| Academiejaar: | 2007-2008 |
| Code opleidingsonderdeel: | 2BPSW-KV2 |
| Semester: | 2e semester |
| Studiepunten: | 6 |
| Uren Studietijd: | 168 |
| Uren theorie: | 45,00 |
| Uren praktijk: | |
| Uren andere: | |
| Deeltijds programma: | |
| Titularis(sen) | Guido Dierickx
|
| Taal waarin de cursus wordt gedoceerd: | Nederlands |
| Info semesterexamen: | semesterexamen in juni |
| Info contractrestrictie: | |
1. Aanvangscompetenties (begintermen)
*Algemene competenties
Geen gespecialiseerde, sociologische vooropleiding is nodig. Nochtans zal het volgen van een Inleiding tot de Sociologie, zoals die aangeboden wordt in de faculteiten PSW, Rechten en TEW, alsook in de sectie Geschiedenis, het volgen van dit vak vergemakkelijken. Ook de inleiding op andere sociale en humane wetenschappen, zoals sociale en politieke geschiedenis, zal nuttig zijn.
*Volgtijdelijkheid
Dit is een keuzevak voor de tweede of derde jaar van de bachelor-opleiding. Het gevolgd hebben van de inleidende vakken van het eerste jaar wordt dus verondersteld. Dit vak biedt ook een inleiding op het verplichte vak "levensbeschouwing" van het derde jaar bachelor.
2. Eindcompetenties (eindtermen)
Na het volgen van dit vak zou de student vertrouwd moeten zijn met de grote debatten die in intellectuele middens worden gevoerd over de wederzijdse en vaak problematische verhouding tussen religie en maatschappij. Hij/zij zou in staat moeten zijn terzake een standpunt in te nemen dat rekening houdt met sociologische en, meer in het algemeen, met menswetenschappelijke gegevenheden. Dit zal hem toelaten wetenschappelijk onverantwoorde opinies af te wijzen, maar zal hem/haar niet verplichten één bepaalde levensbeschouwelijke stelling in te nemen. Kortom, hij/zij zal beter in staat zijn deel te nemen aan debatten over onderwerpen die in onze samenleving tot felle, maar helaas niet altijd hoogstaande betwistingen aanleiding geven.
3. Inhoud
1ste hoofstuk: Een beknopte inleiding op de concepten en de methodes die door verschillende wetenschappen worden gebruikt om het verschijnsel van de religie te benaderen. Hierbij wordt uiteraard de klemtoon gelegd op de eigenheid van de menswettenschappelijke en van de sociologische benadering en op het onderscheid met, b.v., de filosofische en de theologische benaderingen.
2de hoofdstuk: Een beknopt overzicht van wat de denkers van de Verlichting en de klassieke sociologen over het verschijnsel van de religie hebben aangebracht en van de intellectuele traditie die zij zo hebben geschapen, terecht of ten onrechte.
3de en 4de hoofdstuk: Een vergelijking tussen de grote wereldreligies op het stuk van hun gods-, mens- en wereldbeeld. Daarna volgt een vergelijking in de tijd van de verschillende gedaanten die het christendom heeft aangenomen in de loop van de eeuwen. Dit hoofdstuk handelt dus over het verschijnsel van de "secularisatie" dat zo kenmerkend zou zijn voor het christendom en voor de maatschappij waarin deze religie werkzaam is. Het poogt dit opmerkelijke verschijnsel te beschrijven en te verklaren.
5de, 6de en 7de hoofdstuk: Hier wordt de interactie behandeld tussen verschillende aspecten van de religie (haar spiritualiteit, haar rituele en andere communicatieprocessen, haar cultuur) en de samenleving in haar geheel. Daarbij gaan we dieper in op de mogelijkheden en de remmingen die deze samenlevingen bieden voor diverse vormen van religieuze participatie.
8ste hoofdstuk: Bespreekt de interne organisatie van de religie als gemeenschap , de opties die terzake genomen werden en worden (b.v. Kerk of Secte?) en waarom.
9de hoofdstuk: gaat in op het optreden naar buiten toe van de relige, dus op de invloed die ze heeft heeft gehad op de westerse samenleving. Deze invloed is ten dele opzettelijk geweest: dan kan men gewag maken van de dikwijls delicate relatie tussen "religie en politiek". Hierbij worden onderwerpen aangesneden zoals "Religie en Mensenrechten", "Religie en Politieke Overheid", "Religie en Democratie" enzovoort.
Het voorgaande mag niet suggereren dat we al deze onderwerpen zullen behandelen. Hieruit zal geselecteerd worden na overleg tussen de studenten en hun docent.
4. Werkvormen
Contactmomenten: Hoorcolleges
Eigen werk: Opdrachten:IndividueelOpdrachten:In groep
Begeleide zelfstudie (eventueel met responsiecolleges)
Portfolio
5. Evaluatievormen
Examen: Mondeling met schriftelijke voorbereidingOpen boekOpen vragen
Debatexamen
6. Noodzakelijk studiemateriaal
Cursusnota's van de docent
(eventueel: zie facultatief studiemateriaal)
7. Facultatief studiemateriaal
Dierickx, G. (2007), De Buitenkant van de Religie: Een Menswetenschappelijke Rondleiding. Antwerpen: Garant.
8. Studiebegeleiding
Veel zorg zal besteed worden aan gesprekken (in kleine groep) over de behandelde onderwerpen, wat tevens een meer nabije studiebegeleiding mogelijk zal maken.