten. Eerst wordt een vegetatie module toegevoegd, deze beschrijft de ruimtelijke en temporele groei van waterplanten. Daarna wordt een transportmodule geïmplementeerd, deze simuleert sedimentatie in vegetatiepatches en erosie er naast. Data verzameld in het Nete bekken zullen worden gebruikt om beide modules te callibreren; ze bevatten informatie over vegetatiegroei, hydrodynamica en riviermorfologie.
Dit uitgebreide model zal gebruikt worden om het huidige maaibeheer van de Zwarte Nete te optimalizeren, waarbij het overstromingsrisico wordt verkleind en een maximale bedekking van planten wordt behouden. Dit zal resulteren in advies over het maaitijdstip en maaipatroon. Vervolgens wordt de impact van klimaatverandering onderzocht, door veranderende debieten. Modelsenarios zullen de gevolgen van veranderende debieten inschatten op overstromingen. | | Looptijd | 01/01/2013 - 31/12/2016 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Siliciumfertilisatie, gewasopbrengst en koolstofopslag: een nieuwe toepassing voor duurzaam beheer van agrosystemen. 01/01/2013 - 31/12/2016
| Abstract | Dit project betreft fundamenteel kennisgrensverleggend onderzoek gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-Vlaanderen. Het project werd betoelaagd na selectie door het bevoegde FWO-expertpanel. | | Looptijd | 01/01/2013 - 31/12/2016 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- De rol van biogeen silicium in waterplanten op de weerstand tegen hydrodynamisch stress. 01/01/2013 - 31/12/2013
| Abstract | Waterplanten ervaren hydrodynamische stress wanneer ze in stromende habitats groeien. Een deel van deze stress wordt ontweken door met de stroming mee te buigen, maar toch ervaren ze nog in grote mate trek- en buigkrachten op hun weefsels. Om tegelijkertijd sterk en toch flexibel te zijn, is een uitgebalanseerde verhouding tussen celulose en lignine nodig, twee klassieke sterktemoleculen in de celwanden. Deze componenten zijn echter energetisch duur en er wordt gehypothetiseerd dat silicium een goedkoop alternatief zou kunnen zijn voor cellulose en lignine. Silicium onderzoek in waterplanten is een relatief nieuw veld, maar de eerste onderzoeken tonen nu reeds dat de opname van Si door de planten verstrekkende gevolgen kan hebben voor zowel de plant als het aquatische ecosysteem en de siliciumcyclus. In dit onderzoek willen we de knowhow van beide teams bundelen om het gebruik van silicium als sterktecomponent in waterplanten op experimentele wijze aan te tonen. | | Looptijd | 01/01/2013 - 31/12/2013 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Kans op toestroming van vervuild grond- en oppervlaktewater vanuit het deelgebied "Steertse Heide" naar het kwetsbare natuurgebied "Grote Meer". 24/12/2012 - 24/12/2013
| Abstract | Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds INBO. UA levert aan INBO de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract. | | Looptijd | 24/12/2012 - 24/12/2013 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Interpreteren van bodemchemische analyses van bodemmonsters uit verschillende natuurgebieden in de provincie Drenthe. 22/10/2012 - 22/10/2013
| Abstract | Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds Prov. Drenthe. UA levert aan Prov. Drenthe de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract. | | Looptijd | 22/10/2012 - 22/10/2013 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Het systeem bodem onder druk van klimaat en landgebruiksveranderingen (SOGLO). 01/10/2012 - 30/09/2017
| Abstract | Ons onderzoeksconsortium stelt zich tot doel om beter inzicht te krijgen in de feedback tussen bodems enerzijds en sediment, nutriënten, water en koolstofomzetting anderzijds. We willen deze wisselwerking kwantificeren, in een zwaar door de mens beïnvloede context en over verschillende tijdsschalen (decennia tot millenia). Om dit ambitieuze doel te bereiken, beginnen we met de detailstudie van de interactie tussen deze bodemcomponenten over verschillende ruimtelijk en temporele schalen in specificiek
gekozen studiegebieden, waar de mens op v erschillende manieren ingrijpt in het landschap. | | Looptijd | 01/10/2012 - 30/09/2017 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Een Schelde-model uitgebreid met de effecten van de Rupel en van de sediment-water interactie met slikken en schorren in het zoetwatergetijdengebied. 01/10/2012 - 30/09/2016
| Abstract | Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds IWT. UA levert aan IWT de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract. | | Looptijd | 01/10/2012 - 30/09/2016 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Respons van schormoerassen op zeepiegelstijging: interacties tussen afsterven van vegetatie, waterstroming en sedimentatie. 01/10/2012 - 30/09/2016
| Abstract | Schorren zijn kustmoerassen die momenteel worden bedreigd door de globale zeespiegelstijging, al hebben ze een zeker vermogen om zich hieraan aan te passen door sedimentatie. In verschillende schorrengebieden in de wereld is de sedimentatiesnelheid echter kleiner dan de snelheid van zeespiegelstijging, wat leidt tot toenemende overstroming van de schorren, bijgevolg een toenemende stress voor de schorrenvegetatie, wat uiteindelijk kan resulteren in grootschalige afsterfte van de vegetatie. In dit project onderzoeken we de impact van vegetatiesterfte op de getijdenstromingen en sedimentatiepatronen in een schorre, die op hun beurt bepalend zijn voor het (on)vermogen voor hervestiging van de vegetatie. De hypothese wordt onderzocht dat een kritisch kantelpunt bestaat, nl. dat er een kritisch niveau van vegetatiesterfte is waarbij stromings- en sedimentatiepatronen zo significant worden veranderd dat de condities voor hervestiging van de vegetatie slechter en slechter worden, mogelijks resulterend in het definitief verlies van de schorrenvegetatie. In dit project kwantificeren we de effecten van verschillende spatio-temporele patronen van vegetatiesterfte op de stromings- en sedimentatiesnelheden in een schorre, op basis van een combinatie van methoden, waaronder teledetectie, hydrodynamische modellering, en veldexperimenten. Het project zal resulteren in nieuwe kennis die kan bijdragen tot een betere voorspelling van de reactie van schorren op zeespiegelstijging. | | Looptijd | 01/10/2012 - 30/09/2016 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Het effect van begrazing op de biologische siliciumbuffer in subarctische ecosystemen (Finnmark, Noord-Noorwegen). 01/10/2012 - 30/09/2014
| Abstract | De terrestrische silicium(Si)-export blijkt voor een groot deel gereguleerd te worden door de biologische lus in de terrestrische Si-cyclus. Het functioneren van deze "biologische Si-buffer" en zijn respons op menselijke activiteiten is echter weinig bestudeerd. Dit project is een pionierstudie in de kwantificering van de relatie tussen intensieve begrazing en het functioneren van de biologische Si-buffer in een subarctisch ecosysteem. Er wordt gewerkt op vier schalen, gaande van het plant-grazer niveau tot het niveau van de grote rivieren die uitmonden in het kustsysteem. De stocks en fluxen van Si worden steeds gekoppeld aan deze van N en P om het belang van de bagrazingseffecten voor zoetwater en mariene primaire productie te kunnen inschatten. | | Looptijd | 01/10/2012 - 30/09/2014 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Catastrofale omschakelingen gestuurd door biogeochemische processen: terugkoppelingsmechanismen in organische bodems. 01/10/2012 - 30/09/2013
| Abstract | Ondanks een toenemende vernatting van gedegradeerde laagvenen, in het kader van natuurherstel en koolstofvastlegging, blijven gewenste resultaten vaak achterwege. Dit project is gebaseerd op fundamenteel onderzoek naar terugkoppelingsmechanismen in veenbodems na degradatie, die voorkomen dat het systeem weer omslaat naar de initiële staat. De nadruk in dit onderzoek ligt op de rol van waterdynamiek, ijzerchemie en-toxiciteit, en vegetatie. | | Looptijd | 01/10/2012 - 30/09/2013 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Toetsingsopdracht in het kader van de opmaak van de IHD-rapporten. 01/10/2012 - 31/10/2012
| Abstract | De toetsing moet de IHD-overlegwerkgroep en de Vlaamse Regering garanderen dat zowel de aanpak van de kalibratie als de resultaten ervan van goede kwaliteit zijn en volstaan om op Vlaams niveau te streven naar een duurzame staat van instandhouding van de Europees te beschermen habitats en soorten, gegeven de criteria die de habitat- en de volgelrichtlijn daarvoor hanteren. | | Looptijd | 01/10/2012 - 31/10/2012 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Ontwikkeling van een leidraad voor het kwantificeren van ecosysteemdiensten in estuaria. 01/09/2012 - 31/12/2012
| Abstract | Om de economische waarde van de regulerende ecosysteemdiensten in een estuarium in te schatten, is eerst een goede identificatie en kwantificering van die diensten vereist. ECOBE zal voor regulerende diensten in eerste instantie een duidelijke identificatie doen, om vervolgens instrumenten aan te reiken voor een kwantificatie. De nodige data zullen verzameld worden voor een algemene kwantificatie, toepasbaar op verschillende West-Europese estuaria. | | Looptijd | 01/09/2012 - 31/12/2012 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Opstellen van een T2009-rapport Schelde-estuarium. 28/08/2012 - 27/06/2013
| Abstract | Uitvoeren van werkzaamheden, onderdeel "Waterkwaliteit" in het T2009-rapport en de evaluatie van de evaluatiemethodiek en de nota "Evaluatie van de evaluatiemethodiek". | | Looptijd | 28/08/2012 - 27/06/2013 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Analyse van bodemchemie in het vegetatiemeetnet van de provincie Drenthe. 15/08/2012 - 01/12/2013
| Abstract | Het doel van het beschrijven van de bodemchemische toestand samen met de samenstelling van de spontane vegetatie is het vastleggen van de huidige situatie. Hierdoor is het mogelijk om in de toekomst de effectiviteit van het gericht beleid op het vlak van de zogenaamde "ver"-thema''s (verdroging, verzuring, vermesting) te evalueren dan wel doelgericht interventiemaatregelen te kiezen. | | Looptijd | 15/08/2012 - 01/12/2013 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Ecotoopoppervlaktes en intactness index. 02/05/2012 - 31/12/2012
| Abstract | Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds de Vlaams-Nederlandse Scheldecommissie. UA levert aan de Vlaams-Nederlandse Scheldecommissie de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract. | | Looptijd | 02/05/2012 - 31/12/2012 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Onderzoek aan biogeochemie en experimenteele maatregelen voor herstel van beekdaltrilvenen. 01/05/2012 - 31/12/2015
| Abstract | Het onderzoek moet de kennis over de biogeochemie vergroten, deze in verband brengen met mogelijke herstelmaatregelen en met de microtopografie en inzicht geven in het nut van plaggen en het inbrengen van karakteristieke en veenvormende plantensoorten. Het onderzoek dient daarmee beheerders duidelijkheid te verschaffen over welke maatregelen naast het vernatten van
beekdalen zinvol zijn voor herstel van de biodiversiteit van beekdaltrilvenen en veenvormende systemen in beekdalen. | | Looptijd | 01/05/2012 - 31/12/2015 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Analyse van de bodemgemeenschappen en gerelateerde herstelmogelijkheden van heischraal grasland in Landschap De Liereman, in functie van natuurinrichting. 16/04/2012 - 15/08/2013
| Abstract | De studie kadert in het analyseren van de bodemgemeenschappen van percelen, kansrijk voor ontwikkeling van met name droge(re) heischrale graslanden in Landschap De Liereman. Dit onderzoek moet, in kennis van bodemchemische en vegetatiekundige karakteristieken van betrokken percelen en mede op basis van specifieke thematische kennis uit referentiegebieden in dezelfde biogeografische regio, leiden tot een praktisch voorstel inzake herstelingrepen, met betrekking tot (het enten van) bodemgemeenschappen. | | Looptijd | 16/04/2012 - 15/08/2013 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Aardobservatie voor het rechtstreeks in kaart brengen van regulerende ecosysteem diensten (ESSENSE). 01/02/2012 - 31/12/2013
| Abstract | Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds de federale overheid. UA levert aan de federale overheid de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract. | | Looptijd | 01/02/2012 - 31/12/2013 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Evaluatie en actualisatie van de handleiding 'Economische waardering van ecosysteemdiensten' en de online tool 'Natuurwaardeverkenner'. 01/02/2012 - 01/02/2013
| Abstract | Het doel van dit project is daarom om de handleiding ''Economische waardering van ecosysteemdiensten'' en de eerste versie van de online rekentooi ''Natuurwaardeverkenner'' te actualiseren, uit te breiden en gebruiksvriendelijker te maken. Omwille van de Europese en internationale belangstelling voor deze instrumenten (Europese Commissie, TEEB, ... ), is h€t verder ook
de bedoeling om onderdelen van de Natuurwaardeverkenner en eventueel ook (stukken van) de handleiding in het Engels te vertalen. | | Looptijd | 01/02/2012 - 01/02/2013 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Raming van de baten geleverd door het Vlaamse Natura 2000 netwerk. 03/01/2012 - 02/01/2013
| Abstract | Eind 2012 wil de Vlaamse overheid de habitatrichtlijngebieden op haar grondgebied definitief aanwijzen. Daarbij worden per Speciale Beschermingszone Instandhoudingsdoelen (IHD) gedefinieerd voor de Europees te beschermen habitats en soorten. Om deze IHD''s te realiseren moeten de nodige maatregelen genomen worden en dit vergt investerings- en beheerkosten. Anderzijds worden ook een heel aantal baten gegenereerd. Het in kaart brengen van deze baten is het voorwerp van deze opdracht. De schatting van de baten geleverd door NATURA 2000 gebieden is zowel vereist voor het geheel van de gebieden als op site-niveau. | | Looptijd | 03/01/2012 - 02/01/2013 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Interdisciplinair milieuonderzoek voor duurzaamheid en geïntegreerd beheer. 01/01/2012 - 31/12/2014
| Abstract | Interdisciplinaire onderzoekssamenwerking en -netwerking in het domein van de milieuwetenschappen. De beoogde onderzoeksclusters die in het samenwerkingsverband worden opgezet en uitgewerkt zijn "Milieu en Gezondheidsrisico''s", "Global change en Integraal land- en waterbeheer" waaronder waterbeheer, energie en klimaat, milieuzorg en duurzame ontwikkeling. | | Looptijd | 01/01/2012 - 31/12/2014 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Stoichiometrie van nutriënten in (sub)arctische ecosystem: een onderzoek naar recent ontdekte controlerende factoren. 01/01/2012 - 31/12/2014
| Abstract | Dit project betreft fundamenteel kennisgrensverleggend onderzoek gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-Vlaanderen. Het project werd betoelaagd na selectie door het bevoegde FWO-expertpanel. | | Looptijd | 01/01/2012 - 31/12/2014 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Relatieve impact van scheepsgolven versus natuurlijke waterbewegingen op de verstoring van intertidale ecosystemen in het Schelde-estuarium. 01/01/2012 - 31/12/2013
| Abstract | De relatieve impact van scheepsgolven op de intergetijdengebieden van het Schelde-estuarium wordt bestudeerd in verhouding tot de impact van natuurlijke windgolven en getijdenstromingen. Deze effecten worden gemeten in relatie tot verschillende scheepskenmerken, en op verschillende locaties langs het estuarium, om invloeden van plaatskenmerken na te gaan. De resultaten kunnen gebruikt worden als basis voor aanbevelingen om de impact van scheepvaart op het ecosysteem van de Schelde te beperken. | | Looptijd | 01/01/2012 - 31/12/2013 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Het effect van slikken en schorren op de nutriëntenhuishouding in het zoetwater getijdegebied; de Schelde als studiegebied. 01/01/2012 - 31/12/2012
| Abstract | Estuaria vormen de overgang van land naar zee en transporteren en transformeren tal van opgeloste en particulaire stoffen. Vele van deze stoffen kunnen echter tijdelijk worden gecapteerd in verschillende slikken en schorren, lateraal gelegen langsheen het estuarium met daarbij alle gevolgen voor de filterfunctie van een estuarium. De rol van de zoetwater getijdenzone is hier lange tijd onderkent geweest. Het doel van mijn onderzoek is het zogenaamde ''spiraling effect'' van nutriënten vanuit slikken en schorren voor het zoetwater getijdegebied van de Schelde te onderzoeken. Daarbij stel ik als hypothese dat de biogeochemische processen in slikken en schorren van de Schelde even belangrijk zijn als de pelagiale processen. Hierbij wordt de laterale uitwisseling met het schor (1) en de verticale sediment-water interactie op het slik (2) onderzocht. Vervolgens wordt hiermee een model (3) opgebouwd die voor het eerst de bijdrage van de biogeochemische processen vanuit zowel slik en schor incorporeert in het zoetwater getijdegebied. | | Looptijd | 01/01/2012 - 31/12/2012 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Ecohydrologische studie SBZ-H De Maten. 07/12/2011 - 06/12/2012
| Abstract | De studie heeft als doelstelling inzicht te verkrijgen in de ecosysteemwerking van het gebied De Maten, op basis waarvan een gefundeerde keuze van de ecologische visie kan gemaakt worden. Met ecologische visie wordt bedoeld: een verfijning naar lokatiekeuze van de in het gebied te realiseren instandhoudingsdoelstellingen - zijnde de habitatdoelstellingen en doelstellingen van de soorten. | | Looptijd | 07/12/2011 - 06/12/2012 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Onderzoek waterkwaliteit van vennen in geselecteerde natuurgebieden in de Regio Antwerpse Kempen. 01/12/2011 - 30/11/2013
| Abstract | Het doel van deze opdracht is het bepalen van de waterkwaliteit a.h.v. gedetailleerde analyses van geselecteerde vennen in het natuurreservaat de Kalmthoutse Heide, in het militair domein Klein Schietveld en in het domeinbos Wolfsheuvel. Deze vennen hebben als kwaliteitsdoel Natura 2000 habitattypes 3110 (Mineraalarme oligotrofe
wateren van de Atlantische zandvlakten) danwel 3160 (Dystrofe natuurlijke poelen en meren). Deze habitatypes hebben gemeen dat ze gekenmerkt zijn door (zeer) voedselarme omstandigheden en zeer gevoelig zijn voor de toevoer van voedingsstoffen van elders: atmosferische depositie van stikstof, instroom van landbouwwater en eventuele effecten van de heidebrand in Kalmthout in de voorzomer van 2011. | | Looptijd | 01/12/2011 - 30/11/2013 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Vaststellen van het maximaal ecologisch potentieel/goed ecologisch potentieel voor kunstmatige en/of sterk veranderde Vlaamse waterlichamen - partim De Gavers (Harelbeke). 30/11/2011 - 29/11/2012
| Abstract | Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds VMM. UA levert aan VMM de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract. | | Looptijd | 30/11/2011 - 29/11/2012 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Afronding bodemmonstername in de provincie Drenthe. 17/10/2011 - 17/10/2012
| Abstract | Het doel van het beschrijven van de bodemchemische toestand samen met de samenstelling van de spontane vegetatie is het vastleggen van de huidige situatie. Hierdoor is het mogelijk om in de toekomst de effectiviteit van gericht beleid op het vlak van de
zogenaamde "ver"-thema''s (verdroging, verzuring, vermesting) te evalueren. | | Looptijd | 17/10/2011 - 17/10/2012 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Kwantificering van drempelvoorwaarden voor landwaartse erosie en zeewaartse aangroei van schoroevers. 01/10/2011 - 30/09/2013
| Abstract | Dit project betreft fundamenteel kennisgrensverleggend onderzoek gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-Vlaanderen. Het project werd betoelaagd na selectie door het bevoegde FWO-expertpanel. | | Looptijd | 01/10/2011 - 30/09/2013 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Praktijkproef ontwikkeling heidevegetatie Dwingelderveld. 21/09/2011 - 31/12/2014
| Abstract | Het onderzoek betreft twee onderdelen: a) een uitgebreide praktijkproef waarin wordt onderzocht welke maatregelen het meest effectief zijn om zowel droge als natte heidevegetatie te herstellen op voormalige landbouwgronden, en b) een census van een aantal indicatorgroepen van geleedpotigen (insecten, spinnen) in het nieuw ingerichte gebied om te onderzoeken | | Looptijd | 21/09/2011 - 31/12/2014 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Nl Latemse Meersen - Monitoring Keuzemeersen (T=2) en Meersbeek (T=-1). 16/09/2011 - 15/09/2013
| Abstract | De monitoring binnen natuurinrichting is gericht op het nagaan van de effectiviteit van de maatregelen voor natuur die in het kader van de natuurinrichting worden uitgevoerd. Gezien het belang van het beheer voor de beoogde doelgemeenschappen kunnen de resultaten tevens belangrijk zijn om het beheer waar nodig bij te sturen of te optimaliseren. | | Looptijd | 16/09/2011 - 15/09/2013 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- KPP Westerschelde Evaluatiemethodiek: opdrachtverlening werkzaamheden fase 2 - evaluatiemethodiek Schelde estuarium. 18/08/2011 - 15/12/2011
| Abstract | Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds een privé-instelling. UA levert aan de privé-instelling de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract. | | Looptijd | 18/08/2011 - 15/12/2011 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Monitoring van adulte Culicoides langsheen de Zeeschelde op sites waar door W en Z in 2011 werken voorzien zijn, alsook voor larvale staalnames van Culicoides langsheen de volledige zoutgradiënt van de Schelde (CULIMON II). 01/05/2011 - 15/03/2012
| Abstract | Doel van het project is inzicht te verwerven in het optreden van overlast veroorzaakt door knijten onder de huidige omstandigheden en in de nabije toekomst bij de aanleg van overstromingsgebieden langsheen de Zeeschelde en haar zijrivieren. Daarnaast zullen eveutele maatregelen in beeld worden gebracht die kunnen bijdragen aan de vermindering van deze overlast. | | Looptijd | 01/05/2011 - 15/03/2012 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Studie naar de haalbaarheid van fytoremediatie gekoppeld aan het voorkomen van resuspensie van een met zware metalen verontreinigde waterbodem. 29/04/2011 - 28/04/2012
| Abstract | Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds de OVAM. UA levert aan de OVAM de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract. | | Looptijd | 29/04/2011 - 28/04/2012 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Ontwikkeling van droge heischrale graslanden in het zandlandschap. 01/04/2011 - 01/04/2013
| Abstract | Het onderzoek richt zich op de ontwikkeling van de vegetatie en bodembiota en op de bodemchemie van projecten waarin is, of wordt beoogd, landbouwgronden om te vormen naar droge heischrale graslanden met hun kenmerkende diversiteit.
