| Academiejaar: | 2007-2008 |
| Code opleidingsonderdeel: | FLWF007200 |
| Semester: | 1e semester |
| Studiepunten: | 5 |
| Uren Studietijd: | 140 |
| Uren theorie: | 45,00 |
| Uren praktijk: | |
| Uren andere: | |
| Deeltijds programma: | 1/2 |
| Titularis(sen) | Erik Myin
|
| Taal waarin de cursus wordt gedoceerd: | Nederlands |
| Info semesterexamen: | |
| Info contractrestrictie: | |
1. Aanvangscompetenties (begintermen)
*Algemene competenties
Kennis Nederlands.
*Volgtijdelijkheid
2. Eindcompetenties (eindtermen)
3. Inhoud
Luik logica:
De cursus behandelt zowel de informele als de formele benadering van het redeneren en het argumenteren. In een eerste deel wordt ingegaan op de deductieve redenering, zoals geformaliseerd in de propositie- en predicatenlogica. Studenten leren de geldigheid van deductieve redeneringen in zowel propositie- en predicatenlogica na te gaan via diverse methoden (waarheidstafels, semantische bomen en Venn-diagrammen). Daarnaast leren zij, via de methode van de natuurlijke deductie, zelf een conclusie deductief af te leiden uit premissen.
In een tweede luik van de cursus wordt het niet-deductief redeneren belicht. Eerst worden de klassieke 'drogredenen' besproken, aan de hand van uitgebreid voorbeeldmateriaal. Zowel 'formele' drogredeneringen (het incorrect toepassen van deductieve schema's) als informele drogredeneringen worden behandeld. Vervolgens wordt kort aandacht besteed aan het inductief redeneren in het kader van oorzaak-gevolg relaties van verklaringen.
Voortdurend wordt de theoretische behandeling toegepast aan de hand van voorbeelden en oefeningen, waar mogelijk aansluitend bij concrete argumentatieve contexten.
Luik ken-en wetenschapsleer:
Na een korte historische inleiding op de filosofie van kennis en wetenschap, wordt een overzicht geboden van de thema's die centraal staan in de hedendaagse kenleer en wetenschapsfilosofie. De behandelde thema's zijn: inductie (in het logisch positivisme, bij Popper, Bayesianisme), verklaring en voorspelling (deductief-nomologisch model, Van Fraassens pragmatische kritiek, de hernieuwde interesse in causaliteit), Kuhniaans relativisme en de reacties erop, het wetenschappelijk realisme debat (realisten versus empiricisten en instrumentalisten), de discussie over de bredere rol van de wetenschap in de samenleving.
4. Werkvormen
Contactmomenten: HoorcollegesOefeningensessies
Eigen werk: OefeningenOpdrachten:Individueel
5. Evaluatievormen
Examen: Schriftelijk met mondelinge toelichting
6. Noodzakelijk studiemateriaal
7. Facultatief studiemateriaal
8. Studiebegeleiding