Doel van het onderzoek is om antwoord te vinden op de vraag hoe gewenste plantensoorten het beste kunnen worden aangevoerd na herinrichting, op welke manier het bodemleven het beste kan worden hersteld en of deze technieken nog steeds toepasbaar zijn op terreinen die al langer geleden opnieuw zijn ingericht. | | Looptijd | 01/04/2011 - 01/04/2013 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Afrika op meso-schaal: adaptieve en geïntegreerde tools en strategieën voor beheer van natuurlijke hulpbronnen(AFROMAISON). 01/03/2011 - 28/02/2014
| Abstract | Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds EU. UA levert aan EU de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract. | | Looptijd | 01/03/2011 - 28/02/2014 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Onderzoek naar de gevolgen van het Sigmaplan, baggeractiviteiten en havenuitbreiding in de Zeeschelde op het milieu (Bestek 1 6EI/10/49 en 1 6EI/11/59) 01/02/2011 - 30/04/2014
| Abstract | Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds een privé-instelling. UA levert aan de privé-instelling de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract. | | Looptijd | 01/02/2011 - 30/04/2014 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Geactualiseerd Sigmaplan - Algemene Studies en Onderzoek - Rivierherstelplan Durmevallei 01/02/2011 - 31/01/2012
| Abstract | Dit project kadert in een dienstverleningsopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds IMDC nv. UA levert aan IMDC nv de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract. | | Looptijd | 01/02/2011 - 31/01/2012 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Studie t.b.h. aanleg van overstromingsgebieden en natuurgebieden in het kader van het Sigmaplan - t.h.v. Nete en Kleine Nete 01/02/2011 - 31/01/2012
| Abstract | In de instandhoudingdoelstellingen voor het Zeescheldebekken werd de claim van het schorareaal gekoppeld aan o.a. de export van opgelost silicium (DSi). De inrichting van gecontroleerde overstromingsgebieden moet binnen de marge van veiligheidsgarantie erop gericht zijn om maximaal aan de IHD''s te voldoen. De export van opgelost silicium maximaliseren is daarom een doelstelling, samen met de maximalisatie van andere ecosysteemfuncties zoals stikstofverwijdering,
beluchting, morfologische ontwikkeling en primaire productie. Deze functies zijn immers in min of meerdere mate aan elkaar gerelateerd. Daarnaast zijn nog andere aspecten van groot belang zoals de contaminatie door zware metalen. Om te weten
welke inrichtingsvoorwaarden daaraan voldoen wordt een instrument opgesteld dat toelaat de ecosysteemfuncties van GGG''s te voorspellen. De vraag dient beantwoord te worden hoe deze ecosysteemfuncties veranderen onder regimes van gereduceerd
getij. Een instrument wordt opgesteld dat toelaat om te voorspellen welke GGGscenario''s overeenstemmen met de invulling van een optimale combinatie van verschillende ecosysteemfuncties. | | Looptijd | 01/02/2011 - 31/01/2012 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Functioneren van rivierecosystemen door plant-stroming-bodem interacties. 01/01/2011 - 31/12/2015
| Abstract | Dit project betreft fundamenteel kennisgrensverleggend onderzoek gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-Vlaanderen. Het project werd betoelaagd na selectie door het bevoegde FWO-expertpanel. | | Looptijd | 01/01/2011 - 31/12/2015 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Functioneren van rivierecosystemen door plant-stroming-bodem interacties. 01/01/2011 - 31/12/2015
| Abstract | Dit project betreft fundamenteel kennisgrensverleggend onderzoek gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-Vlaanderen. Het project werd betoelaagd na selectie door het bevoegde FWO-expertpanel. | | Looptijd | 01/01/2011 - 31/12/2015 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Effect van in- en ontpolderen op hoogwaterpeilen in het Schelde-estuarium: historische effecten (1550-1800) als referentiemodel voor huidige beheersplannen. 01/01/2011 - 31/12/2012
| Abstract | Om het overstromingsrisico van de Schelde te doen dalen, worden valleigebieden ontpolderd. Er bestaan echter geen empirische data die de relatie tussen ontpolderingen en waterpeil reductie (~ overstromingsrisico) beschrijven. Als vergelijkingsmodel worden daarom de effecten van historische in- en ontpolderingen langs de Westerschelde (1550-1800) op het waterpeil langs de Vlaamse Zeeschelde bestudeerd, a.d.h.v. protisten (diatomeeën en thecaoeben). | | Looptijd | 01/01/2011 - 31/12/2012 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Efficiëntie en tenuitvoerlegging van groene infrastructuur. 22/12/2010 - 21/12/2011
| Abstract | Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds een privé-instelling. UA levert aan de privé-instelling de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract. | | Looptijd | 22/12/2010 - 21/12/2011 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Bevaarbaarheid Boven-Zeeschelde. Studie en technische ontwerpen. Scheldemeander Gentbrugge-Melle. 13/12/2010 - 31/12/2013
| Abstract | Deze opdracht heeft betrekking op de verbetering van de bevaarbaarheid op de Boven-Zeeschelde, en meer bepaald op de studie naar de gedeeltelijke scheiding van beroeps- en pleziervaart door middel van o.a. de bouw van een sluis voor schepen van CEMT klasse 11 ter hoogte van Melle. | | Looptijd | 13/12/2010 - 31/12/2013 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Effecten van maaibeheer op ontwikkeling van levensgemeenschappen van kleine zeggenmoerassen in beekdalen. 14/10/2010 - 01/12/2012
| Abstract | Het doel van het onderzoek is om te bepalen:
1°) Welke microstructuren en fauna voorkomen in grondwatergevoede mesotrofe zeggenmoerassen in samenhang met de beheerhistorie;
2°) Of in herstelsituaties van grondwatergevoede mesotrofe zeggenmoerassen zich microstructuren gaan ontwikkelen bij afwezigheid van maaibeheer en de netto-effecten van niet maaien op de ontwikkeling van de structuur en biota gunstig zijn t.o.v. zeggenmoerassen met maaibeheer. | | Looptijd | 14/10/2010 - 01/12/2012 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Impact van landgebruik op siliciumfluxen: een ecosysteem signatuurstudie. 01/10/2010 - 30/09/2014
| Abstract | Antropogene wijzingen in landgebruik hebben een sterke invloed hebben op bodemvorming, het voorkomen van biota en export van koolstof, stikstof en verweringsproducten. Kennis omtrent de biologische rol van silicium (Si) in deze context is daarentegen zeer beperkt. In dit onderzoek worden de effecten en interacties van verschillende types landgebruik op Si-cyclering en -export bestudeerd. Aan de hand van twee technieken (stabiele Si isotopen en sporenelementen/Si ratio) worden "Si-handtekeningen" opgesteld voor bovenstroomse bekkens in drie relevante landtypes in Vlaanderen (grasland, akkerland en bos). De signaturen worden vervolgens teruggezocht in benedenstroomse systemen; de koppeling gebeurt modelmatig. Finaal wordt Si-cyclering gelinkt met andere biogeochemische cycli (C, N, P). | | Looptijd | 01/10/2010 - 30/09/2014 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Het effect van begrazing op de biologische siliciumbuffer in subarctische ecosystemen (Finnmark, Noord-Noorwegen). 01/10/2010 - 30/09/2012
| Abstract | De terrestrische silicium(Si)-export blijkt voor een groot deel gereguleerd te worden door de biologische lus in de terrestrische Si-cyclus. Het functioneren van deze "biologische Si-buffer" en zijn respons op menselijke activiteiten is echter weinig bestudeerd. Dit project is een pionierstudie in de kwantificering van de relatie tussen intensieve begrazing en het functioneren van de biologische Si-buffer in een subarctisch ecosysteem. Er wordt gewerkt op vier schalen, gaande van het plant-grazer niveau tot het niveau van de grote rivieren die uitmonden in het kustsysteem. De stocks en fluxen van Si worden steeds gekoppeld aan deze van N en P om het belang van de bagrazingseffecten voor zoetwater en mariene primaire productie te kunnen inschatten. | | Looptijd | 01/10/2010 - 30/09/2012 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Kwantificering van drempelvoorwaarden voor landwaartse erosie en zeewaartse aangroei van schoroevers. 01/10/2010 - 30/09/2011
| Abstract | Dit project betreft fundamenteel kennisgrensverleggend onderzoek gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-Vlaanderen. Het project werd betoelaagd na selectie door het bevoegde FWO-expertpanel. | | Looptijd | 01/10/2010 - 30/09/2011 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Opmaak van een studie over ecosysteemdiensten van de Zwinstreek in het kader van het REECZ. 01/09/2010 - 31/12/2011
| Abstract | Deze studie zal op twee schaalniveaus werken:
- op niveau van de Zwinstreek een analyse maken van ecosysteemdiensten;
- de ecosysteemdiensten van het Zwin-natuurcomplex meer in detail bestuderen gekaderd in het functioneren van het omliggende landschap. | | Looptijd | 01/09/2010 - 31/12/2011 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- De impact van klimaatveranderingen op kustwetlands 31/08/2010 - 28/02/2011
| Abstract | Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds Erasmus Mundus - EADIC. UA levert aan Erasmus Mundus - EADIC de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract. | | Looptijd | 31/08/2010 - 28/02/2011 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- De impact van klimaatveranderingen op kustwetlands. 30/08/2010 - 29/06/2013
| Abstract | Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds EDCTP. UA levert aan EDCTP de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract. | | Looptijd | 30/08/2010 - 29/06/2013 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Bepalen en voorspellen van de impact van belangrijke milieustressoren op de functies en biodiversiteit van zoetwaterecosystemen 03/08/2010 - 02/06/2013
| Abstract | Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds Erasmus Mundus - CONNEC. UA levert aan Erasmus Mundus - CONNEC de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract. | | Looptijd | 03/08/2010 - 02/06/2013 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Bodemmonstername in de provincie Drenthe. 15/07/2010 - 15/10/2010
| Abstract | Het doel van het beschrijven van de bodemchemisch toestand samen met de samenstelling van de spontane vegetatie is het vastleggen van de huidige situatie. Hierdoor is het mogelijk om in de toekomst de effectiviteit van gericht beleid op het vlak van de zogenaamde "ver"-thema''s (verdroging, verzuring, vermesting) te evalueren. | | Looptijd | 15/07/2010 - 15/10/2010 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- De reactiviteit van biogeen Si in terrestrische ecosystemen: een cruciaal hiaat in de kennis van aquatisch-terrestrisch koppeling in de siliciumcyclus en gekoppelde C-sinks. 01/07/2010 - 31/12/2014
| Abstract | Dit project beoogt de kwantificatie van de reactiviteit van de bio-Si buffer in verschillende ecosystemen en op verschillende schaalniveaus. Een innovatieve extractiemethode wordt hiertoe ontwikkeld en gedetailleerde dissolutie-experimenten uitgevoerd. Met dit innoverend opzet vullen we een cruciaal hiaat op in de kennis van aquatisch-terrestrisch koppeling in de biogeochemische siliciumcyclus en de gekoppelde C-sinks. | | Looptijd | 01/07/2010 - 31/12/2014 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Bevordering Binnenvaart - Zeeschelde. Studie bevaarbaarheid van de Boven-Zeeschelde en Zuidelijk vak Ringvaart voor klasse Va-schepen. 01/04/2010 - 31/03/2011
| Abstract | Dit project heeft betrekking op de bevaarbaarheid van de Boven-Zeeschelde voor schepen van categorie Va. Om deze bevaarbaarheid mogelijk te maken dienen verschillende aspecten te worden bestudeerd:
- manoevreerbaarheid - breedte, bochten, platen, obstakels en dynamiek van de rivier - sedimentatie / erosie
- doorvaarhoogte bruggen - aanpassingen
- bebakening - signalisatie, radarreflectoren - vaarkaarten
- andere relevante bestaande infrastructuur - aanmeerplaatsen, kades
- interactie beroepsvaart - pleziervaart | | Looptijd | 01/04/2010 - 31/03/2011 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Ontwikkeling evaluatiemethodiek ten behoeve van de systeemmonitoring Schelde estuarium. 01/03/2010 - 01/09/2010
| Abstract | In de Ontwikkelingsschets-2010 Schelde-estuarium (OS2010) van 11 maart 2005 zijn door de Nederlandse en Vlaamse regering besluiten genomen betreffende de uitvoering van een groot aantal projecten in het Schelde-estuarium. Voor de projecten op het gebied van veiligheid tegen overstromen, toegankelijkheid en natuurlijkheid zijn specifieke besluiten genomen voor het uitvoeren van monitoring. In het kader van het verdrag over Gemeenschappelijk Beleid en Beheer werd vervolgens besloten om te komen tot één gezamenlijk monitoringprogramma. In deze studie wordt een evaluatiemethode opgesteld voor dit monitoringsprogramma.
Definitie evaluatiemethodiek: hoe moeten de gegevens van de Vlaams-Nederlandse systeemmonitoring Schelde-estuarium verwerkt worden tot resultaten die een antwoord geven op of een bijdrage leveren aan de (maatschappelijke) vragen van beleid, beheer, belanghebbende en betrokkenen bij het Schelde-estuarium.
De evaluatiemethodiek zal uiteindelijk bestaan uit een combinatie van modellen, andere methodieken als statistiek en experten oordeel.
Gezien de complexheid van de materie, de nodige helderheid voor de procesgang en vanuit ervaringen met MOVE is verder besloten nu al een evaluatiemethodiek voor het toekomstige monitoringprogramma op te stellen. Deze methodiek moet door Nederland en Vlaanderen worden gedragen. Het monitoring programma van 10 oktober 2008 is uitgangspunt voor de evaluatiemethodiek. Met de methodiek zal om de 6 jaar een evaluatie van het functioneren van het hele systeem Schelde-estuarium worden uitgevoerd.
Opdrachtgever voor de ontwikkeling van de evaluatiemethodiek is de Vlaams - Nederlandse Schelde Commissie (VNSC), vertegenwoordigd door de Stuurgroep O&M. | | Looptijd | 01/03/2010 - 01/09/2010 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Onderzoek van het ecologisch potentieel van graslanden in de regio Antwerpse Kempen. 01/02/2010 - 31/12/2010
| Abstract | Het Agentschap voor Natuur en Bos beheert diverse domeinen in de Antwerpse Kempen die een uitgestrekt graslandareaal kennen. Om het beheer te optimaliseren en eventuele inrichtingsmaatregelen te plannen is het noodzakelijk om de potenties van de graslanden te kennen. Het doel van deze opdracht is dan ook om op basis van de huidige biotiek, een inventarisatie van de belangrijkste abiotische parameters en specifieke randvoorwaarden de maximale potenties te bepalen en aan te geven op welke wijze deze te bereiken zijn. | | Looptijd | 01/02/2010 - 31/12/2010 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Koppeling van optische beeldverwerving en 2D-modellering voor studie aan ruimtelijke heterogeniteit in begroeide beken en rivieren. 01/01/2010 - 31/12/2013
| Abstract | Het hoofddoel van dit project is het ontwikkelen en toepassen van nieuwe gebiedsdekkende optische meettechnieken met hoge ruimtelijke en temporele resoluties voor karakterisering van plantstromingsinteracties in rivierecosystemen en het geïntegreerde gebruik ervan in te ontwikkelen 2D-numerieke modellering binnen het STRIVE-pakket (het beschikbare rivierecosysteemmodel).
Twee onderzoeksvelden worden onderscheiden: het hydraulische gericht op stroming, het biologische gericht op macrofyten. | | Looptijd | 01/01/2010 - 31/12/2013 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Evolutie van getijdenrivieren (TIDE). 01/01/2010 - 31/03/2013
| Abstract | Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds Interreg. UA levert aan Interreg de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract. | | Looptijd | 01/01/2010 - 31/03/2013 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Hot-spots in biologische transformatie van silica (Hobits). 01/01/2010 - 31/12/2012
| Abstract | Dit onderzoek moet leiden tot een beter inzicht in de biologische buffer voor silicium in tropische ecosystemen. Het project richt zich op grote tropische wetlands: de Okavango Delta (Botswana) en de Fly River (Papua New Guinea), waar een intense biologische cyclering van silicium plaatsvindt. Het onderzoek past binnen het groeiende besef dat de siliciumcyclus op globale en lokale schaal gecontroleerd wordt door biota, en niet enkel door minerale verwering. Een onvoldoende kennis van deze biologische Si buffer verhindert de correcte kwantificering van geassocieerde mariene en terrestrische koolstofopslag. | | Looptijd | 01/01/2010 - 31/12/2012 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Performantie van veenvormende plantensoorten onder veranderende omstandigheden. 01/01/2010 - 31/12/2011
| Abstract | Het project beoogt het effect van veranderingen in verschillende hydrochemische parameters op concurentieverhoudingen tussen veenvormende plantensoorten onder veldcondities te onderzoeken. De respons van typische veenvormende plantensoorten zal vergeleken worden met die van algemene wetlandsoorten. Drie mogelijke bottle-necks zullen worden onderzocht: kieming, vestiging van kiemplanten en concurrentie op adulte leeftijd. | | Looptijd | 01/01/2010 - 31/12/2011 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Pilotstudie herstel veenvorming. 21/12/2009 - 01/09/2010
| Abstract | Kennis over de herstelmogelijkheden en -technieken van veenvormende begroeiingen in beekdalen is zeer schaars. Het doel van de pilotstudie is dan ook om:
¿ meer inzicht te krijgen in sturende factoren in hydrologie, biogeochemie, biotiek en beheer in huidige Nederlandse beekdalen;
¿ adviezen geven over herstel- en beheerstrategieën
¿ aangeven welke belangrijke kennislacunes nog spelen en welk onderzoek hiervoor nodig is. | | Looptijd | 21/12/2009 - 01/09/2010 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Belgische ecosysteemdiensten: een nieuwe visie voor de interacties maatschappij-natuur (BEES). 15/12/2009 - 31/01/2012
| Abstract | Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds de federale overheid. UA levert aan de federale overheid de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract. | | Looptijd | 15/12/2009 - 31/01/2012 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Ecosystem services of Freshwater systems (ECOFRESH). 15/12/2009 - 31/01/2012
| Abstract | Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds de federale overheid. UA levert aan de federale overheid de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract. | | Looptijd | 15/12/2009 - 31/01/2012 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Effecten van onderhoud waterlopen op hergroei, biomassa en mogelijke bijsturing naar efficiëntere en goedkopere werkwijze. 04/12/2009 - 31/10/2010
| Abstract | Een toegenomen hoeveelheid waterplanten, o.a. als gevolg van de verbeterde waterkwaliteit in combinatie met hoge stikstof-en fosforconcentraties, stuwt het water in onze waterlopen op. Landbouwers wensen daarom vaker een kruidruiming wat hogere kosten voor de waterbeheerder met zich meebrengt. In het Netebekken zijn echter een aantal waterlopen beschermd d.m.v. de Europese Habitatrichtlijn. Een aantal vissoorten moeten beschermd worden en ook de waterplanten in de waterloop hebben een hoge ecologische waarde. Kruidruimingen, zeker in het voorjaar en in de zomer, hebben een negatieve impact op de beschermde waterplanten en vissen. Door het regelmatig verwijderen van waterplanten kan het bovendien zijn dat de snelgroeiende soorten er juist hun voordeel uithalen waardoor de biomassa en de opstuwing nog meer zullen toenemen zodat het uiteindelijke doel van het beheer teniet gedaan wordt. Vandaar dat er nood is aan meer informatie over het effect van kruidverwijderingen op de soortensamenstelling en op de hergroei. Daarnaast zal het al dan niet verwijderen van vegetatie een groot effect hebben op de sedimentdynamiek. In het algemeen kan er gesteld worden dat de rivierbedding stabieler is in aanwezigheid van waterplanten. Op deze manier kan er voorkomen worden dat er sediment in suspensie komt zodat slibruimingen ook worden vermeden.
Met dit onderzoek willen we enkele antwoorden bieden op praktische problemen gedurende kruidruimingen in de waterlopen van het Netebekken:
-Wat is het effect van kruidruimingen op biomassa en diversiteit van waterplantensoorten?
-Hebben kruidruimingen vroeg in het vegetatieseizoen hetzelfde effect op de soortensamenstelling als later uitgevoerde kruidruimingen?
-Wat is het effect van kruidruimingen op het vis- en macro-invertebraten bestand?
-Hoe snel is de hergroei na een kruidruiming?
-Hoe groot is het aandeel van het volume verwijderde biomassa op de waterstanddaling in vergelijking met het aandeel van weerstandsverlaging? | | Looptijd | 04/12/2009 - 31/10/2010 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Estuarien morfologisch beheer voor optimalisering van overstromingspreventie, haventoegankelijkheid, en ecologie 01/12/2009 - 30/11/2013
| Abstract | In dit project worden de mogelijkheden onderzocht om via morfologisch beheer van het Schelde estuarium (door strategisch baggeren en storten van sediment) de 3 hoofdfuncties van het estuarium gezamenlijk te optimaliseren:
1) Het estuarium moet bescherming bieden tegen overstromingen in de dichtbevolkte gebieden langs het estuarium. Morfologische ingrepen moeten leiden tot een optimale afremming van de landwaartse voortplanting van getijdengolven, stormvloeden, en zeespiegelstijging, en moeten bijgevolg bijdragen aan de bescherling tegen overstromingen.
2) Het estuarium moet toegang bieden voor zeescheepvaart naar de Antwerpse haven. Morfologische ingrepen moeten er op gericht zijn om de getijdenstroming te concentreren naar de vaargeulen en zodoende het zelf-eroderende vermogen van de geulen te maximaliseren.
3) Het estuarium herbergt Europees beschermde ecosystemen. Morfologische ingrepen moeten er op gericht zijn om de variatie in estuariene habitats te garanderen.
Dit wordt onderzocht door gekoppelde hydrodynamische, geomorfologische, en ecologische modellering. | | Looptijd | 01/12/2009 - 30/11/2013 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Impact van verontreinigende sedimenten op de ecologische toestand in de Antwerpse havendokken. 01/12/2009 - 30/11/2013
| Abstract | ECOBE en het Havenbedrijf verbinden er zich toe om een samenwerking op te zetten rond de uitwerking en verdieping van onderzoek naar de impact van verontreinigende sedimenten op de ecologische toestand in de Antwerpse havendokken, in het bijzonder inzake de verbanden tussen enerzijds het behalen van een goed ecologisch potentieel in de havendokken en anderzijds het voorkomen van toxische stoffen in de sedimenten van de Antwerpse havendokken en resuspensie van sedimenten ten gevolge van scheepvaart en baggeractiviteiten. | | Looptijd | 01/12/2009 - 30/11/2013 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Interacties tussen hydrodynamica, geomorfologie en ecologie in het Schelde-estuarium 01/12/2009 - 30/11/2013
| Abstract | Dit onderzoeksproject richt zich op het morfologisch beheer van het Schelde-estuarium, met nadruk op de interacties tussen menselijke ingrepen, hydrodynamica, geomorfologie en ecologie.
Meerbepaald worden in dit project de processen onderzocht die verantwoordelijk zijn voor de laterale erosie en aangroei van schoroevers. Daarbij wordt speciale aandacht besteed aan:
1) de relatieve impact van menselijke factoren (scheepsgolven) en natuurlijke factoren (windgolven enz.) op de erosie of aangroei van schoroevers.
2) de potentiële rol van vegetatie als duurzame en kost-efficiënte bescherming tegen oevererosie. | | Looptijd | 01/12/2009 - 30/11/2013 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Ecoplan. 01/12/2009 - 30/11/2010
| Abstract | Het concept ecosysteemdiensten heeft een enorm potentieel om te komen tot een onderbouwd en duurzaam beheer van onze open ruimte en natuurlandschappen. Het vinden van een balans tussen ecocentrische en antropocentrische belangen is altijd al een moeilijke oefening geweest. Het concept ecosysteem diensten toont aan dat deze tegenstelling slechts schijn is. Het beschouwen van natuur en landschappen als producenten van ecosysteemdiensten is een veelbelovend concept dat ons in staat stelt om natuur en landschap te waarderen. Het concept ecosysteemdiensten biedt een uniek kader waarbinnen men de verschillende sociale, economische en omgevingsaspecten kan samenbrengen en integreren. De economische waardering van ecosysteemdiensten biedt bovendien duidelijk mogelijkheden om het maatschappelijke en economische belang van ecosystemen in rekening te brengen. Een dergelijke waardering van ecosysteemdiensten is enkel mogelijk indien deze geschoeid is op een grondige kennisbasis. Zowel de maatschappelijke vraag naar ecosystemen als de ecologische mechanismen die de ES leveren zijn onderhevig aan een grote variabiliteit en heterogeniteit.
De doelstelling van dit project is het mobiliseren van een maatschappelijk brede gebruikersgroep waarvoor het concept ecosysteemdiensten van belang kan zijn voor een betere onderbouwing van besluitvorming inzake planning, advisering en uitvoering van natuurontwikkelingsprojecten, grote infrastructuurprojecten, ruimtelijke planning en waterbeheer die een invloed kunnen hebben op de levering van ecosysteemdiensten. De noden en behoeften vanuit deze gebruikersgroep moeten vervolgens geconcretiseerd worden in onderzoeksvragen. Welke kennis en techniek is nodig en welk (onderzoeks)traject kan gevolgd worden om hieraan invulling te geven. Prioritering van de onderzoeksvragen in functie van maatschappelijk belang, de haalbaarheid van het (onderzoeks)traject en de synergie tussen de onderzoekstrajecten.
Dit moet dan leiden tot het ontwikkelen van een robuuste methodiek om vraag en aanbod van ecosysteemdiensten te identificeren, kwantificeren en monetariseren op een ruimtelijk gedifferentieerde manier. De aanpak en uitwerking kan specifiek zijn, in functie van de ecologische processen en mechanismen die ten grondslag liggen aan de levering van een bepaalde ecosysteemdienst. | | Looptijd | 01/12/2009 - 30/11/2010 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Monitoringplan voor een experiment met niet maaien in moerasdelen van de Drentse AA. 01/12/2009 - 30/09/2010
| Abstract | Het doel van dit onderzoeksproject, dat zich alleen richt op de onderdelen vegetatie en maaiveldhoogte, is het vergelijken van de effecten van al dan niet maaien op vegetatiesamenstelling en maaiveldhoogte in een drietal deelgebieden in de Drentse AA na 1 jaar. | | Looptijd | 01/12/2009 - 30/09/2010 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Vooronderzoek beschermde vissoorten in Kleine Hoofdgracht in Balen. 16/10/2009 - 31/12/2009
| Abstract | Het vooronderzoek bepaalt de huidige densiteit aan vissen en beschrijft het aanwezige habitat, beide in vaste trajecten om opvolging mogelijk te maken. In dit plan van aanpak bespreken we de methodiek die we hierbij wensen toe te passen, waarbij we reeds de basis wensen te leggen voor de latere geplande monitoring. | | Looptijd | 16/10/2009 - 31/12/2009 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Onderzoek naar de gevolgen van het Sigmaplan, baggeractiviteiten en havenuitbreiding in de Zeeschelde op het milieu. 12/10/2009 - 11/01/2011
| Abstract | De Schelde is een estuarium met vele functies: naast zijn belangrijke ecologische functie (bv. als broed- en foerageergebied voor vis, schelpdieren, vogels,enz), is het een belangrijke vaarroute (bv. naar de Antwerpse haven) en dienen dichtbevolkte woongebieden langs de Schelde te worden beschermd tegen stormvloeden (bv. overstromingen 1953, 1976,enz). Duurzaam beheer van het Schelde-estuarium is enkel mogelijk indien deze functies goed op elkaar zijn afgestemd. Dit project onderzoekt de effecten van menselijke ingrepen, zoals de aanleg van gecontroleerde overstromingsgebieden, baggeren en havenuitbreiding, op het natuurlijke milieu van de Zeeschelde (= Vlaamse deel Schelde-estuarium). In het huidige project worden specifiek de sedimentatie/erosieprocessen bestudeerd in een recent aangelegd overstromingsgebied (Lippenbroek, Hamme). | | Looptijd | 12/10/2009 - 11/01/2011 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Integratie van de biologische siliciumbuffer in biogeochemische modellen. 01/10/2009 - 30/09/2013
| Abstract | Dit project is een gedetailleerde pionierstudie van de tot op heden ongekende reactiviteit van ecosysteemgebonden silicium in de bodem. De reactiviteit wordt gekwantificeerd door toepassing van een innovatieve extractiemethode en door middel van gedetailleerde dissolutie-experimenten. Ze wordt bestudeerd in een reeks van bio-Si hotspots (graslanden, bossen, wetlands) alsook in antropogeen beïnvloede systemen (akkerland). De detailstudie van de reactiviteit is een noodzakelijke voorwaarde voor de incorporatie van deze buffer in biogeochemische modellen op bekkenschaal en lokale schaal. | | Looptijd | 01/10/2009 - 30/09/2013 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- De biogeochemische cyclus van zware metalen in natuurlijke zoetwaterschorren en gecontroleerde overstromingsgebieden. 01/10/2009 - 31/12/2012
| Abstract | Als overgangsgebieden tussen land en zee herbergen estuaria specifieke en waardevolle ecosystemen en fungeren vaak als filter voor de door menselijke activiteiten verhoogde vracht van nutriënten en verontreinigende stoffen. Hierbinnen spelen intertidale gebieden een belangrijke rol. Door de geplande Gecontroleerde OverstromingsGebieden met Gecontroleerd Gereduceerd Getij (GGG) onder invloed van de getijdenwerking te plaatsen kan het areaal aan de natuurlijke intertidale gebieden uitgebreid worden. Binnen het pilootproject GGG Lippenbroek en mesocosmosopstelling in Kruibeke wordt beoogd het effect van de aanwezige contaminatie van zware metalen in kaart te brengen. De nadruk wordt gelegd op biobeschikbaarheid en de interactie met biota. De metaalcyclus vanaf opname door planten tot decompositie zal worden onderzocht. Hierbij wordt het GGG vergeleken met ingepolderde gebieden en natuurlijke slikken en schorren. | | Looptijd | 01/10/2009 - 31/12/2012 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Macrofytenpatches als biogeochemische hotspots: impact op waterkwaliteit van rivieren? 01/10/2009 - 30/09/2011
| Abstract | Macrofytenpatches als biogeochemische hotspots: impact op waterkwaliteit van rivieren?
1. Probleemstelling
In aquatische ecosystemen zijn waterplanten (macrofyten) belangrijk voor de structurele biodiversiteit. Als primaire producenten zijn zij van levensbelang voor zeer veel organismen. Ook op systeemniveau spelen macrofyten een zeer belangrijke rol. De processen die hierbij belangrijk zijn en de omstandigheden waaronder deze plaatsvinden zijn echter onvoldoende gekend. Toch is een goede kennis belangrijk om bijvoorbeeld juiste beleidsdaden te kunnen nemen m.b.t. de verbetering van onze oppervlaktewateren. Bovendien impliceert hun aanwezigheid ook grote invloeden naar de ganse hydraulica toe. Macrofyten hebben als "ecological engineers" een directe invloed op stroomsnelheidspatronen en patronen in sedimentatie en erosie. Veranderingen in deze patronen hebben een rechtstreekse invloed op de biodiversiteit.
2. Doelstelling
Het is de bedoeling het basisidee te testen of macrofytenpatches in een waterloop biogeochemische hotspots zijn. Er zijn immers sterke indicaties dat de processen in de bodem onder macrofytenpatches een grotere impact hebben op de waterkwaliteit dan de tot hiertoe onderzochte pelagische processen. Om deze hypothese te toetsen zijn er drie onderzoeksvragen vooropgesteld:
1) Bestaan er biogeochemische hotspots in macrofytenpatches en welke is hun kwantiteit?
2) Welke maximale breedtes en lengtes kunnen patches onder gegeven omstandigheden aannemen?
3) Wat is theoretisch de totale maximale oppervlakte die patches kunnen innemen in een stuk waterloop onder gegeven omstandigheden (en wat is het totale effect van deze patches op waterkwaliteit)?
3. Methodiek en technologie
Onderzoeksvraag 1) zal beantwoord worden door data te verzamelen in het veld. In nauwkeurig gekozen patches zal het organische materiaal gekarakteriseerd worden en denitrificatie- en siliciumprocessen als proxi opgevolgd worden. Al deze data worden dan rechtsreeks gekoppeld aan patronen van stroomsnelheid, sedimentatie en erosie in en rond de patch. Hierbij komen veldwerktechnische aspecten aan bod (stroomsnelheidmetingen, meten van denitrificatie in situ, staalname, labotechnieken voor analyse,¿). De resultaten worden achteraf zowel met een diagenetisch model als statistisch geanalyseerd.
Onderzoeksvraag 2) zal beantwoord worden aan de hand van de resultaten van in situ experimenten. Hierbij worden in bestaande waterlopen flumes gecreëerd waarin de limiterende factoren (stroomsnelheid, erosie-sedimentatie) voor patchgroei worden gekwantificeerd. Ook worden de dimensies van een groot aantal patches opgemeten ter vergelijking met de flume experimenten.
Onderzoeksvraag 3) wordt modelmatig benaderd met het Delft3D-model. De data van onderzoeksvraag 1 zullen het model kalibreren, de data van onderzoeksvraag 2 zullen het model valideren. Met dit model willen we de impact van macrofytenpatches op waterkwaliteit schatten voor grotere riviertrajecten (100-1000 m). | | Looptijd | 01/10/2009 - 30/09/2011 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Impact van macrofyten op de biobeschikbaarheid van metalen aanwezig in riviersedimenten. 01/10/2009 - 31/05/2010
| Abstract | De algemene doelstelling van dit onderzoek is om inzicht te verkrijgen in de interactie tussen de dynamiek van macrofyten,
sedimenten en zware metalen, en de impact hiervan op de waterkwaliteit. Deze centrale vraagstelling wordt aangevuld met
het inschatten van de impact van een bijkomende druk in de vorm van verhoogde zoutconcentraties. | | Looptijd | 01/10/2009 - 31/05/2010 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Natuurontwikkelingsproject Biscopveld - Expertenadvies prioritair ven en heideherstel. 15/09/2009 - 30/01/2011
| Abstract | Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds B-Ware. UA levert aan B-Ware de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract. | | Looptijd | 15/09/2009 - 30/01/2011 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Opmaak van een vegetatiekaart voor het projectgebied Ruggeveld - Boterlaar - Silsburg. 03/09/2009 - 27/11/2009
| Abstract | De stad Antwerpen heeft voor het gebied Ruggeveld¿Boterlaar-Silsburg (Oosten van Deurne) de ambitie om een landschappelijk park te ontwikkelen. Dit park is een onderdeel van de groene vinger van de Schijnvallei die vanaf Wommelgem-Wijnegem stedelijk Antwerpen binnendringt. Omdat natuurontwikkeling hierbij een belangrijk onderdeel vormt en er belangrijke natuurwaarden aanwezig zijn in het gebied, werd een opdracht tot de opmaak van een vegetatie- en landschapskaart uitgeschreven. Het belangrijkste doel hiervan is om de aanwezige vegetatie en landschapselementen in kaart te brengen en een reeks randvoorwaarden ervan te beschrijven. De conclusies van deze inventarisatie moeten direct bruikbaar zijn bij het opstellen van de verdere ontwikkelingsplannen voor het gebied.
De onderzoeksgroep Ecosysteembeheer voert hiervoor een uitgebreide veldkartering uit en gebruikt die samen met haar ruime gebiedskennis om alle aanwezige waarden en potenties te lokaliseren. Voor alle ecotopen worden aandachtspunten beschreven om een optimaal samengaan tussen de ecologische waarden en de vastgestelde ontwikkelingsscenario''s mogelijk te maken. | | Looptijd | 03/09/2009 - 27/11/2009 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Onderzoek naar de gevolgen van het Sigmaplan, baggeractiviteiten en havenuitbreiding in de Zeeschelde op het milieu. Bestek 16EI/09/21 - Perceel 1: basiswaterkwaliteit en coördinatie. 02/09/2009 - 02/01/2011
| Abstract | Deze studie maakt het 1ste perceel uit van het "Onderzoek naar de gevolgen van het Sigmaplan, baggeractiviteiten en havenuitbreiding in de Zeeschelde op het milieu". Gebieden dicht bij de Schelde gelegen kennen een hoog risico op overstroming. In 1976 barstte de dijk van Ruisbroek waardoor een deel van de provincie Antwerpen overstroomde. Als reactie hierop werd het Sigmaplan samengesteld om het land te beschermen tegen overstroming. Om het effect van dit plan op de omgeving in te schatten, werd wetenschappelijke informatie verzameld.
Het onderzoeksprogramma OMES is een multidisciplinaire studie van het estuariene milieu van de Zeeschelde. Dit project startte in 1995, werd geïntegreerd in 1999 en kende een vervolgproject in 2002 en 2006 onder de naam OMES. In 2009 werd OMES hervormd en afgestemd op Moneos, het overkoepelende programma dat de totale monitoring van het ganse Schelde-estuarium behelst. Het hoofddoel van OMES is, binnen Moneos, het ontwerpen van een wetenschappelijk instrumentarium als beleidsonderbouwing bij het uitwerken van een integraal waterbeheer voor het Schelde estuarium door de Vlaamse Overheid.
Perceel 1 levert de basis van de dataset die voor meerdere doeleinden (modellering, onderzoeksomkadering, baggervergunning) kan gebruikt worden. Perceel 1 monitored basiswaterkwaliteitsdata. Tevens wordt hier de coördinatie van alle percelen afgestemd zodat de homogeniteit van de gezamenlijke dataset niet in het gedrang komt. Binnen dit perceel is een erkenning van de Vlaamse Regering en accreditatie volgens EN 45001 of ISO/IEC 17025 vereist voor de parameters die niet in situ bepaald worden, zijnde chloride, sulfaat, BOD, ammonium, nitriet, nitraat, kjeldahl-stikstof, orthofosfaat, totaal fosfor en opgelost silicium. | | Looptijd | 02/09/2009 - 02/01/2011 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Onderzoek naar de gevolgen van het Sigmaplan, baggeractiviteiten en havenuitbreiding in de Zeeschelde op het milieu. Bestek 16EI/09/21 - Perceel 8 : mesocosmosopstelling Kruibeke en pilootproject Lippenbroek. 02/09/2009 - 02/01/2011
| Abstract | Deze studie maakt het 8ste perceel uit van het "Onderzoek naar de gevolgen van het Sigmaplan, baggeractiviteiten en havenuitbreiding in de Zeeschelde op het milieu". Gebieden dicht bij de Schelde gelegen kennen een hoog risico tot overstroming. In 1976 barstte de dijk van Ruisbroek waardoor een deel van de provincie Antwerpen overstroomde. Als reactie hierop werd het Sigmaplan samengesteld om het land te beschermen tegen overstroming. Om het effect van dit plan op de omgeving in te schatten, werd wetenschappelijke informatie verzameld.
Het onderzoeksprogramma OMES is een multidisciplinaire studie van het estuariene milieu van de Zeeschelde. Dit project startte in 1995, werd geïntegreerd in 1999 en kende een vervolgproject in 2002 en 2006 onder de naam OMES. In 2009 werd OMES hervormd en afgestemd op het Moneos, het overkoepelende programma dat de totale monitoring van het ganse Schelde-estuarium behelst. Het hoofddoel van OMES is, binnen Moneos, het ontwerpen van een wetenschappelijk instrumentarium als beleidsonderbouwing bij het uitwerken van een integraal waterbeheer voor het Schelde estuarium door de Vlaamse Overheid.
Perceel 8 onderzoekt de invloed van een gereduceerd getij op de ontwikkeling van een estuarien ecosysteem in gecontroleerde overstromingsgebieden. Er wordt op twee verschillende schaalniveaus gewerkt.
Mesocosmos experiment te Kruibeke. In dit experiment wordt de invloed van gereduceerd getij op het gedrag van zware metalen nagegaan. Mobiliteit, biobeschikbaarheid en invloed van vegetatie worden onderzocht.
Pilootproject Lippenbroek. Hier wordt de techniek van het gecontroleerd gereduceerd getij in een gecontroleerd overstromingsgebied voor het eerst toegepast op kleine schaal (10 ha). Perceel 8 onderzoekt hier de invloed van het getij op vegetatie en zware metalen. Dit perceel coördineert mee het onderzoek naar andere aspecten, zoals basis waterkwaliteit of sedimentatie, die door andere perceleen worden uitgevoerd. Hiertoe levert perceel 8 basis data aan, zoals tij data. | | Looptijd | 02/09/2009 - 02/01/2011 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Pilotstudy naar de beste methode om het fosfaatgehalte in de bovenste bodemlagen in het plangebied waterberging Eelder- en Peizermaden te bepalen. 15/06/2009 - 01/10/2010
| Abstract | Opdracht voor de bepaling van de diepte van het fosfaatfront in het plangebied waterberging Roden Nog en Peize ten einde het risico van uitspoeling naar de waterlaag bij inundatie in te kunnen schatten. | | Looptijd | 15/06/2009 - 01/10/2010 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Vergelijking drie vegetatiekarteringen in De Wieden. 01/02/2009 - 31/01/2010
| Abstract | Geen abstract gevonden | | Looptijd | 01/02/2009 - 31/01/2010 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Bepaling van de biologische controle op de vrijstelling van Si in bovenstroomse ecosystemen. 01/01/2009 - 31/12/2012
| Abstract | Antropogene wijzigingen in landgebruik haddengedurende de laatste millenia een sterke invloed hadden op het voorkomen van biota en op bodemvorming. Wijzigingen in landgebruik kunnen een sterk effect hebben op de export van koolstof, stikstof en verweringsproducten. De schrale kennis van de biologische component in de Si biogeochemie genereert een uitdaging om het effect van dit gewijzigde landgebruik op de Si cyclus te voorspellen. Doel van het project is om dit fundamenteel kennishiaat op te vullen. We willen meer inzicht krijgen in hoe de siliciumcyclus wordt beïnvloed door menselijk ingrijpen in een rivierbekken met een gematigd klimaat. Dit willen we bereiken via een gedetailleerde en geïntegreerde analyse van siliciumvoorraden, ''pathways'', fluxen en omzettingen, met gebruik van geavanceerde analysetechnieken. In deze context is het scheldebekken extra interessant omdat het hogere Dsi concentraties heeft dan andere systemen wereldwijd, en dit is potentieel gelinkt aan menselijke invloed. | | Looptijd | 01/01/2009 - 31/12/2012 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Klimaatverandering en de veranderingen in de ruimtelijke structuren in Vlaanderen. 01/01/2009 - 31/12/2012
| Abstract | De Wetenschappelijke doelstellingen van het onderzoeksproject kunnen worden omschreven als:
-een kwalitatieve verkenning door middel van ontwerpend onderzoek van mogelijke planningsconcepten voor een meer adaptieve benadering van veranderingen in ruimtelijke structuren ten gevolge van klimaatverandering.
-een wetenschappelijke evaluatie en waardering van bestaande planningsinstrumtenten en bestuurskundige mechanismen voor de implementatie van ruimtelijke planningsstrategieën in relatie tot klimaatverandering. | | Looptijd | 01/01/2009 - 31/12/2012 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Landgebruik en het transport van silicium doorheen het Scheldebekken. (LUSi - tweede fase) 01/01/2009 - 31/01/2011
| Abstract | Dit project stelt zich als doel na te gaan of siliciumstromen doorheen het Scheldebekken, en uiteindelijk naar de Noordzee, veranderd zijn door menselijke ingrepen in het landgebruik. Oppervlakige siliciumrun-off, ondergrondse stromen van Si en de opname en vrijstelling door vegetatie, worden bestudeerd in verschillende landschapssystemen. Gemodelleerde resultaten zullen worden toegepast voor landgebruik doorheen de geschiedenis, om de potentiële verandering van Si-stromen in kaart te brengen. Lokale experimenten op de schaal van enkelvoudige percelen zullen worden uitgevoerd in verschillende landschapstypes, om zo tot een kwantificering van zowel oppervlakkig als ondergronds transport van BSi, DSi en sediment te komen. | | Looptijd | 01/01/2009 - 31/01/2011 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Macrophyten en nutriënt dynamiek: proces en veldstudies in de bovenlopen van rivieren - Manudyn II. (tweede fase) 01/01/2009 - 31/01/2011
| Abstract | Doordat in situ, heterogene en complexe interacties ontstaan tussen waterstroming, sediment en macrofyten patches, is
het bestuderen van het effect van licht, temperatuur en nutrienten op de groei en degradatie van macrofyten een complex
process (MANUDYN en andere projecten). Daarom zullen er in MANUDYN II experimenten uitgevoerd worden op
verschillende schalen met een stijgende complexiteit, gaande van individuele planten naar een complexe interactie van
verschillende planten patches.
Op de ruimtelijke schaal zal dit project opgesplitst worden in drie delen: individuele planten, planten patchen en rivier
secties. Hierdoor zullen we meer inzicht krijgen in de ruimtelijke engineering capaciteit van macrofyten. Het koloniseren
van historisch verontreinigde rivieren zal immers plaats vinden vanuit individuen. | | Looptijd | 01/01/2009 - 31/01/2011 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Effect van in- en ontpolderen op hoogwaterpeilen in het Schelde-estuarium: historische effecten (1550-1800) als referentiemodel voor huidige beheersplannen. 01/01/2009 - 31/12/2010
| Abstract | Om het overstromingsrisico van de Schelde te doen dalen, worden valleigebieden ontpolderd. Er bestaan echter geen empirische data die de relatie tussen ontpolderingen en waterpeil reductie (~ overstromingsrisico) beschrijven. Als vergelijkingsmodel worden daarom de effecten van historische in- en ontpolderingen langs de Westerschelde (1550-1800) op het waterpeil langs de Vlaamse Zeeschelde bestudeerd, a.d.h.v. protisten (diatomeeën en thecaoeben). | | Looptijd | 01/01/2009 - 31/12/2010 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Uitvoering van een literatuurstudie met betrekking tot plantengroei en een modellering van sedimenttransport en oppervlaktewater in en rond het gebied 'Bankei' te Balen. 18/11/2008 - 17/11/2009
| Abstract | Het projectteam binnen deze studie bestaat uit leden van de onderzoeksgroep Ecosysteembeheer van de Universiteit Antwerpen en van het Laboratorium voor Hydraulica van de Ugent. Beide onderzoeksgroepen werken reeds samen omtrent de hydrologische modellering van waterlopen. In dit project zal er echter gekeken worden naar de invloed van vegetatie op sedimentatie en erosie in het gebied de Bankei.
Het Laboratorium voor Hydraulica werkt binnen dit project als onderaannnemer. De opdeling van de taken is daarom zeer duidelijk gesplits. Namelijk de literatuurstudie zal worden uitgevoerd door de onderzoeksgroep Ecosysteembeheer. Deze groep heeft immers een jarenlange ervaring met het onderzoek naar waterplanten en de effecten van biota op het gedrag van sediment en heeft zodoende ook toegang tot de relevante literatuur voor dit onderwerp. Het modelleringsgedeelte en het scenario gedeelte vallen dan weer onder de verantwoordelijkheid van het Laboratorium voor Hydraulica van de Ugent. | | Looptijd | 18/11/2008 - 17/11/2009 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Integratie van ecologie, sociologie en economie in het waterbeleid door middel van een beleidsondersteunend model. 01/10/2008 - 30/09/2012
| Abstract | Het Integraal Waterbeleid heeft nood aan beleidsondersteunende instrumenten. Een metamodel wordt ontwikkeld dat de ontwikkeling van beleidsscenario"s op basis van eco-fysische, sociale en economische data ondersteund met speciale aandacht voor ecosysteemdiensten Hierbij is economische valorisatie en de inbreng van een Multi-stakeholder Platform van toekomstige gebruikers van vitaal belang. | | Looptijd | 01/10/2008 - 30/09/2012 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Effect van nutriënten limitatie (fosfor limitatie) op de floristische diversiteit in een onverstoord wetland. 01/10/2008 - 30/09/2010
| Abstract | Verschillende factoren bepalen de gerealiseerde soortengemeenschap in een wetland bepalen.
Hydrologie beïnvloedt de plantbeschikbare nutriënten, direct door de aanvoer via grondwater, overstromingswater, ... en indirect via de grondwaterstand die het vochtgehalte van de bodem, en dus de redoxpotentiaal bepaalt, wat oa de beschikbaarheid van P (fosfaat), de vorm waaronder N (stikstof) beschikbaar is, ... beïnvloedt.
De hoeveelheid beschikbare nutriënten wordt verder ook bepaald door het type van beheer. Zo zorgt maaibeheer bvb voor de afvoer van bovengrondse biomassa en dus nutriënten, terwijl bemesting de hoeveelheid beschikbare nutriënten verhoogt. De plantenstrategie bepaalt hoe planten omgaan met de hoeveelheid beschikbare nutriënten. Zo beschikken meerdere zegge- en grassoorten over de mogelijkheid om tussocks te vormen, een groeivorm waarbij veel van de biomassa en nutriënten opgeslagen wordt in de tussocks zelf. Bij een hoge biomassaproductie treedt er vaak een sterke lichtcompetitie op waardoor sommige soorten weggeconcurreerd kunnen worden. De hiervoor vermelde tussockstrategie laat sommige soorten ook toe te ontsnappen aan de lichtcompetitie van andere kruidachtige of grasachtige planten, tegelijk veroorzaken zij lichtcompetitie voor andere soorten.
De gerealiseerde soortengemeenschap wordt dus enerzijds bepaald door de potentiële soortengemeenschap, maw het totale aantal soorten dat op een bepaalde plaats zou kunnen voorkomen in afwezigheid van stress, competitie of verstoring en anderzijds de factoren zoals sensitiviteit voor anoxia, lichtcompetitie, ... die er voor zorgen dat sommige soorten verdwijnen uit de gemeenschap. | | Looptijd | 01/10/2008 - 30/09/2010 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Aanstelling van een liaison officer voor het domein milieu en integraal waterbeheer. 01/09/2008 - 01/06/2010
| Abstract | De liaison officer heeft als taak de vertaling van de vragen om adviesverlening vanwege het Havenbedrijf naar concrete onderzoeksvragen, de oplossing waarvan binnen de universiteit, de AUHA of daarbuiten kan bekomen worden, en de beleidsrelevante verwerking ten behoeve van het Havenbedrijf. Bedoeling van de liaison officer is dus een echte "interface" te vormen tussen onderzoek en beleid. Hij moet op de hoogte zijn van de kennisbehoeften van het Havenbedrijf en die proberen te linken aan beschikbare onderzoeksresultaten bij de verschillende diensten van de academische wereld of die vertalen in onderzoeksvragen zodat ze aangepakt kunnen worden. | | Looptijd | 01/09/2008 - 01/06/2010 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Water en klimaatsverandering. 15/08/2008 - 14/08/2009
| Abstract | Geen abstract gevonden | | Looptijd | 15/08/2008 - 14/08/2009 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Studie over ecosysteemdiensten in Vlaanderen. 07/08/2008 - 06/08/2009
| Abstract | "Ecosystem Services" of ecosysteemdiensten zijn de voordelen die de mens haalt uit de ecosystemen. In Vlaanderen is dit concept echter nog maar weinig ingeburgerd. Toch bezit het concept een heel groot potentieel om een bredere basis te geven aan het natuurbehoud in Vlaanderen. Al te veel wordt natuurbehoud nog gezien als een marginaal fenomeen met beperkte maatschappelijke relevantie. Het beschrijven en evalueren van ecosysteemdiensten laat toe om meer onderbouwde keuzes te maken in functie van een duurzame ontwikkeling. Om deze benadering ook in Vlaanderen ingang te doen vinden is er dringend behoefte aan meer kennis en inzicht over de ecosysteemdiensten in Vlaanderen .Deze opdracht wil hiervoor de basis leggen. De studie omvat 2 delen.
Deel 1 moet een globale analyse leveren van welke ecosysteemdiensten in Vlaanderen belangrijk zijn en wat hun huidige toestand is. Dit kan enkel een globale analyse zijn, maar is wel ruimtelijk gedifferentieerd.
Deel 2 van de studie gaat dan een aantal voorbeeldprojecten in concreto uitwerken waarbij de onderbouwing via het concept ecosysteemdiensten heel duidelijk is en als voorbeeldprojecten kunnen gebruikt worden. | | Looptijd | 07/08/2008 - 06/08/2009 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Effect van klimaatverandering op rivierhydrologie en ecologie: een gevalstudie voor interdisciplinair beleidsgericht onderzoek. (SUDEM CLI) 01/04/2008 - 30/11/2010
| Abstract | De impact van de klimaatsverandering op rivier hydrologie en ecologie geniet een groeiende belangstelling en heeft implicaties, niet alleen voor waterbeheer maar ook voor het socio-economische beleid. Gezien de klimaatswijziging een zodanige diversiteit aan disciplines beïnvloedt, moet het onderzoek hieromtrent noodzakelijkerwijs ook multidisciplinair zijn.
Het ADAPT project, in synergie met het CCI-HYDR project, bestudeert al de impact van overstromingsscenario''s (frequentie, duur, hoogte en seizoen) op de vegetaties van riviervalleien en het aquatische ecosysteem. In deze projecten wordt, door de gekozen focus en beperkingen in tijd en middelen, de kwaliteit van het overstromingswater niet meegenomen in de werkplannen. Literatuur studie en de eerste resultaten van de ecologische impact studies, geven evenwel duidelijk aan dat het ontbreken van informatie over waterkwaliteit een belangrijke handicap vormt om de impact van bepaalde veranderingen in overstromingsregimes op het ecosysteem in te schatten. Dit punt kwam ook naar voor in vragen gesteld tijdens de kick-off meeting van de BELSPO SSD projecten op 26 maart in Brussel.
Bij het integreren van klimatologische, hydrologische en ecologische informatie worden we onmiddellijk geconfronteerd met de discussie over een adequate schaal in ruimte en tijd, het gebruik van indicatoren en de keuze van duurzame maatregelen. Ervaringen binnen de ABC-impact, CCI-HYDR en ADAPT projecten tonen duidelijk de nood aan van een goede communicatie en wederzijds begrip van en voor vraag en aanbod van de drie disciplines. De interdisciplinaire focus van de lopende onderzoeksprojecten blijft te beperkt. Bovendien is het niet alleen belangrijk om de oorzaken en omvang van de klimaatsverandering en de onzekerheden hierin te kennen, maar het is evenzeer belangrijk om te weten met welke mate van onzekerheid beleidsmakers verder kunnen. De vraag is dan ook hoe de onzekerheden, geassocieerd aan de projecties van regionale klimaatsveranderingen, moeten gecommuniceerd worden en hoe die bij besluitvorming moet meegenomen worden.
De doelstelling van dit onderzoek is om "key experts" uit de klimatologische, hydrologische en ecologische onderzoeksgemeenschappen samen te brengen met waterbeheerders en beleidsmakers om de besluitvorming rond de impact van klimaatsverandering op de ecosystemen van rivieren en riviervalleien te verbeteren. Dit zal bereikt worden via een serie workshops waar relevante onderzoekstopics zullen bediscussieerd worden in open multidisciplinaire teams (klimatologen, hydrologen, waterbouwkundig ingenieurs, ecologen en beleidsverantwoordelijken). Sociologen en economen uit de lopende ADAPT en CCI-HYDR projecten zullen uitgenodigd worden om deel te nemen aan de workshops en hun expertise in te brengen in de algemene discussie rond klimaatsveranderingen en duurzame oplossingsstrategieën.
Het onderzoek zal zich toespitsen op de case studie "Grote Nete en Grote Laak" wat ons zal toelaten enerzijds alle relevante kwesties te behandelen maar anderzijds ons voldoende de te focussen. De resultaten van de klimaat projecties (RCM simulaties resultaten van de EU PRUDENCE en ENSEMBLE projecten, de CLM run aan de UCL binnen het ABC impacts project, en GCM resultaten ter beschikking gesteld door het IPCC) veranderingen in stroomregimes (CCI-HYDR project) geassocieerd met water kwaliteit (beperkte focus in CCI-HYDR project) en ecologie/biodiversiteit (beperkte focus in ADAPT) en verder uitgediept binnen dit voorstel, zullen samen gebracht en geïntegreerd worden met als doel betere projecties te maken van de impact om habitat kwaliteit en diversiteit. Daarom wordt speciale aandacht besteed aan de integratie van de technische wetenschappelijke resultaten in de deelbekkenbeheersplannen. | | Looptijd | 01/04/2008 - 30/11/2010 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Economische waarderingsstudie van natuur en landschap voor kosten-batenanalyses van projecten in de Zeehavens. 20/02/2008 - 31/08/2009
| Abstract | De Vlaamse overheid hecht steeds meer belang aan het gebruik van economische afwegingskaders bij het bepalen en uitvoeren van haar beleid. Om een onderbouwde keuze te kunnen maken is kennis over de kosten en baten die met de uitvoering gepaard gaan onontbeerlijk. Dit geldt evenzeer voor het Vlaamse milieubeleid. Het is de taak van de cel Milieueconomie om het onderzoek rond economische afwegingskaders te ondersteunen en expertise aan te reiken. In 2006 werd een standaardmethodiek voor maatschappelijke kosten-batenanalyses (MKBA) voor de toepassing op grote infrastructuurprojecten in de Vlaamse zeehavens opgemaakt. Deze standaardmethodiek zorgt ervoor dat verschillende projecten op een vergelijkbare en transparante wijze uitgevoerd worden. Ze betekende op een aantal punten een aanvulling op de bestaande praktijk o.a. waar het gaat over de behandeling van externe effecten op het milieu.
De externe effecten op natuur en landschap werden slechts kwalitatief meegenomen. De belangrijkste reden hiervoor is de afwezigheid van bruikbare en betrouwbare kengetallen. Een MKBA blijft een cijfermatig instrument waarbij het eindsaldo van belang is. In praktijk riskeren de kwalitatief meegenomen effecten verloren te gaan in de besluitvorming.
De cel Milieueconomie wil de lacune in de standaardmethodiek MKBA wegwerken door via dit onderzoek kengetallen of waarderingsfuncties voor natuur en landschap aan te reiken die wetenschappelijk onderbouwd zijn. Zo kunnen de externe effecten op natuur en landschap op een gelijke, monetaire basis afgewogen worden tegen andere kosten en baten van de uit te voeren projecten in zeehavengebieden. Belangrijk hierbij is dat veranderingen in kwaliteit van een natuurgebied kunnen gewaardeerd worden.
De methodologie en kengetallen zullen op een consistente wijze zowel de kosten als de baten van de projecten moeten kunnen inschatten. De maatschappelijke kosten en baten van de projecten hangen af van de goederen en diensten die zij leveren en hoe mensen die waarderen.
In deze zin is een economische waardering van verlies of winst van natuur en landschap erg gelijkaardig aan de economische analyse van typisch economische activiteiten. Eigen aan de waardering van natuur en landschap is :
1. de noodzaak van een ecosysteemanalyse om de relevante goederen en diensten in kaart te brengen
2. het gebruik van meetinstrumenten uit de milieu-economie om de niet-vermarktbare goederen en diensten in geldtermen te waarderen.
Door een specifieke Vlaamse waarderingsstudie voor natuur en landschap te laten uitvoeren, wil de cel Milieueconomie een wetenschappelijke consensus bekomen over dit soort kengetallen in Vlaanderen. Anderzijds wil de cel Milieueconomie op deze manier het gebruik van economische afwegingskaders in het beleidsdomein LNE stimuleren. | | Looptijd | 20/02/2008 - 31/08/2009 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Optimalisatie van plantensystemen voor het extra zuiveren van effluenten en overstorten. 01/02/2008 - 01/05/2012
| Abstract | Optimalisatie van plantensystemen voor het extra zuiveren van effluenten.
Het bereiken van een goede ecologische kwaliteit van het oppervlaktewater in Vlaanderen is een van de uitdagingen voor de komende decennia. Natuurlijk is de ver doorgedreven klassieke afvalwaterzuivering van cruciaal belang, maar er is ook nog nood aan extra maatregelen. Deze extra maatregelen omvatten onder andere kleinschalige waterzuivering op bepaalde plaatsen, het voorzien van bufferstroken op overstorten, het nazuiveren van effluenten van RWZI''s, enz. Bovenal is er behoefte aan een meer holistische benadering. Dat is zeer essentieel om de efficiëntie van verschillende maatregelen te kunnen afwegen.
In de voorbije jaren is er steeds meer en meer aandacht voor het gebruik van helofyten in "constructed wetlands". Verschillende systemen zijn reeds in gebruik. De efficiëntie van de verschillende systemen is echter zeer variabel en afhankelijk van de randfactoren. Tijdens het congres "Wetpol" te Gent in 2005 was echter duidelijk dat dringend meer onderzoek nodig is. De efficiëntie van een "constructed wetland" voor afvalwaterbehandeling wordt meestal bepaald op basis van regelmatige bemonsteringen van influent en effluent, zonder evenwel een inzicht te hebben in de processen in deze wetlands. Nochtans is de efficiëntie ook afhankelijk van de processen die zich voordoen in de wetlands. Er is dus behoefte aan meer geïntegreerde studies van dergelijke plantensystemen met het oog op het optimaliseren van hun inzet binnen het kwaliteitsbeheer. Dit onderzoek richt zich dan ook op de mogelijke rol van plantensystemen om de impact van overstorten en effluenten van RWZI''s naar de waterloop te verminderen.
De centrale vragen zijn: wat is rol van planten bij hergebruik van afvalwater? Wat is de bijdrage van planten voor de reductie van vrachten in overstortwater en effluentwater. Wat is de bijdrage van planten voor de ecologische opwaardering van het overstortwater en effluentwater voordat dit water terug in het oppervlaktewater terecht komt.
Indien kan aangetoond worden dat planten inderdaad hierin een effectieve directe of indirecte rol hebben, wordt verder onderzoek gedaan naar het ontwerp van goede wetlandsystemen voor de zuivering van overstortwater en de zuivering van effluentwater. Er wordt onder andere bekeken welke soorten planten er geschikt zijn, welke ruimtelijke configuratie gewenst is en welk beheer nodig is.
Dit onderzoek gaat van start met een gedetailleerde meta-analyse van de bestaande literatuur, gevolgd door ontwerp en gebruik van modellen voor modelering van de plantensystemen, opvolging van bestaande systemen en experimenteel opzet. Vanuit de inzichten die bekomen worden uit voorgaande, worden concrete richtlijnen opgesteld voor de aanleg (dimensionering, type, vegetatie) en het beheer van de plantensystemen. Dit moet leiden tot een concrete handleiding voor de ontwerper.
Dit onderzoek gebeurt in nauwe samenwerking met Aquafin. | | Looptijd | 01/02/2008 - 01/05/2012 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Duurzaam wonen en bouwen als hefboom voor educatie voor duurzame ontwikkeling. Doorlichting van actoren, aanbod en omkadering en aanbevelingen voor het beleid. Doelgroep: (potentiële) bouwers en verbouwers. 01/02/2008 - 30/08/2008
| Abstract | Het doel van deze studie is om een actuele stand van zaken weer te geven van formeel, non-formeel en informeel leren in Vlaanderen met betrekking tot "Duurzaam wonen en bouwen" voor bouwers en verbouwers. Hierbij worden zowel de actoren, de opleidingen, eindtermen, cursussen, initiatieven, projecten en materialen in kaart gebracht.. Op basis van deze inventaris en een toetsing aan een referentiekader worden aanbevelingen geformuleerd om duurzame ontwikkeling meer ingang te laten vinden in educatie voor duurzaam wonen en bouwen. | | Looptijd | 01/02/2008 - 30/08/2008 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Een nieuwe meettechniek gekoppeld aan een nieuwe modelbenadering voor de bepaling van de effectieve valsnelheid van een flocculerend sediment in estuaria. 01/01/2008 - 31/12/2011
| Abstract | (1) De voornaamste doelstelling van dit onderzoeksvoorstel is de ontwikkeling van een nieuw en betrouwbaar systeem voor het opmeten in-situ en in real-time van de beweging van zwevende partikels tegelijkertijd met de meting van de turbulentie en van de grootte en de valsnelheid van de partikels. Dit moet toelaten om voornoemde tekortkomingen van de gangbare technieken te boven te komen. (2) Het toepassen van de nieuw ontwikkelde techniek en het bestuderen van de interactie tussen de valsnelheid van de partikels en de turbulentie op mesoschaal in het laboratorium en op macroschaal in de Schelde. (3) Tenslotte wil dit
onderzoeksproject de kloof dichten tussen de veldwaarnemingen enerzijds en de simulatie en de voorspelling van de flocculatie aan de hand van wiskundige modellen anderzijds. Dit houdt in dat er een terugkoppeling plaats vindt van het model naar de interpretatie van de metingen uitgevoerd met de nieuwe techniek. Zodoende zal de complementaire en multidisciplinaire aard van dit onderzoeksvoorstel leiden tot een karakterisering van het verband tussen de waterstroming enerzijds en de interactie tussen vlokken en turbulentie anderzijds, en tot de ontwikkeling van een geïntegreerd sedimenttransportmodel dat met de realiteit
overeenstemt en toepasbaar zal zijn in beheersbeslissingen. | | Looptijd | 01/01/2008 - 31/12/2011 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Het opnemen van kwadraten, nemen van grondwater en oppervlaktewaterstalen, het meten van stroomsnelheden, en het verrichten van analyses in de Zegge. 01/01/2008 - 31/12/2010
| Abstract | Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds KMDA. UA levert aan KMDA de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract. | | Looptijd | 01/01/2008 - 31/12/2010 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Op weg naar een geïntegreerd beslissingsinstrument voor aanpassingsmaatregelen - Gevalstudie: overstromingen. 01/01/2008 - 31/01/2010
| Abstract | Geen abstract gevonden | | Looptijd | 01/01/2008 - 31/01/2010 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Interacties tussen in- en ontpolderen en waterpeilveranderingen langs het Schelde estuarium. 01/01/2008 - 31/12/2008
| Abstract | Zeespiegelstijging vormt een bedreiging voor bewoning langs estuaria. Sedimentatie en inpoldering van intergetijdengebieden (slikken en schorren), die van nature voorkomen langs estuaria, verkleint het volume van estuaria, wat kan bijdragen tot extra waterpeilveranderingen. Dit wordt onderzocht in het Schelde-estuarium, door na te gaan wat de impact is geweest van historische in- en ontpolderingen in het meest kustnabije gedeelte van het estuarium (Westerschelde), op de waterpeilveranderingen in het meer landinwaarts gelegen gedeelte van het estuarium (Zeeschelde). Historische waterpeilveranderingen worden gereconstrueerd aan de hand van een (paleo-)ecologische studie van protistengemeenschappen (diatomeeën, thecamoeben) in schorren. | | Looptijd | 01/01/2008 - 31/12/2008 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Quantifying the influence of plant traits patchiness on self-organized coastal landscape formation via bio-physical interactions. 01/01/2008 - 31/12/2008
| Abstract | Planten die groeien langs kusten, zoals in schorren en zeegrasvelden, kunnen hun eigen leefomgeving veranderen. Ze beïnvloeden getijdenstromingen en golfwerking, en bijgevolg ook sedimentatie- en erosiepatronen. Deze veranderde stroom- en sedimentatie/erosiepatronen zijn op hun beurt bepalend voor de groei en het afsterven van vegetatie. Recente modelstudies geven aan dat deze zogenaamde bio-fysische interacties leiden tot de zelf-organisatie van zowel vegetatie- als reliëfpatronen in kustlandschappen. Experimentele gegevens zijn echter heel schaars.
In dit project willen we de stroom- en golfpatronen in en rond vegetatie pollen in detail kwantificeren, en willen we bepalen hoe deze hydrodynamische patronen afhangen van de kenmerken van de planten, van de vegetatie pollen, en van de inkomende stroming en golven. Dit wordt bestudeerd in een grote stroom- en golfgoot bij WL|Delft Hydraulics (Vinje bak), waarin levend plantenmateriaal wordt aangebracht.
Dit project wordt gefinancierd door het EU KP6 Hydralab III Integrated Infrastructure Initiative. | | Looptijd | 01/01/2008 - 31/12/2008 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Bepalen van de maximaal en het goed ecologisch potentieel, alsook de huidige toestand voor de zeventien Vlaamse (gewestelijke) waterlichamen die vergelijkbaar zijn met de categorie meren - partim Galgenweel. 01/11/2007 - 01/12/2008
| Abstract | Geen abstract gevonden | | Looptijd | 01/11/2007 - 01/12/2008 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Nutriëntcyclering in wetlands langsheen een klimatologische gradiënt: effecten van bemesting, drainage en klimaat. 01/10/2007 - 30/09/2010
| Abstract | Eén van de belangrijkste ecosysteemprocessen is decompositie. Decompositie speelt een sleutelrol in de nutriëntkringlopen, is één van de hoofdfactoren die de plantengroei kunnen limiteren en kan bovendien de soortsamenstelling wezenlijk beïnvloeden. De laatste 50 jaar zijn de ganzenaantallen aanzienlijk gestegen. Dit is hoofdzakelijk te wijten aan veranderingen in het landgebruik en een verminderde jachtdruk in hun winterhabitat. Om de gevolgen van deze veranderingen volledig te begrijpen zijn studies naar de ecosysteemprocessen in zowel hun winterhabitat in gematigde regio''s als hun broedhabitat in het hoge noorden noodzakelijk.
In dit project zullen we onderzoeken hoe ganzenbegrazing decompositie- en gerelateerde processen beïnvloeden: naast de decompositie zullen de stikstof- en koolstofcyclus, de microbiële gemeenschappen en de beschikbaarheid van nutriënten voor planten onderzocht worden. | | Looptijd | 01/10/2007 - 30/09/2010 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- De biogeochemische cyclus van zware metalen in natuurlijke zoetwaterschorren en gecontrolleerde overstromingsgebieden. 01/10/2007 - 31/12/2009
| Abstract | Als overgangsgebieden tussen land en zee herbergen estuaria specifieke en waardevolle ecosystemen en fungeren vaak als filter voor de door menselijke activiteiten verhoogde vracht van nutriënten en verontreinigende stoffen. Hierbinnen spelen intertidale gebieden een belangrijke rol. Door de geplande Gecontroleerde OverstromingsGebieden met Gecontroleerd Gereduceerd Getij (GGG) onder invloed van de getijdenwerking te plaatsen kan het areaal aan de natuurlijke intertidale gebieden uitgebreid worden. Binnen het pilootproject GGG Lippenbroek en mesocosmosopstelling in Kruibeke wordt beoogd het effect van de aanwezige contaminatie van zware metalen in kaart te brengen. De nadruk wordt gelegd op biobeschikbaarheid en de interactie met biota. De metaalcyclus vanaf opname door planten tot decompositie zal worden onderzocht. Hierbij wordt het GGG vergeleken met ingepolderde gebieden en natuurlijke slikken en schorren. | | Looptijd | 01/10/2007 - 31/12/2009 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Macrofytenpatches als biogeochemische hotspots: impact op waterkwaliteit van rivieren? 01/10/2007 - 30/09/2009
| Abstract | Macrofytenpatches als biogeochemische hotspots: impact op waterkwaliteit van rivieren?
1. Probleemstelling
In aquatische ecosystemen zijn waterplanten (macrofyten) belangrijk voor de structurele biodiversiteit. Als primaire producenten zijn zij van levensbelang voor zeer veel organismen. Ook op systeemniveau spelen macrofyten een zeer belangrijke rol. De processen die hierbij belangrijk zijn en de omstandigheden waaronder deze plaatsvinden zijn echter onvoldoende gekend. Toch is een goede kennis belangrijk om bijvoorbeeld juiste beleidsdaden te kunnen nemen m.b.t. de verbetering van onze oppervlaktewateren. Bovendien impliceert hun aanwezigheid ook grote invloeden naar de ganse hydraulica toe. Macrofyten hebben als "ecological engineers" een directe invloed op stroomsnelheidspatronen en patronen in sedimentatie en erosie. Veranderingen in deze patronen hebben een rechtstreekse invloed op de biodiversiteit.
2. Doelstelling
Het is de bedoeling het basisidee te testen of macrofytenpatches in een waterloop biogeochemische hotspots zijn. Er zijn immers sterke indicaties dat de processen in de bodem onder macrofytenpatches een grotere impact hebben op de waterkwaliteit dan de tot hiertoe onderzochte pelagische processen. Om deze hypothese te toetsen zijn er drie onderzoeksvragen vooropgesteld:
1) Bestaan er biogeochemische hotspots in macrofytenpatches en welke is hun kwantiteit?
2) Welke maximale breedtes en lengtes kunnen patches onder gegeven omstandigheden aannemen?
3) Wat is theoretisch de totale maximale oppervlakte die patches kunnen innemen in een stuk waterloop onder gegeven omstandigheden (en wat is het totale effect van deze patches op waterkwaliteit)?
3. Methodiek en technologie
Onderzoeksvraag 1) zal beantwoord worden door data te verzamelen in het veld. In nauwkeurig gekozen patches zal het organische materiaal gekarakteriseerd worden en denitrificatie- en siliciumprocessen als proxi opgevolgd worden. Al deze data worden dan rechtsreeks gekoppeld aan patronen van stroomsnelheid, sedimentatie en erosie in en rond de patch. Hierbij komen veldwerktechnische aspecten aan bod (stroomsnelheidmetingen, meten van denitrificatie in situ, staalname, labotechnieken voor analyse,¿). De resultaten worden achteraf zowel met een diagenetisch model als statistisch geanalyseerd.
Onderzoeksvraag 2) zal beantwoord worden aan de hand van de resultaten van in situ experimenten. Hierbij worden in bestaande waterlopen flumes gecreëerd waarin de limiterende factoren (stroomsnelheid, erosie-sedimentatie) voor patchgroei worden gekwantificeerd. Ook worden de dimensies van een groot aantal patches opgemeten ter vergelijking met de flume experimenten.
Onderzoeksvraag 3) wordt modelmatig benaderd met het Delft3D-model. De data van onderzoeksvraag 1 zullen het model kalibreren, de data van onderzoeksvraag 2 zullen het model valideren. Met dit model willen we de impact van macrofytenpatches op waterkwaliteit schatten voor grotere riviertrajecten (100-1000 m). | | Looptijd | 01/10/2007 - 30/09/2009 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Zomerschool "Sustainable Water Management & Technology " in verstedelijkte gebieden. 01/06/2007 - 14/03/2009
| Abstract | De Summer Course Water Management & Technology in Urbanised Areas is er op gericht om een bijdrage te leveren voor een beter waterbeheer op bekkenschaal waarbij kennisuitwisseling tussen Zuid en Noord een van de aspecten is. Bovendien is de zomercursus er op gericht om in een stuk training te voorzien, waarbij het de bedoeling is de deelnemers inzicht te geven in integraal waterbeleid, de ontwikkelingen in de watersector en de wereldwijde waterproblematiek. Het accent zal hierbij liggen op waterbeheer en -gebruik en watertechnologie in dichtbevolkte gebieden en grote steden. Tevens zal zeer grote aandacht gaan naar waterhergebruik, waterbesparing en geïntegreerde systemen. | | Looptijd | 01/06/2007 - 14/03/2009 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Eco-hydrologische en sociaal-economische benadering voor het herstel van de lagune Merja Zerga in Marokko. 27/04/2007 - 15/06/2007
| Abstract | Geen abstract gevonden | | Looptijd | 27/04/2007 - 15/06/2007 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Studie t.b.v. aanleg van overstromingsgebieden en natuurgebieden i.h.k.v. het Sigmaplan (bovenrivieren). 01/03/2007 - 28/02/2008
| Abstract | Binnen dit project zullen voor de verschillende binnen het Sigmaplan nieuw aan te leggen overstromingsgebieden langsheen de Zeeschelde, inrichtingsvoorstellen geformuleerd worden. Elk gebied moet na inrichting maximaal bijdragen aan het bereiken van de instandhoudingdoelstellingen voor de Schelde. Hierbij is export van Si een belangrijke doelstelling is. De inrichtingsvoorstellen mogen echter niet nadelig zijn voor andere functies en mogen de veiligheidsfunctie van het overstromingsgebied niet hypothekeren door verhoogde sedimentatie. Daarom zal tegelijkertijd onderzoek uitgevoerd worden dat toelaat om binnen de nieuwe overstromingsgebieden beluchting, Si recyclage, stikstofverwijdering, nalevering zware metalen, vegetatie-ontwikkeling, vismigratie en sedimentatie grondig in te schatten. De nieuw aangelegde overstromingsgebieden zullen op deze manier in de toekomst een significante bijdrage kunnen leveren aan de duurzaamheid van het ecosysteem Schelde. | | Looptijd | 01/03/2007 - 28/02/2008 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Duurzaam wonen en bouwen als hefboom voor educatie voor Duurzame Ontwikkeling. Doorlichting van actoren, aanbod en omkadering en aanbevelingen voor het beleid. 15/02/2007 - 30/09/2007
| Abstract | Het doel van deze studie is om een actuele stand van zaken weer te geven van formeel, non-formeel en informeel leren in Vlaanderen met betrekking tot "Duurzaam wonen en bouwen" voor professionelen. Hierbij worden zowel de actoren, de opleidingen, eindtermen, cursussen, initiatieven, projecten en materialen in kaart gebracht.. Op basis van deze inventaris en een toetsing aan een referentiekader worden aanbevelingen geformuleerd om duurzame ontwikkeling meer ingang te laten vinden in educatie voor duurzaam wonen en bouwen. | | Looptijd | 15/02/2007 - 30/09/2007 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Studie voor het opstellen en uitvoeren van een monitoringsprogramma voor natuurvriendelijke oevers langs het Zeekanaal in Grimbergen. 01/01/2007 - 31/01/2011
| Abstract | Langs het kanaal Schelde-Brussel zijn verschillende typen natuurvriendelijke vooroeververdediging aangelegd. Deze zijn telkens aangelegd op enkele meters van de aangrenzende vaste oever, met verbindingsbuizen naar het kanaal. Hierdoor ontstaat tussen de vooroeververdediging en de vaste oever een nagenoeg afgesneden geïsoleerd stuk water waarin de waterdynamiek minder sterk is als in het aangrenzende kanaal.
Zowel de vooroeververdediging zelf als deze geïsoleerde waterlichamen kunnen mogelijk als substraat fungeren voor verscheidene planten- en dierensoorten en hiermee, naast het leveren van beschermling, de locale biodiversiteit verhogen.
In deze studie zal het effect van de vooroeververdediging op de biodiversiteit worden gekwantificeerd. Soortgroepen die over enkele jaren zullen worden gemonitoord zijn: hogere planten, vissen, macro-invertebraten en vogels. Verloop in soortensamenstlling en aandeel per soort zal worden geëvalueerd als functie van vooroeververdedigingstype en tijd. De studie zal resulteren in een aanbeveling die aangeeft welke type vooroeververdediging zal leiden tot in de hoogste biodiversiteit. | | Looptijd | 01/01/2007 - 31/01/2011 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Taxonomische turnover in terrestrische en aquatische diatomeeëngemeenschappen : integratie van macro-ecologische, morfologische, fylogenetisch-evolutionaire en ecofysiologische benaderingen. 01/01/2007 - 31/12/2010
| Abstract | Met het huidige project beogen wij bij te dragen tot een beter begrip van bet belang van historisch-evolutionaire, ecologische en neutrale mechanismen voor endemisme en latitudinale gradiënten in de diversiteit en de regionale species turnover van terrestrische en lacustriene diatomeeënfloras. Hiertoe zullen we (1) de eerste globale taxonomisch geintercalibreerde dataset voor diatomeeën op soortsniveau construeren en (2) a.d.h.v. een uitgebreide cultuurcollectie voor een selectie van representatieve genera en soortscomplexen in detail nagaan in welke mate (i) de fylogenetische historiek variatiepatronen in biogeografie en diversiteit op populatie-, soorts- en genus-niveau kan verklaren, en (ii) deze variatiepatronen gecorreleerd zijn met variatie in levensgeschiedeniskenmerken en ecofysiologie tussen en binnen taxa. | | Looptijd | 01/01/2007 - 31/12/2010 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Landgebruik en het transport van silicium doorheen het Scheldebekken. (LUSi) 01/01/2007 - 31/07/2009
| Abstract | Dit project stelt zich als doel na te gaan of siliciumstromen doorheen het Scheldebekken, en uiteindelijk naar de Noordzee, veranderd zijn door menselijke ingrepen in het landgebruik. Oppervlakige siliciumrun-off, ondergrondse stromen van Si en de opname en vrijstelling door vegetatie, worden bestudeerd in verschillende landschapssystemen. Gemodelleerde resultaten zullen worden toegepast voor landgebruik doorheen de geschiedenis, om de potentiële verandering van Si-stromen in kaart te brengen. Lokale experimenten op de schaal van enkelvoudige percelen zullen worden uitgevoerd in verschillende landschapstypes, om zo tot een kwantificering van zowel oppervlakkig als ondergronds transport van BSi, DSi en sediment te komen. | | Looptijd | 01/01/2007 - 31/07/2009 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Structuurkenmerken en pollutie als sturende factoren voor het voorkomen van macroinvertebraten. 01/01/2007 - 31/12/2008
| Abstract | Macroinvertebraten hebben verschillende niveaus van gevoeligheid voor vervuiling. Effecten veroorzaakt door pollutie uiten zich zowel in acute sterfte, groeivermindering als gedragsveranderingen. Van sommige macroinvertebraten is tevens aangetoond dat ze actief pollutie kunnen detecteren en ontwijken. Op meetplaatsen waar geen pollutie voorkomt kan het echter toch zijn dat bepaalde macroinvertebratentaxa afwezig zijn. Naast pollutie beïnvloedt ook de structuur van het ecosysteem en dus het habitat de distributie en samenstelling van de mavroinvertebratenpopulatie.
Het doel van dit onderzoek is de gevoeligheid van macroinvertebraten voor verschillende types van polluenten nagaan en hun habitatpreferenties onderzoeken. Verder zal ook gekeken worden welke van beide factoren het meest bepalend is voor hun voorkomen, het ontwijken van pollutie of de aanwezigheid van geschikte habitats.
De gevoeligheid van macroinvertebraten voor pollutie door zowel zware metalen als organische polluenten zal nagegaan worden door analyse van de waterbodemdatabank van de VMM. Naast de gevoeligheidsanalyses zal nagegaan worden of de macroinvertebratenpopulaties verschillen tussen meetpunten met klei-, leem- en zandbodems en tussen meetpunten van verschillende stroomordes.
In het tweede deel van dit onderzoek zal de substraat- en habitatvoorkeur van verschillende macroinvertebratentaxa nagegaan worden in flume-experimenten, zowel onder referentieomstandigheden als vervuilde condities. | | Looptijd | 01/01/2007 - 31/12/2008 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Macrophyten en nutriënt dynamiek: proces en veldstudies in de bovenlopen van rivieren - Manudyn II. 15/12/2006 - 31/01/2009
| Abstract | De troebelheid in onze rivieren is in het algemeen sterk gedaald sinds de rioolwaterzuiveringsinstallaties (RWZI''s) werkzaam zijn. De verhoogde lichtbeschikbaarheid heeft het kiemen en daaropvolgend de groei van waterplanten mogelijk gemaakt. Hun aanwezigheid wijzigt de hydraulische eigenschappen van de rivieren in die zin dat waterafvoer gehinderd wordt en het risico op overstromingen sterk verhoogt. Een van de meest gebruikte beheersmaatregelen is dan ook het maaien van de macrofyten om overstromingen in bebouwde gebieden te vermijden.
Het Manudyn I project heeft zich vooral gefocused op de rol die macrofyten hebben in de nutriëntcyclering in het Netebekken. Resultaten tonen dat macrofyten wel degelijk een impact hebben op de nutriëntenbalans in rivieren. Bijkomend is er aangetoond dat bepaalde macrofyten ook zware metalen uit het sediment, zoals koper, opnemen en die dus een belangrijke, natuurlijk zuiverende rol kunnen spelen. Toch zijn de onderliggende mechanismen die deze macrofyt-nutriënt interacties beïnvloeden niet helemaal duidelijk. Verder toonde het Manudyn I project dat er duidelijke verschillen bestaan in het opnamegedrag tussen verschillende macrofytensoorten.
Het Manudyn II project zal zich daarom vooral toespitsen op processtudies. Het doel is hier om duidelijkheid te scheppen over de opname, de opslag en de vrijstelling van nutriënten en metalen gerelateerd aan de groei en het afsterven van enkele veel voorkomende macrofyten en deze relaties te beschrijven. De resultaten zullen gebruikt worden om nieuwe modellen te ontwikkelen die processen op verschillende schaalniveaus beschrijven en om de modellen uit het eerste Manudyn project te verfijnen.
Dit project zal uitgevoerd worden aan de hand van verschillende werkpakketten. Het eerste werkpakket zal alle kleinschalige experimenten omvatten, namelijk op het niveau van één enkel individu van een macrofytensoort. Het tweede werkpakket pakt het onderzoek op het niveau van een macrofytenpatch aan en het derde werkpakket bestaat uit veldexperimenten met verschillende macrofytenpatches. In een vierde en laatste werkpakket zullen de resultaten modelmatig en op verschillende schalen benaderd worden. | | Looptijd | 15/12/2006 - 31/01/2009 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Overzicht van de lopende monitoringprojecten met betrekking tot de veiligheid tegen overstromen en natuurlijkheid in de Zeeschelde, haar tijgebonden zijrivieren en de binnendijkse gebieden beïnvloed door het Sigmaplan. 02/11/2006 - 31/03/2008
| Abstract | Het doel van dit project is een overzicht te krijgen van de lopende monitoring projecten in Vlaanderen m.b.t. de Zeeschelde, haar tijgebonden zijrivieren en de binnendijkse gebieden die beïnvloed worden door het Sigmaplan, en dit voor de luiken natuurlijkheid en veiligheid. Eens alle gegevens ingevoerd zal een kritische analyse gemaakt worden van de lopende monitoring. Hierbij denken we aan een overzicht van het aantal gemeten parameters per punt, frequentie per parameter in de verschillende monitoringprojecten etc. Er zullen bovendien voorstellen geformuleerd worden, die moeten verzekeren dat de Vlaamse monitoring-programma''s en de tegelijkertijd lopende Nederlandse programma''s, volledig complementair en op elkaar afgestemd zijn. Op deze manier wordt een monitoring-programma voorgesteld dat veiligheid en natuurlijkheid langs de Schelde binnen beide landen op een integrale manier benaderd. | | Looptijd | 02/11/2006 - 31/03/2008 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Hoe beïnvloeden wetlands het transport van Si doorheen rivierbekkens? Een studie naar biologische Si retentie en recycling. 01/10/2006 - 30/09/2009
| Abstract | De doelstelling van dit project is de onbestudeerde retentie en recycling van Si in wetlands na te gaan, een essentiële, ontbrekende schakel in ons begrip van de globale Si-cyclus. De onderzoekshypothese stelt dat retentie van Si in wetlands afhankelijk is van het overstromingsregime (hogere overstromingsfrequentie geeft hogere potentiële retentie van BSi), de draineringscapaciteit (efficiëntere drainering geeft hogere recycling-capaciteit) en het vegetatietype. Hoewel deze hypothese eerder werd geformuleerd (Clarke 2003), is ze nooit experimenteel nagegaan. Menselijke activiteiten die leiden tot een gewijzigde Si-N-P ratio kunnen het functioneren van wetlands in de biogeochemische Si-cyclus potentieel beïnvloeden. Het belang van de mens wordt onderzocht door het uitvoeren van parallelle experimentele studies in de antropogeen beïnvloede Demervallei en de nagenoeg "pristiene" Bierbzavallei (Polen). Binnen dit kader wordt ook onderzocht of bepaalde fracties BSi preferentieel gerecycleerd worden. | | Looptijd | 01/10/2006 - 30/09/2009 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Vorming en geometrische eigenschappen van getijdengeulnetwerken: implicaties voor de aanleg van nieuwe getijdengebieden. 01/10/2006 - 31/12/2008
| Abstract | De laatste decennia zijn veel natuurlijke getijdengebieden (schorren, slikken) verloren gegaan, bv. door inpoldering langs kusten en estuaria. Recent worden polders opnieuw onder invloed gebracht van getijdenwerking, voor herstel van waterberging en ecologisch herstel. Het welslagen van deze projecten is sterk afhankelijk van de vorming van getijdengeulen: de geulen zorgen immers voor uitwisseling en verspreiding van water, sedimenten en nutriënten. In dit project onderzoeken we (1) de geometrische eigenschappen van geulnetwerken in bestaande getijdengebieden, (2) de vorming van geulnetwerken in een nieuw aangelegd getijdengebied, en (3) de rol van vegetatie voor geulontwikkeling. Het onderzoek wordt uitgevoerd in het Schelde-estuarium (België, ZW Nederland). | | Looptijd | 01/10/2006 - 31/12/2008 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Effect van nutriënten limitatie (fosfor limitatie) op de floristische diversiteit in een onverstoord wetland. 01/10/2006 - 30/09/2008
| Abstract | De algemene doelstelling van dit onderzoek is meer inzicht te verkrijgen in de oorzaken van P- (en eventueel N-) limitatie en de effecten hiervan op de floristische diversiteit en nutriëntcyclering van wetlandvegetaties. Dit wordt onderzocht in een ecohydrologische studie langsheen een hydrologische gradiënt in de Biebrza-vallei. | | Looptijd | 01/10/2006 - 30/09/2008 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Vegetatie successie en biogeochemische cycli bij schorontwikkeling in gecontroleerde overstromingsgebieden met gecontroleerd gereduceerd getij. 01/10/2006 - 30/09/2007
| Abstract | Als overgangsgebieden tussen land en zee herbergen estuaria specifieke en waardevolle ecosystemen en fungeren vaak als filter voor de door menselijke activiteiten verhoogde vracht van nutriënten en verontreinigende stoffen. Hierbinnen spelen intertidale gebieden een belangrijke rol. Door de geplande Gecontroleerde OverstromingsGebieden (GOG) onder invloed van de getijdenwerking te plaatsen kan het areaal aan de natuurlijke intertidale gebieden uitgebreid worden. Binnen het pilootproject GOG Lippenbroek en mesocosmosopstellingen in Wilrijk en Kruibeke wordt beoogd de schorontwikkeling in dit nieuwsoortig habitat in kaart te brengen. De nadruk zal hierbij worden gelegd op vegetatieontwikkeling en zijn rol binnen de biogeochemische cycli van nutriënten en zware metalen onder een GGG ¿regime. | | Looptijd | 01/10/2006 - 30/09/2007 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Opstellen van doelstellingen voor ecologische infrastructuur in de Antwerpse haven. 01/10/2006 - 31/03/2007
| Abstract | Het doel van het project is ondermeer het opstellen van doelstellingen voor de habitats en soorten van het netwerk ecologische infrastructuur in de Antwerpse haven die voldoende concreet zijn om als toetsingskader te gebruiken bij de beoordeling van ingrepen en handelingen in het kader van denatuurregelgeving binnen het havengebied van Antwerpen. Deze zijn bij voorkeur kwantitatief meetbaar. | | Looptijd | 01/10/2006 - 31/03/2007 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Eco-hydrologische en sociaal-economische aanpak voor het herstel van de lagune Merja-Zerga in Marokko. 01/09/2006 - 31/08/2010
| Abstract | Geen abstract gevonden | | Looptijd | 01/09/2006 - 31/08/2010 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Impact van snelle en trage klimaatverandering op biodiversiteit en landschapsstabiliteit: studie van het Laat-Glaciaal en Vroeg-Holoceen als vergelijkingsmodel voor de huidige klimaatverandering. 01/07/2006 - 31/12/2010
| Abstract | Recent onderzoek voorspelt dat de huidige klimaatverandering de biodiversiteit en landschapsstabiliteit op aarde bedreigt. Deze voorspellingen zijn echter moeilijk te testen. Als vergelijkingsmodel voor de huidige klimaatverandering, bestuderen we in dit project de impact van snelle en trage klimaatveranderingen, die zich hebben afgespeeld in het verleden, op de toenmalige biodiversiteit en landschapsstabiliteit. We bestuderen dit o.b.v. afzettingen in de Vlaamse riviervalleien en de pollen die hierin zijn bewaard. Speciale aandacht gaat naar de interacties tussen vegetatie- en landschapsveranderingen, als reactie op klimaatverandering. | | Looptijd | 01/07/2006 - 31/12/2010 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Onderzoek naar de gevolgen van het Sigmaplan, baggeractiviteiten en havenuitbreiding in de Zeeschelde op het milieu. Perceel 3. 15/06/2006 - 31/01/2010
| Abstract | De Schelde is een estuarium met vele functies: naast zijn belangrijke ecologische functie (bv. als broed- en foerageergebied voor vis, schelpdieren, vogels,enz), is het een belangrijke vaarroute (bv. naar de Antwerpse haven) en dienen dichtbevolkte woongebieden langs de Schelde te worden beschermd tegen stormvloeden (bv. overstromingen 1953, 1976,enz). Duurzaam beheer van het Schelde-estuarium is enkel mogelijk indien deze functies goed op elkaar zijn afgestemd. Dit project onderzoekt de effecten van menselijke ingrepen, zoals de aanleg van gecontroleerde overstromingsgebieden, baggeren en havenuitbreiding, op het natuurlijke milieu van de Zeeschelde (= Vlaamse deel Schelde-estuarium). In perceel 3 onderzoeken we specifiek het sedimenttransport in de hoofdgeul van de Schelde en sedimentatie/erosieprocessen in een recent aangelegd overstromingsgebied (Lippenbroek, Hamme). | | Looptijd | 15/06/2006 - 31/01/2010 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Studie t.b.v. aanleg van overstromingsgebieden en natuurgebieden in het kader van het Sigmaplan. 01/06/2006 - 31/05/2008
| Abstract | Binnen dit project zullen voor de verschillende binnen het Sigmaplan nieuw aan te leggen overstromingsgebieden langsheen de Zeeschelde, inrichtingsvoorstellen geformuleerd worden. Elk gebied moet na inrichting maximaal bijdragen aan het bereiken van de instandhoudingdoelstellingen voor de Schelde. Hierbij is export van Si een belangrijke doelstelling is. De inrichtingsvoorstellen mogen echter niet nadelig zijn voor andere functies en mogen de veiligheidsfunctie van het overstromingsgebied niet hypothekeren door verhoogde sedimentatie. Daarom zal tegelijkertijd onderzoek uitgevoerd worden dat toelaat om binnen de nieuwe overstromingsgebieden beluchting, Si recyclage, stikstofverwijdering, nalevering zware metalen, vegetatie-ontwikkeling, vismigratie en sedimentatie grondig in te schatten. De nieuw aangelegde overstromingsgebieden zullen op deze manier in de toekomst een significante bijdrage kunnen leveren aan de duurzaamheid van het ecosysteem Schelde. | | Looptijd | 01/06/2006 - 31/05/2008 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Towards understanding commmunity assembly rules during floodplain restoration. 01/02/2006 - 31/01/2007
| Abstract | Geen abstract gevonden | | Looptijd | 01/02/2006 - 31/01/2007 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Studie van de effecten van verbossing en eutrofiëring op de broeikasgasbalans en de floristische diversiteit in een onverstoord moerasgebied. 01/01/2006 - 31/12/2009
| Abstract | De belangrijkste objectieven van dit voorstel zijn: 1) bepalen van de broeikasgasbalans (CO2-, CH4- en N2Ofluxen) van een aantal studiegebieden in het bovenbekken van de Bierbza; 2) bepalen van de potentieIe effecten van verbossing en eutrofiering op de broeikasgasbalans en op de floristische diversiteit; en 3) simuleren van toekomstige scenario''s en voorspellen van de efficientie van beschermende maatregelen.
Onze opzet combineert in situ metingen voor het monitoren van de huidige toestand, experimenten om de respons op potentiele veranderingen te bepalen, en modellen om te kunnen opschalen in de tijd en in de ruimte, alsook om een beter inzicht te verwerven in het functioneren van het wetland.
Deze studie is vemieuwend, ten eerste omdat het project veranderingen in biodiversiteit zal proberen te relateren aan veranderingen in het functioneren van het moerasgebied (verbossing en koolstof- en nutrientencyclering). Ten tweede omdat ze de land-atmosfeer uitwisselingen combineert met de land-water interacties (uitlogen van C en N uit het wetland) en we hierdoor massabalansen kunnen opstellen. Tenslotte is het voorstel vemieuwend omdat het, in tegenstelling tot de meeste andere studies in moerasgebieden waarin gasfluxen worden gemeten, verder gaat dan monitoren en empirisch modelleren. De combinatie van flux metingen met een biogeochemisch procesmodel om de observaties te begrijpen en met experimenten om meer betrouwbare extrapolaties in de tijd te bekomen is vrij uniek. | | Looptijd | 01/01/2006 - 31/12/2009 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Fysische verstoring van getijdengebieden door golfslag van schepen in het Schelde-estuarium. 01/01/2006 - 31/12/2007
| Abstract | Het Schelde-estuarium is economisch en ecologisch zeer waardevol. Het ecologisch functioneren wordt gehypothekeerd door een te hoge dynamiek van het estuarium. In dit project wordt één aspect van die dynamiek bestudeerd: golfslag afkomstig van schepen. Enerzijds worden factoren van golfopwekking geëvalueerd, anderzijds wordt het effect van
golfinslag op fysiche verstoring van intergetijdengebieden onderzocht. | | Looptijd | 01/01/2006 - 31/12/2007 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- ADAPT - Towards an integrated decision tool for adaptation measures - Case study: floods - eerste fase. 15/12/2005 - 14/12/2007
| Abstract | Naar een geïntegreerde beslissing voor gepaste maatregelen ¿ case study: overstromingen
Gepaste maatregelen zijn nodig voor de bescherming van populaties en ecosystemen tegen klimaatgerelateerde problemen in de volgende decennia (IPCC, 2001; EEA, 2004). Het algemene doel van dit project is het ontwikkelen en demonstreren van een efficiënte beheersmaatregel, nl. een op kostenbaten analyse gebaseerd instrument voor de integrale toepassing van gepaste maatregelen tegen overstromingsrisico''s in België.
Het project bestaat uit het ontwikkelen van een methodologie gebaseerd op de bestaande kennis en feiten betreffende de effecten van klimaatverandering, hun intensiteit en hun waarschijnlijke progressie in de tijd. Deze methodologie zal verfijnd worden door een ''case study'' (Maas en Schelde bekken). De benadering neemt zowel hydrologische (Ulg), economische (ULB), sociale (HIVA - KUL) en ecologische (ECOBE - UA) aspecten in rekening, als hun wederzijdse interacties in overeenkomst met het ontwikkelingsprincipe en het principe van duurzaam beheer (ECOLAS).
De bijdrage van de groep ECOBE (UA) focust zich op de impact van overstroming op de ecologische waarden van de ecosystemen. Daarnaast zullen mogelijkheden voor aangepaste maatregelen, welke zowel natuur en veiligheid kunnen combineren, onderzocht worden. | | Looptijd | 15/12/2005 - 14/12/2007 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Verkennend onderzoek naar eutrofiëring in Vlaanderen. 01/12/2005 - 30/06/2006
| Abstract | In deze studie wordt het beter in kaart brengen van eutrofiëring in Vlaamse oppervlaktewateren beoogd. De studieopdracht wordt beperkt tot de Europese waterlichamen behorend tot de categorie ''rivieren'' en ''overgangswater'' en de kanalen die daarbij aanleunen. Voor de meren is er immers reeds uitgebreider studiewerk gebeurd en is de beschikbare kennis breder. De keuze om enkel de grotere waterlichamen te bestuderen is gemaakt om de omvang van het studiewerk te beperken, omdat de stroomsnelheid relatief hoog en de verblijftijd laag is in de meeste kleinere waterlopen en omdat het specifieke nutriëntenbeleid in de kleinere oppervlaktewateren in Vlaanderen vorm zal krijgen in de bekkenbeheerplannen. | | Looptijd | 01/12/2005 - 30/06/2006 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Organisatie wetenschappelijke studiedagen met betrekking tot watersysteemkennis. 01/11/2005 - 31/10/2007
| Abstract | Geen abstract gevonden | | Looptijd | 01/11/2005 - 31/10/2007 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Nutriëntcyclering in wetlands langsheen een klimatologische gradiënt: effecten van bemesting, drainage en klimaat. 01/10/2005 - 30/09/2007
| Abstract | Het bestuderen van de nutriëntencyclering in vier nutriëntenarme wetlands gelegen in gematigd en subarctisch Europa.
Het bestuderen van de effecten van klimaatverandering, drainage en bemesting op de nutriëntencyclering en de broeikasgasbalans van een gematigd en subarctisch wetland. | | Looptijd | 01/10/2005 - 30/09/2007 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Ontwikkeling van ecologisch en ecotoxicologisch onderbouwde kwaliteitsdoelstellingen voor waterbodems. 01/09/2005 - 31/01/2006
| Abstract | De beoordeling van de waterbodemkwaliteit gebeurt momenteel op basis van een vergelijking met een referentiewaarde. Deze referentiewaarde is het geometrisch gemiddelde van een twaalftal onverstoorde waterlopen. Het merendeel van de waterbodems voldoet niet aan deze referentie vanwege een verhoogd gehalte aan diverse contaminanten (VMM, 2004). Omdat het niet haalbaar is om te streven naar deze referentiewaarden voor alle waterbodems is er dringend behoefte aan ecologisch en ecotoxicologisch onderbouwde kwaliteitsdoelstellingen. Dit kan dan gekoppeld worden aan een van de mijlpalen in het Milieubeleidsplan 2003-2007, namelijk het uitwerken van een normenkader voor het zogenaamde grondverzet, inclusief bagger- en ruiminsspecie.
Momenteel zijn er in het kader van de waterbodemkwaliteitsmonitoring door de VMM vele data verzameld van zowel physisch-chemische parameters als de biotische samenstelling als de ecotoxicologische effecten. Deze data lenen zich bij uitstek voor het bepalen van de zogenaamde "lowest effect level (LEL)" en "severe effect level (SEL)", waarbij er gekeken wordt naar het verband tussen gehaltes aan contaminanten en het voorkomen van macrobenthos, welke een van de te monitoren groepen zijn in functie van de Europese kaderrichtlijn water, of de bepaling van het zogenaamde "treshold effect level (TEL)" en "probable effect level (PEL)", waarbij er gekeken wordt bij welke gehaltes aan contaminanten er ecotoxicologische effecten waarneembaar zijn (MacDonald, 2003). Op basis van de verkregen waarden kan een aanzet gegeven worden voor ecologisch onderbouwde kwaliteitsdoelstellingen voor de waterbodemkwaliteit.
In het kader van dit onderzoek, waarvoor een eerste aanzet is gegeven in een studententhesis, worden de LEL, SEL, TEL en PEL waarden bepaald voor aile zware metalen, de individuele PCB''s, OCP''s en PAK''s. Er zal een uitgebreide vergelijking gemaakt worden met waarden gevonden in andere landen en met kwaliteitsdoelstellingen of normen uit andere landen. Bovendien zal er gekeken worden of er een onderscheid gemaakt moet worden voor de verschillende regio''s in Vlaanderen, aangezien er van nature hoge gehaltes van metalen kunnen voorkomen of omdat de biobeschikbaarheid kan verschillen afhankelijk van de bindingseigenschappen van het sediment. Op basis hiervan zal er aangegeven worden of de berekende waarden gebruikt kunnen worden als kwaliteitsdoelstellingen voor Vlaanderen. | | Looptijd | 01/09/2005 - 31/01/2006 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Opmaak van concept en methodiek voor analyse en visie-ontwikkeling bekkenbeheerplan en toepassing van methodiek voor bekkenbeheerplan van de Nete. 01/09/2005 - 31/12/2005
| Abstract | Geen abstract gevonden | | Looptijd | 01/09/2005 - 31/12/2005 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Anaërobe biologische waterzuivering. 01/07/2005 - 30/06/2006
| Abstract | Geen abstract gevonden | | Looptijd | 01/07/2005 - 30/06/2006 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Mogelijkheden van NTMB binnen de uitbouw van de ecologische infrastructuur in de Antwerpse haven. 01/04/2005 - 30/11/2006
| Abstract | Geen abstract gevonden | | Looptijd | 01/04/2005 - 30/11/2006 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Analyse van patronen in soortdistributie en gemeenschapssamenstelling van bryofieten en protisten in de sub-Antarctische regio. 01/04/2005 - 31/03/2006
| Abstract | Het doel van deze studie is een analyse te maken van de relatie tussen distributiepatronen van mossen en protisten, soortensamenstelling van de gemeenschappen in deze groepen binnen de sub-Antarctische regio en de milieuvariabelen, vooral klimatologische, die deze patronen reguleren. Door gebruik te maken van zowel latitudinale als altitudinale gradiënten zal deze vraagstelling onderzocht worden. | | Looptijd | 01/04/2005 - 31/03/2006 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Modellen voor de bepaling en voorspelling van het effect belangrijke milieuverontreinigende stoffen op de mariene en zoetwater ecosystemen en biodiversiteit (MODELKEY). 01/02/2005 - 31/01/2010
| Abstract | Een van de belangrijke oorzaken van een onvoldoende ecologische toestand en een verminderde biodiversiteit in zoetwater en mariene ecosystemen is stres t.g.v. verontreiniging. In de kaderrichtlijn water wordt de kwaliteitstoestand van aquatische ecosystemen geevalueerd op basis van hydromorfologische, fysisch-chemische en biologische parameters en een lijst van zogenaamde prioritaire polluenten. Dit resulteert in een grove kwaliteitsschatting, maar maakt het niet mogelijk om een goede diagnose te stellen of een inschatting te maken van de mogelijke toxische impact ten gevolge van aanwezige polluenten en zeker ook niet om een oorzaak-effect relatie vast te stellen tussen chemische verontreiniging en de afname van de biodiversiteit. Momenteel wordt hieraan weinig aandacht besteedt en zijn de middelen daarvoor ook beperkt. Modelkey is er op gericht om een aantal van deze kennishiaten in te vullen zodat een betere oorzaak-effect relatie en impact inschatting gemaakt kan worden. | | Looptijd | 01/02/2005 - 31/01/2010 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Botanische waarden in de Zegge. 01/02/2005 - 31/01/2007
| Abstract | Geen abstract gevonden | | Looptijd | 01/02/2005 - 31/01/2007 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Impact van hydrologie op diversiteit van aquatische organismen in tijdelijke wetlands in de Kaapstreek (Zuid-Afrika). 01/01/2005 - 31/12/2008
| Abstract | Met behulp van teledetectie zullen eerst verschillende types wetlands warden gekarakteriseerd als basis voor de studie van hun hydrologie en ecologie. Op basis van een digitaal terreinmadel en een hydrologisch model zullen vervolgens de run-off en de dynamiek van het grondwater worden bepaald. De door de teledetectie geïdentificeerde wetlands zullen gebruikt worden om het model te calibreren. Aan de hand van de studie van de diversiteitspatronen van belangrijke vertegenwoordigers (planten en invertebraten) van tijdelijke wetlands in de Westelijke Kaapregio (Zuid-Afrika) in relatie tot de hydrologie van deze habitatten, is het uiteindelijk de bedoeling de associatie te bestuderen tussen patronen van diversiteit en voorkomen van soorten enerzijds en hydrolagie-gerelateerde variabelen anderzijds. Samen met de kwantitatief genetische studie van levensgeschiedeniskenmerken van geselecteerde vlaggenschipsoorten (grote branchiopoden) zal ons dit in staat stellen de evolutionaire flexibiliteit te bestuderen van saarten onder tijdsdruk en mogelijke veranderingen in diversiteit en verspreiding van soarten in te schatten vofgens verschillende scenario''s van hydrologische veranderingen. Deze gegevens zullen uiteindelijk worden gebruikt door het Department of Water Affairs and Forestry (DW AF} te Pretoria ter ondersteuning van de implementatie van de wettelijke principes bepaald in de National Water Act (1998) en de National Environmental Management Act (1998) voor het duurzaam gebruik van water in de regio. | | Looptijd | 01/01/2005 - 31/12/2008 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Evaluatie van de effectiviteit van natuurtechnische maatregelen in het waterlopenbeheer. 01/01/2005 - 31/12/2006
| Abstract | In het kader van Integraal Waterbeheer worden diverse herstelprojecten uitgevoerd in de rivierbekkens, zonder dat er achteraf een grondige wetenschappelijke evaluatie van de uitgevoerde maatregelen gebeurd. Binnen dit project ligt de nadruk op de evaluatie van een aantal door de provincie van Antwerpen uitgevoerde herstelprojecten, waarbij o.a. gebruik gemaakt wordt van beoordelingstechnieken op basis van de aanwezige macrofyten, macro-invertebraten en vissen . De evaluatie zal vervolgens worden gebruikt als input voor educatief materiaal voor waterbeheerders met betrekking tot de genomen maatregelen. | | Looptijd | 01/01/2005 - 31/12/2006 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Zoetwaterschorren als "sinks" voor stikstof : dynamiek van het benthische compartiment en onderzoek naar hun rol in estuariene stikstof retentie. 01/01/2005 - 31/12/2006
| Abstract | Het algemeen doel van dit project is het bepalen van de rol van zoetwaterschorren binnen de stikstofcyclus van het Schelde-estuarium. Het Schelde-estuarium, met haar dichtbevolkte bekken, is een typisch voorbeeld van een ecosysteem dat grote vrachten van stikstof te verwerken krijgt. De omvangrijke arealen zoetwaterschorren betekenen een belangrijk potentieel aan N-verwijdering. Dit project heeft tot doel de stikstofcyclus te begrijpen in belangrijke schor-compartimenten zoals overspoelend water, sediment en macrofyten. Hiertoe wordt een ecosysteem labelings studie gecombineerd met verscheidene additionele studies | | Looptijd | 01/01/2005 - 31/12/2006 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Invullen natuurontwikkeling langs de Zeeschelde en haar tijgebonden zijrivieren. 01/01/2005 - 30/06/2005
| Abstract | Geen abstract gevonden | | Looptijd | 01/01/2005 - 30/06/2005 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Opstellen van instandhoudingsdoelstellingen voor de Zeeschelde en de tijgebonden zijriveren (Nete's, Dijle, Zenne en Durme). 01/01/2005 - 30/06/2005
| Abstract | Geen abstract gevonden | | Looptijd | 01/01/2005 - 30/06/2005 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Modellering van de interacties tussen macrofieten en rivierprocessen en hun effect op rivierkwaliteit. 01/12/2004 - 31/12/2008
| Abstract | NELE DESMET
Promotor: Prof. Dr. P. Meire (UA, Biologie)
Co-promotor: Dr. Ir. P. Seuntjens (Vito, IMS)
"Modellering van Waterkwaliteit: Effecten van Macrofyten"
Rivieren zijn als laaggelegen linten in het landschap verzamelplaatsen voor verontreinigingen. Daardoor kunnen verhoogde concentraties aan micropolluenten, metalen en nutriënten in het watersysteem voorkomen, die tal van problemen veroorzaken voor mens en milieu.
Eens aanwezig in de waterloop zijn polluenten en nutriënten onderhevig aan tal van fysische, chemische en biologische processen, die bepalend zijn voor de verspreiding in tijd en ruimte. Het modelleren van de waterkwaliteit vereist dan ook een dynamische benadering waarbij rekening gehouden moet worden met zowel transport- als transformatieprocessen.
Bestaande waterkwaliteitsmodellen leveren reeds goede predicties in open (weinig vegetatie) waterlopen, maar vertonen nog belangrijke tekorten bij het in rekening brengen van de invloed die uitgaat van aanwezige waterplanten. De riviervegetatie, die integraal deel uitmaakt van de waterloop, zal immers interageren met de diverse processen en zo mee de kwaliteit van het water bepalen.
Er zijn de rechtstreekse effecten van opname en transformatie, maar ook onrechtstreekse invloeden door wijziging van de hydrodynamische en fysico-chemische omstandigheden rond en tussen de waterplanten.
De hoofddoelstelling van dit doctoraatsonderzoek is de interacties tussen waterplanten en de aquatische omgeving (water en sediment) te beschrijven, de effecten van deze wisselwerking op het lot van verontreinigingen in de waterloop te kwantificeren en dit alles te integreren in een waterkwaliteitsmodel. Hierbij zullen de diverse effecten van macrofyten op de verspreiding en beschikbaarheid van verontreinigingen in het rivierwater in beschouwing genomen worden.
De resultaten van dit onderzoek zullen ondermeer hun toepassing vinden in het water- en milieubeleid. De integratie van aquatische vegetatie in het modellering is immers noodzakelijk om ook in (dicht) begroeide waterlopen goede predicties van de waterkwaliteit mogelijk te maken en om beheerswerken, zoals het maaien van macrofyten, te evalueren in termen van waterkwaliteit. | | Looptijd | 01/12/2004 - 31/12/2008 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Micro- en macro-evolutie van bedreigde endemische Opuntia-reuzencactussen: conservatiegenetica op de Galápagos archipel. 01/10/2004 - 31/12/2007
| Abstract | Dit project bestudeert de micro- en macro-evolutionaire processen (veranderingen in allelfrequenties, genetische drift, genmigratie, hybridisatie, introgressie, veranderingen in DNA sequenties) bij de bedreigde reuzencactussen van het genus Opuntia op de Galápagos eilanden. Hierbij wordt gebruik gemaakt van een combinatie van verschillende recent ontwikkelde genetische technieken (microsatellieten, DNA sequentiebepaling) op een unieke en reeds beschikbare collectie stalen. | | Looptijd | 01/10/2004 - 31/12/2007 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- De optimalisatie van het maaibeheer van waterlopen. 01/10/2004 - 30/09/2006
| Abstract | Verhoogde nutriëntentoevoer zorgt voor een toegenomen groei aan waterplanten in de Vlaamse waterlopen. Om de waterafvoercapaciteit van deze te behouden gaat men over tot het verwijderen van al de vegetatie. Deze beheersmethode heeft echter heel wat nadelige ecologische gevolgen die bovendien leiden tot een hoge economische kost.
Dit project heeft als doelstelling een maaistrategie uit te werken die de waterafvoer verzekert en een zo kleine mogelijk ecologische impact heeft. Daarnaast zal er nagegaan worden wat het effect van de beheersingreep op de dynamiek van de bodemmorfologie is. Er zal dus getracht worden inzicht te krijgen in de relatie tussen macrofyten en fysische parameters zoals stroomsnelheid en de verschillende maaipatronen.
Om dit te bewerkstelligen is het onderzoek opgedeeld in 4 luiken : vegetatiekartering, ex situ en in situ experimenten en onderzoek naar de sedimentsdynamiek. De resultaten van de kartering zullen de basis vormen voor de ex situ experimenten. Gezamenlijk met de resultaten van de in situ experimenten en de sedimentsdynamiek moet dit leiden tot een verantwoord maaibeheer. In de ex situ experimenten zal de hypothese getest worden of emergente groeivormen een groter effect hebben op de efficiëntie van een maaipatroon dan submerse groeivormen. Dit zal gebeuren door in een stroomgoot biologische (zoals densiteit) en fysische parameters (debiet) te variëren overeenkomstig de resultaten uit het vegetatieonderzoek. De in situ experimenten laten dan toe om dit te verifiëren. Dit is hetgeen waarin dit voorstel afwijkt van reeds eerder uitgevoerd werk rond dit probleem. Daar we dan antwoorden hebben op vragen zoals biomassa ontwikkeling en hergroei zal het mogelijk zijn om optimale data en frequenties voor maaibeheer uit te leggen in functie van ecologische impact en zo laag mogelijke economische kosten. | | Looptijd | 01/10/2004 - 30/09/2006 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Binnendijkse slik- en schorontwikkeling dankzij een gereduceerd getij. 01/10/2004 - 30/09/2005
| Abstract | Intergetijdengebieden zoals slikken en schorren maken van estuaria waardevolle gebieden met hoogproductieve levensgemeenschappen. Slikken en schorren vormen een belangrijk habitat binnen estuariene ecosystemen en spelen een essentiële rol in de nutriëntencyclering. De voorbije eeuw is door antropogene ingrepen zoals havenuitbreiding, inpoldering of dijkwerken de totaliteit van slikken en schorren in de Zeeschelde echter sterk afgenomen, zowel in oppervlakte als in kwaliteit.
Schorherstel is daarom nodig. In gecontroleerde overstromingsgebieden, gepland als onderdeel van het Sigmaplan ter beveiliging van het Zeescheldebekken tegen overstromingen, kan veiligheid gecombineerd worden met natuurontwikkeling. Door middel van een gecontroleerd overstromingsgebied met gereduceerd getij (GGG), kunnen deze gebieden onder invloed van het Scheldetij gesteld worden. Het is echter nauwelijks geweten of deze nieuwe intergetijdengebieden dezelfde ecologische functies en structuren kunnen ontwikkelen als de buitendijkse slikken en schorren. Om een antwoord te bieden op deze vraag zal het principe van een GOG-GGG getest worden in het 10 ha grote testgebied Lippenbroek. | | Looptijd | 01/10/2004 - 30/09/2005 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Multifunctionaliteit van overstromingsgebieden: wetenschappelijke bepaling van de impact van waterberging op natuur, bos en landbouw. 01/10/2004 - 30/09/2005
| Abstract | De studie heeft tot doel een afwegingskader met beslissingsboom op te stellen dat het voor de administratie mogelijk maakt om op een eenvormige en gefundeerde wijze mogelijkheden voor en consequenties van de multifunctionele inrichting van overstromingsgebieden te bepalen. Het kader moet toelaten een evaluatie te maken van de mogelijkheden om de huidige functie van een overstromingszone te combineren met de functie van waterberging, en te bepalen tot welke kosten de keuzes van verschillende vormen van landinrichting met waterberging leiden. | | Looptijd | 01/10/2004 - 30/09/2005 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Globale impactstudie Tessenderlo Chemie. Impactanalyse waterlopen en overstromingsgebieden. 01/05/2004 - 31/12/2004
| Abstract | Geen abstract gevonden | | Looptijd | 01/05/2004 - 31/12/2004 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Zeeschelde L.O. te Kruibeke - Realisatie van een gecontroleerd overstromingsgebied; Opmaak van een integraal plan (o.a. t.b.v. de MER procedure). 05/04/2004 - 04/07/2004
| Abstract | Geen abstract gevonden | | Looptijd | 05/04/2004 - 04/07/2004 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Synthese van wetenschappelijke inzichten als voorbereiding voor het toekomstig ruimtelijk beleid. 01/04/2004 - 30/06/2004
| Abstract | Geen abstract gevonden | | Looptijd | 01/04/2004 - 30/06/2004 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Pilot study in preparation of the spatial implementation of the EU Habitat and Bird directives in general and the conservation objectives in particular for parts ... on the Left bank of the Schelde 19/02/2004 - 18/09/2004
| Abstract | Volgens artikel 6 van de habitatrichtlijn zijn de individuele lidstaten verplicht ervoor te zorgen dat de habitattypes en soorten waarvoor speciale beschermingszones werden aangewezen in stand gehouden worden en zelfs hersteld worden. Om een afdoende bescherming op lange termijn te verzekeren is het noodzakelijk onderbouwde doelstellingen voor habitatten en soorten te beschrijven. In dit project zullen de instandhoudingsdoelstellingen voor de speciale beschermingszones (EU Vogelrichtlijngebied 79/409/EEG en EU Habitatrichtlijngebied 92/43/EEG) in de Zeehaven van Antwerpen opgesteld door Van Hove, Nijssen & Meire (2004) verder verfijnd worden. Er zal een wetenschappelijke onderbouwing ontwikkeld worden voor de ruimtelijke vertaling van de instandhoudingsdoelstellingen en ''maatregelen. | | Looptijd | 19/02/2004 - 18/09/2004 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- IWT-opvangmandaat Tim Vermeiren. 01/02/2004 - 30/09/2004
| Abstract | Geen abstract gevonden | | Looptijd | 01/02/2004 - 30/09/2004 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Fundamentele studie van uitwisselingsprocessen in rivierecosystemen. 01/01/2004 - 31/12/2009
| Abstract | Rivieren hebben door hun afvoer van sedimenten, organisch materiaal en nutriënten naar de kustzeeën een grote invloed op het mariene ecosysteem. De kwalitatieve en kwantitatieve karakteristieken van die input alsmede de temporele dynamiek zijn echter sterk afhankelijk van processen in de stroomopwaarts gelegen delen van de rivieren. De laatste jaren wordt gepoogd het transport van water, opgeloste stoffen en sedimenten te beschrijven op schaal van (deel)stroomgebieden. De modellen zijn veelal op macroschaal geformuleerd met beschrijving van ecosysteemtypes als bos, landgebruik, wetland etc. en uitwisselingstermen tussen die systemen. Waar land en water elkaar ontmoeten vinden we juist ecotonen: overgangszones als resultante van hydrodynamiek met een eigen flora en fauna en daaraan gekoppelde intensieve omzetting en opname van materiaal. Voor een goede beschrijving van uitwisseling op macroschaal is dus een gedetailleerd begrip van het functioneren van dergelijke zones noodzakelijk.
De hoofddoelstelling van dit project is om te onderzoeken hoe de diverse fysische en biologische processen en hun interacties invloed hebben op uitwisseling van water, opgelost en particulair materiaal in de twee kenmerkende uitwisselingszones van stroomgebieden: oeverzones en overstromingsgebieden .
Voor het verwezenlijken van de hoofddoelstelling is het noodzakelijk modellen van enerzijds de oever en anderzijds het overstromingsgebied te ontwikkelen. Daarvoor is multidisciplinair onderzoek en geïntegreerde modellering van hydrodynamische transportkarakteristieken en biologische transformatie processen vereist. Het koppelen van de verschillende modellen en beschrijvingen vormt de methodische uitdaging in het voorgestelde project. Naast algemene modelbeschrijvingen van grondwaterstroming, hydraulica en biologische kenmerken worden een aantal kenmerkende interactie zones onderscheiden, waarbinnen de uitwisselingsprocessen in detail onderzocht en modelmatig beschreven zullen worden:
1.interactie ondiep grondwater en terrestrisch of wetland (bodem als grensvlak)
2.interactie dieper grondwater en de waterloop (waterbodem als grensvlak)
3.interactie waterloop met de oeverzone
4.interactie (on)diep grondwater en overstromingsgebied
5.interactie waterloop en overstromingsgebied
Een gerichte beschrijving van de uitwisselingen wordt allereerst bepaald door de component die onderzocht wordt. Er zijn drie groepen van componenten met elk hun eigen karakteristieke ''uitwisselings''-beschrijvingen, namelijk water, opgelost materiaal en particulair of gesuspendeerd materiaal. Stikstof wordt als ''voorbeeld''-component in de modellen beschreven. De besproken transport-mechanismen zijn alle drie noodzakelijk voor een goede beschrijving van het gedrag van stikstof. | | Looptijd | 01/01/2004 - 31/12/2009 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Onderaanneming van een deelopdracht (Groot Schijn) in het project "Ecologische inventarisatie en visievorming in het kader van Integraal Waterbeheer (WAT/L2003S0029X). 01/01/2004 - 30/06/2005
| Abstract | Dit project heeft als doel het waterbeheer van de waterlopen in het bekken van het Groot Schijn beter af te stemmen op de aanwezige ecologische potenties in het stroomgebied. Het volledige stroomgebied zal doorgelicht worden op zijn ecologische waarde, waarbij vooral de hoofdwaterlopen en hun valleigebieden meer in detail zullen geïnventariseerd worden. Vanuit de inventarisatie zullen mogelijkheden aangegeven worden voor een ecologische herwaardering van de waterlopen en de valleien.
De Universiteit Antwerpen staat in voor de inventarisaties van de waterlopen en valleigebieden, de bepaling van de biologische waterkwaliteit en zorgt voor de nodige gebiedskennis in dit deelproject. | | Looptijd | 01/01/2004 - 30/06/2005 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Study of the actual, past and future biodiversity of protists and higher plants on a subantarctic island : role of dispersion, colonisation and resistance to climatic warming (DIVCRO). 01/01/2004 - 31/12/2004
| Abstract | Geen abstract gevonden | | Looptijd | 01/01/2004 - 31/12/2004 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Zenne stroomafwaarts van Brussel : studie naar verontreiniging en ecologische toestand van de rivier en haar vallei als basis voor een integraal waterbeheer. 01/01/2004 - 31/12/2004
| Abstract | Geen abstract gevonden | | Looptijd | 01/01/2004 - 31/12/2004 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Micro- en macro-evolutie van bedreigde endemische Opuntia-reuzencactussen: conservatiegenetica op de Galápagos archipel. 01/01/2004 - 30/09/2004
| Abstract | Dit project bestudeert de micro- en macro-evolutionaire processen (veranderingen in allelfrequenties, genetische drift, genmigratie, hybridisatie, introgressie, veranderingen in DNA sequenties) bij de bedreigde reuzencactussen van het genus Opuntia op de Galápagos eilanden. Hierbij wordt gebruik gemaakt van een combinatie van verschillende recent ontwikkelde genetische technieken (microsatellieten, DNA sequentiebepaling) op een unieke en reeds beschikbare collectie stalen. | | Looptijd | 01/01/2004 - 30/09/2004 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Belgische Polaire onderzoekscluster. (BE-POLES) 15/12/2003 - 31/12/2006
| Abstract | Geen abstract gevonden | | Looptijd | 15/12/2003 - 31/12/2006 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Een communicatie- en vulgarisatieplatform van het Belgisch Polair onderzoek. 15/12/2003 - 31/12/2006
| Abstract | Geen abstract gevonden | | Looptijd | 15/12/2003 - 31/12/2006 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Typologie, referentieconditie en classificatie van de Belgische kustwateren. 15/12/2003 - 30/04/2006
| Abstract | Het project heeft als globaal doel de Kaderrichtlijn Water (KRW) voor de belgische kustwateren in te vullen. Daartoe wordt in eerste instantie bekeken hoe de invulling precies moet tot stand komen. Uiteindelijk moet een afdoend scoresysteem voorhanden zijn waarmee de ecologische kwaliteit van de belgische kustwateren kan worden geëvalueerd, liefst volgens een referentietoestand die, zoniet voorradig, moet worden gereconstrueerd. Eerst worden alle nuttige data en literatuur gecentraliseerd. Een referentietoestand wordt opgesteld, mede gebaseerd op wat in de buurlanden hiervoor reeds is voorgesteld. Verschillende '' bestaande '' classificatiestelsels geëvalueerd en getest worden, met betrekking tot de Belgische kustwateren. Indien nodig wordt een aangepast classificatiesysteem ontwikkeld. Ontbrekende kwaliteitselementen zullen worden vermeld en aanbevelingen voor verdere monitoringstudies zullen worden opgesteld. | | Looptijd | 15/12/2003 - 30/04/2006 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Relaties tussen de ecologische en chemische toestand van oppervlaktewater. (REBECCA) 01/12/2003 - 30/11/2006
| Abstract | De doelstelling van het project REBECCA is het onderbouwen van wetenschappelijke uitgangspunten waarop de kaderrichtlijn water zich baseerd, namelijk dat het verband tussen de biologische, fysische en chemische toestand van het oppervlaktewater wel bekend zijn zodat het beheer van bekkens en rivieren er op gericht kan zijn om de ecologische kwaliteitsdoelstellingen te behalen. Tot nog toe is er reeds veel succes geboekt in het behouden en verbeteren van de oppervlaktewaterkwaliteit door het beter begrijpen van de relatie tussen antropogene invloeden (zoals waterontrekking, landbouw en effluent lozingen) en de chemische kwaliteit van het water. Desondanks zijn er nog vele uitdagingen in de ontwikkeling en implementering van meetprogrammas. Onze huidige kennis over de relatie tussen de chemische kwaliteit en de ecologische status is over het algemeen onvoldoende om beheersmaatregelen voor het bereiken van ecologische kwaliteitsdoelstellingen te ondersteunen. | | Looptijd | 01/12/2003 - 30/11/2006 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Monitoring van de bekkens van de Kleine en de Grote Nete ten behoeve van het beheer en de bescherming van de visfauna. 01/12/2003 - 29/02/2004
| Abstract | Tijdens de periode januari 2003 '' januari 2004 worden op 78 monsterpunten in de bekkens van de Kleine en de Grote Nete 28 fysisch-chemische parameters bepaald. Elk punt wordt vier maal per jaar bemonsterd, zodanig dat de vier seizoenen in alle staalnames vertegenwoordigd zijn. De resultaten worden besproken en verwerkt in een advies t.b.v. het visbepotingsprogramma. | | Looptijd | 01/12/2003 - 29/02/2004 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Landschapsecologisch en ecohydrologisch onderzoek ten behoeve van de uitwerking van een ecosysteemvisie van Grote en Kleine Nete in het kader van de actualisatie van het SIGMAPLAN. 01/11/2003 - 31/10/2005
| Abstract | Geen abstract gevonden | | Looptijd | 01/11/2003 - 31/10/2005 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Studie van de huidige, subfossiele en toekomstige biodiversiteit in de subantarctische regio: rol van dispersie, kolonisatie en weerstand aan klimatologische opwarming. 01/10/2003 - 31/12/2005
| Abstract | Geen abstract gevonden | | Looptijd | 01/10/2003 - 31/12/2005 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Rol van een zoetwaterschor in de siliciumcyclus in het Schelde-estuarium. 01/10/2003 - 30/09/2005
| Abstract | Silicium speelt een grote rol bij de eutrofiëringsproblemen die wereldwijd in kustwateren worden waargenomen. Onderzoek aangaande het belang van estuaria in de regulatie van transport van Si van land naar zee is tot op heden eerder schaars. Er werden belangrijke indicaties van het belang van intertidale vegetatie en sediment als Si-reservoir binnen een estuarien systeem waargenomen. Het doel van dit project is inzicht te verwerven in de rol van een zoetwaterschor in de siliciumcyclus binnen het Schelde-estuarium. De verschillende siliciumreservoirs in het schor (vegetatie, sediment, poriewater, grondwater en oppervlaktewater) zullen door middel van een tweemaandelijkse monitoring kwantitatief worden bestudeerd. Door middel van dissolutie- en decompositie-experimenten, zowel in situ en ex situ, zal de interactie tussen de verschillende reservoirs worden bestudeerd. Massa-balansen worden uitgevoerd om de uitwisseling van silicium tussen intertidaal en pelagiaal te kwanitificeren. Het eindresultaat is een geïntegreerd beeld van de rol van een zoetwaterschor in de estuariene siliciumcyclus. | | Looptijd | 01/10/2003 - 30/09/2005 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Typologie en beheer van viswateren. 01/10/2003 - 31/10/2003
| Abstract | Het doel van het project is het aanbrengen van informatie en het geven van een wetenschappelijke onderbouwing voor het planmatig visstandbeheer op verschillende viswatertypen, de streefbeelden voor de visstand en het beheer van deze openbare viswateren. | | Looptijd | 01/10/2003 - 31/10/2003 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Ecosysteemmodellering ter onderbouwing van de SMER voor het Sigmaplan. 01/10/2003 - 31/10/2004
| Abstract | Met het oog op het voorspellen van de effecten op het ecosysteem van de ingrepen (natuurontwikkeling en -bouw d.m.v. overstromingsgebieden, bouwtechnische ingrepen) in het kader van het Sigmaplan, wordt een bestaand ecosysteemmodel van de Westerschelde (MOSES) uitgebreid tot de Zeeschelde (tot Gent). De doelstelling is een beleidsondersteunend instrument te bekomen dat expliciet onzekerheid in de kennis mee in rekening brengt. | | Looptijd | 01/10/2003 - 31/10/2004 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Onderzoek naar de populatiegrootte en de overlevingskansen van de grote modderkruiper in de Kempen en in het Vlaams natuurreservaat Het Goorken te Arendonk in het bijzonder. 01/10/2003 - 30/11/2003
| Abstract | Onderzoek werd uitgevoerd naar de zeldzaamheid van de Grote modderkruiper op Vlaams niveau. Dit gebeurde als deelstudie van het onderzoek naar de populatie in het Vlaams natuurreservaat ''t Goorken. De leefbaarheid wordt bepaald op basis van de populatiegrootte enerzijds en de leeftijdsdistributie anderzijds. | | Looptijd | 01/10/2003 - 30/11/2003 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Opmaak van een inventaris van de ecologische infrastructuur in de Gentse Kanaalzone. 01/10/2003 - 02/01/2004
| Abstract | Geen abstract gevonden | | Looptijd | 01/10/2003 - 02/01/2004 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Aanreiken van een gemeenschappelijke basis voor eenvormige milieukwaliteitsnormen voor de drie milieucompartimenten bodem, water (grond- en oppervlaktewater) en lucht. (expertise deel "water"). 01/10/2003 - 15/01/2004
| Abstract | Bij de wetenschappelijke onderbouwing van milieukwaliteitsnormen dient men in principe uit te gaan van de methodiek van risico-evaluatie. Een risico-evaluatie, om het even voor welk compartiment of receptor, bestaat uit een drietal luiken. In een eerste luik verzamelt men informatie over de nadelige effecten van een stof en over de dosis-responsrelaties. Dit luik noemt men de hazard characterisation of gevaarskarakterisatie. In een tweede luik voert men een blootstellingsbepaling of exposure assessment uit. Voor de relevante receptoren en vastgelegde scenario''s zal men het gedrag van de stof in het milieu en de blootstelling van de receptoren trachten te kwantificeren. In het derde luik tenslotte brengt men de resultaten van de gevaarsidentificatie en van de blootstellingsbepaling bij elkaar en zal men op basis van de geselecteerde criteria hetzij komen tot een risicobepaling hetzij een norm afleiden (risk characterisation). In dit project wordt een gemeenschappelijke methodiek ontwikkeld gebaseerd op deze drie luiken voor de diverse milieucompartimenten. | | Looptijd | 01/10/2003 - 15/01/2004 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Verandering van de biogeochemie van zware metalen in overstromingsgebieden: biobeschikbaarheid, toxiciteit en risico. 01/10/2003 - 31/08/2006
| Abstract | In de omgeving van waterlopen kunnen beschikbare laaggelegen gebieden beschouwd worden als een mogelijkheid om rivierwater tijdelijk te collecteren bij hoge waterstanden en zo het overstromingsgevaar voor bewoonde gebieden te minimaliseren.
De aanleg van waterrijke gebieden of gecontroleerde overstromingsgebieden past ook in het concept van ''Integraal Waterbeheer'' . Het is tegelijk een mogelijkheid om habitats voor specifieke planten- en diersoorten te creëren.
Omwille van industriële activiteiten in de nabijheid van waterlopen blijken water, bodem en sedimenten echter dikwijls met metalen gecontamineerd te zijn. Dit kan resulteren in beperkingen voor de ecosysteemontwikkeling of verhoogde overdracht van zware metalen naar de voedselketen.
Gezien metalen accumuleren, kunnen waterrijke gebieden slechts duurzaam ontwikkeld worden als processen die de metaalmobiliteit beïnvloeden voldoende gekend zijn en voorspellingen omtrent metaalgedrag mogelijk zijn. In het merendeel van de gevallen kunnen echter verschillende overstromingsregimes, zoals periodieke of permanente overstroming, in beschouwing genomen worden. Dit heeft een impact op de mobiliteit, biobeschikbaarheid en toxiciteit van zware metalen. De mogelijke ontwikkelingsscenario''s bij toepassing van verschillende overstromingsregimes worden dan ook geregeld in vraag gesteld door beleidsbepalende instanties, vooral indien het verontreinigde gebieden betreft. Daarom is een diepgaand inzicht in de processen die de metaalmobiliteit beïnvloeden noodzakelijk om voorspellingen te kunnen doen omtrent de gevolgen van de verschillende beheersopties op metaalbiobeschikbaarheid, toxiciteit en ecosysteemontwikkeling.
Dit onderzoek heeft dan ook als doelstelling bij te dragen tot de ontwikkeling van beleidsgerichte modellen, die in staat zijn op eenduidige en transparante wijze vragen hieromtrent te beantwoorden. De modellen moeten het mogelijk maken bij het ontwerp van gecontroleerde overstromingsgebieden onder verschillende scenario''s voorspellingen te doen omtrent het gedrag van metalen en de ecosysteemontwikkeling. Ze moeten tevens toelaten te evalueren of en onder welke omstandigheden ecosysteemontwikkeling nog aanvaardbaar zal zijn. Bovendien zullen criteria opgesteld worden om de risico''s in te schatten, voortvloeiend uit de keuze van verschillende beleidsopties bij de aanleg van waterrijke gebieden in verontreinigde milieus.
Om deze doelstellingen te bereiken, zullen gegevens en procesinformatie verzameld worden betreffende het gedrag van metalen in abiotische en biotische compartimenten, ecotoxiciteit en ecosysteemontwikkeling bij toepassing van verschillende overstromingsregimes op gronden en sedimenten, verschillend in karakteristieken en verontreinigingsgraden.
De verzamelde gegevens, ontworpen modellen en criteria zullen neergeschreven worden in een boek en op CD-rom worden gezet. De resultaten zullen doorgegeven worden aan verschillende nationale en internationale onderzoeksinstituten en beleidsorganen. Tenslotte zal een werkgroep bijeengeroepen worden om de problematiek te bespreken met nationale en internationale vertegenwoordigers van verschillende milieugerichte departementen. | | Looptijd | 01/10/2003 - 31/08/2006 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Dynamiek van waterplanten en nutrienten in de bovenstroomse gebieden van het Schelde bekken 01/10/2003 - 30/04/2006
| Abstract | Geen abstract gevonden | | Looptijd | 01/10/2003 - 30/04/2006 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- 'Monitoring van ontwikkelingen in slik- en schorgebieden in de Zeeschelde' in het kader van : 1) de baggerstortvergunning op de platen van Doel en Boomke; 2) het afgraven van de Ketenissepolder. 01/10/2003 - 31/12/2004
| Abstract | Geen abstract gevonden | | Looptijd | 01/10/2003 - 31/12/2004 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Uitwerking van een integraal waterbeheer in het kader van de actualisatie van het SIGMAPLAN voor de Zenne op Vlaams grondgebied. 01/10/2003 - 31/12/2004
| Abstract | Geen abstract gevonden | | Looptijd | 01/10/2003 - 31/12/2004 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Opstellen van een synthese rapport van alle monitoring gegevens van de Beneden Zeeschelde ten behoeve van de milieuvergunningsaanvraag en uitwerken van een gedetailleerd monitoringsprogramma. 01/10/2003 - 05/12/2006
| Abstract | In het kader van de milieuvergunningsaanvraag voor de baggerwerken in de Beneden Zeeschelde, is een voorpelling van de effecten op het ecosysteem van het storten van baggerspecie vereist. Hieraan gekoppeld is de noodzaak tot monitoring om de verwachte effecten te kunnen kwantificeren. Inventarisatie van de op dit moment voorhanden monitoring-gegevens wordt gedaan, mogelijke effecten worden gedeeltelijk via simulatie opgespoord. Een ecosysteemmodel wordt gebruikt om optimale monitoring (met het oog op het kwantificeren van verwachte effecten) voor te stellen. | | Looptijd | 01/10/2003 - 05/12/2006 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Ontwikkelen van scores of indices voor de biologische kwaliteitselementen 'bentische ongewervelden, macroalgen, angiospermen en fytoplankton' voor de Vlaamse overgangswateren overeenkomstig de Europese kaderrichtlijn Water. 01/10/2003 - 30/11/2003
| Abstract | Sinds december 2000 is de Europese Kaderrichtlijn Water van kracht. De kaderrichtlijn Water richt zich op de bescherming van water in alle wateren en stelt zich ten doel dat alle europese wateren tegen 2015 een `goede toestand'' hebben bereikt en dat er binnen heel Europa duurzaam wordt omgegaan met water. Deze richtlijn vereist het formuleren van ecologische doelstellingen voor de verschillende types van wateren. Dit project omvat een theoretische studie naar de mogelijkheden om dergelijke ecologische doelstellingen te formuleren. In dit project gaat het om de bepaling van doelstellingen voor verschillende biologische kwaliteitselementen (bentische ongewervelden, angiospermen, macroalgen en fytoplankton) op basis waarvan de verschillende types wateren kunnen opgedeeld worden in waterkwaliteitsklassen. Functioneel-ecologische theorieën zullen gebruikt worden als onderbouwing. | | Looptijd | 01/10/2003 - 30/11/2003 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Patronen in verspreiding, samenstelling en diversiteit van protistgemeenschappen op Subantarctische eilanden. 01/10/2003 - 30/09/2005
| Abstract | Geen abstract gevonden | | Looptijd | 01/10/2003 - 30/09/2005 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- De optimalisatie van het maaibeheer van waterlopen. 01/10/2003 - 30/09/2004
| Abstract | Verhoogde nutriëntentoevoer zorgt voor een toegenomen groei aan waterplanten in de Vlaamse waterlopen. Om de waterafvoercapaciteit van deze te behouden gaat men over tot het verwijderen van al de vegetatie. Deze beheersmethode heeft echter heel wat nadelige ecologische gevolgen die bovendien leiden tot een hoge economische kost.
Dit project heeft als doelstelling een maaistrategie uit te werken die de waterafvoer verzekert en een zo kleine mogelijk ecologische impact heeft. Daarnaast zal er nagegaan worden wat het effect van de beheersingreep op de dynamiek van de bodemmorfologie is. Er zal dus getracht worden inzicht te krijgen in de relatie tussen macrofyten en fysische parameters zoals stroomsnelheid en de verschillende maaipatronen.
Om dit te bewerkstelligen is het onderzoek opgedeeld in 4 luiken : vegetatiekartering, ex situ en in situ experimenten en onderzoek naar de sedimentsdynamiek. De resultaten van de kartering zullen de basis vormen voor de ex situ experimenten. Gezamenlijk met de resultaten van de in situ experimenten en de sedimentsdynamiek moet dit leiden tot een verantwoord maaibeheer. In de ex situ experimenten zal de hypothese getest worden of emergente groeivormen een groter effect hebben op de efficiëntie van een maaipatroon dan submerse groeivormen. Dit zal gebeuren door in een stroomgoot biologische (zoals densiteit) en fysische parameters (debiet) te variëren overeenkomstig de resultaten uit het vegetatieonderzoek. De in situ experimenten laten dan toe om dit te verifiëren. Dit is hetgeen waarin dit voorstel afwijkt van reeds eerder uitgevoerd werk rond dit probleem. Daar we dan antwoorden hebben op vragen zoals biomassa ontwikkeling en hergroei zal het mogelijk zijn om optimale data en frequenties voor maaibeheer uit te leggen in functie van ecologische impact en zo laag mogelijke economische kosten. | | Looptijd | 01/10/2003 - 30/09/2004 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Opmaak van een ontwerp-ecosysteemvisie voor de vallei van de Visbeek-Kindernouwbeek. 01/10/2003 - 31/03/2004
| Abstract | Beekvalleien in Vlaanderen worden van oudsher gekenmerkt door een hoge soortenrijkdom. De soortenrijkdom kon worden verklaard door de aanwezigheid van een grote variatie in het abiotisch milieu. Gradiënten waren aanwezig die een range besloegen van zeer oligotroof tot eutroof. Echter met het intensiveren van de landbouwmethoden is een groot deel van deze soorten (zeer) zeldzaam geworden of zelfs verdwenen. De belangrijkste reden hiervan is dat door intensivering van de landbouwmethoden nivellering van het abiotisch milieu plaatsvond.
Deze studie vind plaats in de beekvallei van de Visbeek. Doel is om inzichten te krijgen welke waarden nog aanwezig zijn. Welke soorten komen voor? Zijn gradiënten nog intact ?
Indien dit het geval is, hoe kunnen deze uitgebreid worden? Indien dit niet het geval is, hoe kunnen deze weer worden hersteld?
Mogelijkheden worden getoetst via scenario''s. Hierbij wordt een minimaal scenario en een maximaal scenario berekend. Onder een minimaal scenario wordt bedoeld een beperkte afname in de intensieve landbouw; met een maximaal scenario, afwezigheid van intensieve landbouw. | | Looptijd | 01/10/2003 - 31/03/2004 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Vlaams Waternetwerk. 01/10/2003 - 30/04/2004
| Abstract | Het Vlaams Waternetwerk (VWN) is een forum waarin tussen de overheid, de onderzoekswereld en de private sector overleg kan gebeuren over het wateronderzoek in Vlaanderen. Dit overleg laat toe om de problemen en noden met betrekking tot water systeem kennis te identificeren. Het VWN bouwt zelf het netwerk uit en onderhoudt het, het stelt zijn informatie ter beschikking op een website. De activiteiten die het VWN plant en uitvoert zijn een uitvoering van acties uit het milieubeleidsplan. De kernactiviteiten die voorzien worden, zijn het organiseren van een Forum voor Wateronderzoek, het opstarten en organiseren van een metadatabank als inventaris van alle relevante en beschikbare watersysteemkennis in Vlaanderen, het identificeren van onderzoeksbehoeften voor het rapporteren over omgevingsanalysen in de context van wateronderzoek en het opvolgen en bekendmaken van relevante informatie over Europese onderzoeksinitiatieven in verband met water. | | Looptijd | 01/10/2003 - 30/04/2004 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Leveren van technisch-wetenschappelijke bijstand voor 'zoetwaterbeheer tegen tekorten en tegen verdroging'. 01/10/2003 - 31/10/2010
| Abstract | In dit project wordt een oplossing gezocht voor enerzijds de problematiek van de waterverdeling bij laagwater in de, als bevaarbaar geklasseerde, Vlaamse waterlopen en ''wegen en anderzijds de droogteproblematiek in de begeleidende valleien.
In een eerste fase wordt per bekken een gebiedsverkenning gemaakt om inzicht te krijgen in alle waterfluxen en de verschillende betrokken factoren en actoren. Aan de hand van deze gegevens wordt een waterbalans opgesteld om de probleemgebieden in Vlaanderen te identificeren.
In een tweede fase worden de verschillende betrokken sectoren (scheepvaart, industrie, landbouw, visserij, drinkwaterwinning, recreatie, natuur en de verschillende administraties) betrokken aan de hand van interviews en een workshop.
In een derde fase wordt aan de hand van numerieke modellen en een kosten - batenanalyse een maatregelenprogramma (bv. beperking van watervang door industrie, natuur & landbouw, zuinig schutten, beperking van de scheepvaart, '') voor de waterloop (-weg) uitgewerkt dat in werking moet treden op het ogenblik van watertekort (d.i. effectgericht).
Daarnaast wordt gestreefd naar zoveel mogelijk brongerichte oplossingen die er voor moeten zorgen dat de kans op voorkomen van watertekorten en verdroging afneemt. | | Looptijd | 01/10/2003 - 31/10/2010 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Onderzoek naar de gevolgen van het Sigmaplan, baggeractiviteiten en havenuitbreiding in de Zeeschelde op het milieu. Perceel 1 : studie naar de basiswaterkwaliteit. 01/10/2003 - 31/01/2010
| Abstract | Onderhavig studieproject omvat onderzoek naar de gevolgen van menselijke ingrepen in de Zeeschelde op het milieu. Meer specifiek worden de effecten van het Sigmaplan, baggeractiviteiten en havenuitbreiding in de Zeeschelde gevolgd. Onderhavig studieproject bestaat uit 8 percelen en heeft betrekking op de monitoring van de fysische, chemische en biologische parameters in het pelagiaal, intertidaal en subtidaal, alsmede van de zijdelingse belastingen van de Zeeschelde en haar zijrivieren, zodat het gezamenlijke databestand de ontwikkeling en operationalisering van een ecologisch model toelaat. Perceel nr. 1 omvat het uitvoeren van een studie naar de basiswaterkwaliteit in het Vlaams gedeelte van het Schelde-estuarium. Dit behelst een maandelijks monitoringprogramma van 20 punten op de zeeschelde. Ook zijn 6 dertienuursmetingen voorzien. Perceel 1 verzorgt tevens de coördinatie van alle percelen. | | Looptijd | 01/10/2003 - 31/01/2010 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Onderzoek naar de gevolgen van het Sigmaplan, baggeractiviteiten en havenuitbreidingen in de Zeeschelde op het milieu. Perceel 8 : studie naar effecten van waterkwaliteit en getij op overstromingsgebieden. 01/10/2003 - 31/01/2010
| Abstract | Onderhavig studieproject omvat onderzoek naar de gevolgen van menselijke ingrepen in de Zeeschelde op het milieu. Meer specifiek worden de effecten van het Sigmaplan, baggeractiviteiten en havenuitbreiding in de Zeeschelde gevolgd. Onderhavig studieproject bestaat uit 8 percelen en heeft betrekking op de monitoring van de fysische, chemische en biologische parameters in het pelagiaal, intertidaal en subtidaal, alsmede van de zijdelingse belastingen van de Zeeschelde en haar zijrivieren, zodat het gezamenlijke databestand de ontwikkeling en operationalisering van een ecologisch model toelaat. Perceel nr. 8 omvat het uitvoeren van een studie naar de effecten van waterkwaliteit en getij op overstromingsgebieden in het Vlaams gedeelte van het Schelde-estuarium via het gebruik van twee mesocosmos-opstellingen. | | Looptijd | 01/10/2003 - 31/01/2010 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Veranderingen in biodiversiteit gerelateerd aan Global Change in subarctische protistengemeenschappen. 01/10/2003 - 31/12/2005
| Abstract | Geen abstract gevonden | | Looptijd | 01/10/2003 - 31/12/2005 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Habitatrichtlijnen en natuurstudie : opmaken van een uitgebreide natuurstudie van het projectgebied "Oosterweelverbinding". Impact van de sluiting van de Antwerpse ring op nationaal en internationaal beschermde natuurgebieden.(deelcontract 1, 2 en 3) 01/10/2003 - 31/12/2010
| Abstract | Door geplande sluiting van de kleine ring in Antwerpen zullen delen van de speciale beschermingszones (habitat- en vogelrichtlijngebieden) onder verhoogde druk komen te staan en eventueel vernietigd worden. De schade moet vermeden, geminimaliseerd, hersteld en/of gecompenseerd worden. Deze studie onderzoekt de impact van verschillende tracéekeuzes, geeft aanbevelingen inzake mitigerende maatregelen en zoekt naar compensatie. Elementen als habitatverlies, verstoring, barrièrewerking, corridorwerking en wegmortaliteit worden ingeschat en gecombineerd in een totale impactanalyse. | | Looptijd | 01/10/2003 - 31/12/2010 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Ecologische karakterisatie van Europese estuaria, het Schelde-estuarium als model. 01/10/2003 - 31/12/2006
| Abstract | Als overgangsgebieden tussen land en zee zijn estuaria dynamische en heterogene systemen. Daardoor herbergen ze specifieke leefgemeenschappen. Tegelijk staan estuaria meestal onder zware menselijke druk. De complexiteit van estuariene systemen, in het bijzonder van het zeer dynamische Schelde-estuarium, vereist een multidisciplinaire aanpak. De verscheidenheid van de financiële kanalen leidt echter tot een fragmentatie van het estuarien onderzoek. Het onderzoek spitst zich in eerste instantie toe op het Schelde-estuarium, meer bepaald op volgende sleutelfactoren die het ecologisch functioneren bepalen: hydraulica, morfologie en sedimentologie, de koolstofcyclus, de biogeochemie van nutriënten en vervuilende stoffen, het voedselweb en de diversiteit van estuariene gemeenschappen. De wisselwerkingen tussen deze factoren zijn complex. Veel kennis is reeds voorhanden, maar opmerkelijke hiaten in de kennis blijven bestaan. Via deze aanvraag is het de bedoeling om de coördinatie van de multidisciplinaire aanpak van deze interacties te verstevigen. Het is interessant om de kennis die opgebouwd wordt rond het Schelde-estuarium te vergelijken met deze van het Seine-estuarium. Beide estuaria hebben analoge problemen, vertonen grote overeenkomsten in de samenstelling van hun systeem, maar hebben beide ook hun specificiteiten. Bovendien is het de bedoeling de vergevorderde know how betreffende integratie van esturien onderzoek zoals het rond de Seine bestaat, aan te wenden om integratie rond de Schelde te verhogen. | | Looptijd | 01/10/2003 - 31/12/2006 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Biodiversiteit in een arctisch ecosysteem: rol van dispersia, kolonisatie en resistentie aan klimaatextremen. 01/10/2003 - 31/12/2005
| Abstract | Geen abstract gevonden | | Looptijd | 01/10/2003 - 31/12/2005 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- De rol van zoetwaterschorren in de vastlegging en omzettingen van stikstof in estuaria : een ecosysteem 15N labelings studie. 01/10/2003 - 31/12/2004
| Abstract | Het algemeen doel van dit project is de rol bepalen van zoetwaterschorren binnen de stikstofcyclus van het Schelde-estuarium. Algemeen wordt aangenomen dat stroken ''wetland'' langsheen de oeverlijn zich gedragen als filters van het estuarien water, in die zin dat ze anorganisch en organisch stikstof uit het overspoelend water verwijderen of de aard van de stikstofvormen wijzigen. Het Schelde-estuarium, met haar dichtbevolkt bekken, is een typisch voorbeeld van een ecosysteem dat grote vrachten van stikstof te verwerken krijgt, en dat omvangrijke arealen zoetwaterschorren bezit, hetgeen een belangrijk potentieel aan N-verwijdering betekent. Daarenboven is van beleidswege in de nabije toekomst de inrichting van nieuwe overstromingsgebieden voorzien, wat de capaciteit van de filterfunctie via dergelijke gebieden nog zal doen toenemen. Omvattend ''in-situ''-onderzoek van de uitwisseling en cyclering van stikstof in zoetwaterschorren zal niet enkel toelaten de rol van deze schorren in het estuarien budget in te schatten, maar ook de belangrijkste processen te identificeren en te kwantificeren die aan deze rol ten grondslag liggen. De klassieke benadering om de relatie tussen het estuarien pelagiaal en de intergetijdengebieden te bestuderen leiden aan tekortkomingen, bv. door onnauwkeurigheid van de waterbalans. Ze geven enkel netto-uitwisseling weer. De processen worden er niet in geïdentificeerd, net zo min als de rol van compartimenten binnen het gebied, en extrapolatie naar een sluitende balans voor ganse gebieden is vaak moeilijk (Nixon, 1980; Howarth, 1993). Recente vooruitgang in analyse van stabiele isotopen maakt het mogelijk ''labeling''-studies uit te voeren op een afgebakend systeem (Holmes et al. 2000, Middelburg et al. 2000), waarbij het stabiel isotoop 15N kan gebruikt worden als gevoelige tracer in stikstofcyclering. We stellen voor om een ecosysteem-labeling-studie te combineren met verscheidene additionele studies die erop gericht zijn de stikstof cyclering te begrijpen in belangrijke schor-compartimenten zoals overspoelend water, sediment en macrofyten. | | Looptijd | 01/10/2003 - 31/12/2004 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Op basis van vragen en problemen aangestuurd Europees Netwerk voor Sediment Onderzoek.(SedNet) 01/10/2003 - 31/12/2004
| Abstract | SedNet creëert een Europees platform waar organisaties, die verantwoordelijk zijn voor duurzaam beheer van sediment en baggerspecie op bekkenniveau (probleem eigenaars), samenkomen met organisaties die mogelijk oplossing kunnen aandragen in de vorm van technieken, kennis en expertise (probleem oplossers). Dit platform voorziet, stimuleert en optimaliseert: 1) onderzoeksactiviteiten op basis van vragen en problemen, 2) uitwisseling van informatie betreffende deze activeiten, 3) samenwerking tussen beheerders en onderzoekers, 4) leveren van kennis aan en gebruik maken van de kennis van beheerders, 5) publicatie van onderzoeksresultaten en 6) informeren van het grote publiek en beleidsmakers. SedNet richt zich erop om als adviesorgaan te dienen voor vragen rond sediment onderwerpen voor Europese, nationale en regionale autoriteiten, waarbij ze willen helpen voor de implementatie van het beleid rond sedimenten. | | Looptijd | 01/10/2003 - 31/12/2004 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Soortgrenzen en mogelijke hybridisatie bij de Opuntia snuitkever en zijn waardplant op de Galapagos archipelago. 01/10/2003 - 31/12/2003
| Abstract | Geen abstract gevonden | | Looptijd | 01/10/2003 - 31/12/2003 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Coördinatie en wetenschappelijke ondersteurning van de opdrachten : "ecologische inventarisatie en visievorming in functie van waterbeheer op een aantal waterlopen van eerste categorie". 01/10/2003 - 31/12/2003
| Abstract | Geen abstract gevonden | | Looptijd | 01/10/2003 - 31/12/2003 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Ecological responses to changing hydrological conditions in floodplains. 01/10/2003 - 11/12/2003
| Abstract | Geen abstract gevonden | | Looptijd | 01/10/2003 - 11/12/2003 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
- Wetenschappelijke ondersteuning van het Vlaams Integraal Wateroverleg Comité. 01/10/2003 - 31/01/2005
| Abstract | De opdracht behelst volgende doelstellingen : a) wetenschappelijke voorbereiding en uitwerken van een conceptueel kader voor het beleid inzake het Vlaams Integraal wateroverleg b) de wetenschappelijke ondersteuning, begeleiding, follow up en coordinatie van projecten en opdrachten van de permanente werkgroep van het VIWC c) het voorstellen en uitwerken van een communicatiestrategie mbt. het VIWC. | | Looptijd | 01/10/2003 - 31/01/2005 | | Onderzoeker(s) | | | Onderzoeksgroep(en) | |
(toelichting
bij de getoonde projecten)
|
|
Expertise
|
Toon de expertise van deze onderzoeksgroep - Meire Patrick
- Vegetatie karteringen.
| Techniek: | GIS/experimenteel onderzoek aan planten. | | Gebruikers: | - Overheden
- Studiebureaus
- Privé bedrijven aktief in de milieusector (baggeren, ecological engineering, waterzuivering etc.) | | Trefwoorden: | DREDGING, WETLANDS, WATER PURIFICATION, ENVIRONMENTAL REPORTS |
- Ecologisch onderzoek van aquatische en wetland systemen.
| Techniek: | GIS/experimenteel onderzoek aan planten. | | Gebruikers: | - Overheden
- Studiebureaus
- Privé bedrijven aktief in de milieusector (baggeren, ecological engineering, waterzuivering etc.) | | Trefwoorden: | DREDGING, WETLANDS, WATER PURIFICATION, ENVIRONMENTAL REPORTS |
- Physico-chemische en biologische (BBI) analyse van waterkwaliteit.
| Techniek: | GIS/experimenteel onderzoek aan planten. | | Gebruikers: | - Overheden
- Studiebureaus
- Privé bedrijven aktief in de milieusector (baggeren, ecological engineering, waterzuivering etc.) | | Trefwoorden: | DREDGING, WETLANDS, WATER PURIFICATION, ENVIRONMENTAL REPORTS |
- Temmerman Stijn
- Hydrodynamica, sedimenenttransport en (geo)morfologische dynamiek van estuaria en rivieren: veldmetingen, GIS en remote sensing, numerieke modellering
| Techniek: | Hydrodynamische metingen op basis van Acoustic Doppler Velocimetry.
Sedimentatie-erosie metingen op basis van in-huis ontwikkelde sediment traps, suspended sediment samplers, sedimentation-erosion tables (SET).
Topografische opmetingen op basis van Total Station, RTK-GPS.
GIS en teledetectie analyses.
Numerieke modellering: hydrodynamisch, sedimenttransport, morfodynamisch modelleren. | | Gebruikers: | Overheden, studiebureaus, industrie (o.a. baggerbedrijven, havenbedrijven) betrokken in het beheer van estuaria en rivieren. | | Trefwoorden: | SEDIMENTS, RIVER SEDIMENT, GEOMORPHOLOGY, INTEGRATED WATER MANAGEMENT, GEOGRAFIC INFORMATIONSYSTEMS, FRESHWATER TIDAL MARSHES, SEDIMENT TRANSPORT, COASTAL WATERS |
|
|
|
|
|
|
|
|
|