Heuristiek, algemeen deel
|
|
|
| Academiejaar: | 2007-2008 | | Code opleidingsonderdeel: | FLWG002230 | | Semester: | 1e semester | | Studiepunten: | 3 | | Uren Studietijd: | 84 | | Uren theorie: | 30,00 | | Uren praktijk: | | | Uren andere: | | | Deeltijds programma: | 1 | | Titularis(sen) | Marnix Beyen
| | Taal waarin de cursus wordt gedoceerd: | Nederlands | | Info semesterexamen: | verplicht semesterexamen in januari | | Info contractrestrictie: | |
1. Aanvangscompetenties (begintermen) *Algemene competenties Geen voorkennis vereist. Belangstelling voor historische opzoekingen, een passieve kennis van vreemde talen (Frans, Engels, Duits) en basisvaardigheden inzake computergebruik zijn wenselijk.
*Volgtijdelijkheid
2. Eindcompetenties (eindtermen) De studenten kunnen op een zelfstandige en creatieve manier een historische vraagstelling formuleren. Zij kunnen bovendien een accurate en systematische zoekstrategie uitwerken om deze vraagstelling te beantwoorden. Zij zijn ervan doordrongen dat een zoekstrategie steeds ten dienste moet staan van de geformuleerde vraagstelling. Deze eerste vaardigheid impliceert dat de studenten ook vertrouwd zijn met de voornaamste soorten historische werkinstrumenten en met de diverse brontypen die voor historisch onderzoek kunnen worden aangewend. Zij weten ook in welke (typen) bewaarplaatsen zij deze werkinstrumenten en bronnen kunnen zoeken. Voor België is deze kennis van de 'historische infrastructuur' zeer concreet, voor andere landen veeleer typologisch. Zij zijn op de hoogte van de mogelijkheden en van de beperkingen van het internet voor historisch onderzoek. Zij kennen het onderscheid tussen secundaire literatuur en primaire bronnen. Zij beheersen ten slotte het binnen het departement geschiedenis van de UA geldende systeem van bibliografische annotaties.
3. Inhoud Deze cursus bestaat uit drie grote onderdelen: Tijdens het eerste deel wordt, aan de hand van voorbeelden uit de concrete historische praktijk, nagegaan welke typen van historische vraagstelling bestaan en hoe deze zich vertalen in specifieke zoekstrategieën. In het tweede deel worden vervolgens de verschillende typen van historische werkinstrumenten (bibliografieën, catalogi, archiefinventarissen, ...) onderzocht. Daarbij wordt zowel aandacht besteed aan elektronische als aan gedrukte werkinstrumenten. Het derde deel plaatst de verschillende historische brontypen centraal. Daarbij worden bronnen in de eerste plaats van elkaar onderscheiden op basis van de manier waarop zij informatie overbrengen (geschreven bronnen, mondelinge bronnen, ausiovisuele bronnen, materiële bronnen). Binnen elk van die categorieën worden verdere onderverdelingen aangebracht op basis van de materiële dragers van de bronnen, hun bewaarplaatsen en hun functionaliteit. In een apart college wordt ook het binnen het departement geschiedenis van de UA geldende systeem van bibliografische annotaties uiteengezet.
4. Werkvormen Contactmomenten: Hoorcolleges Excursie
5. Evaluatievormen
6. Noodzakelijk studiemateriaal Raf De Keyser e.a., De zoektocht van de historicus. Bibliografische wegwijzer, Leuven-Apeldoorn, Garant, 1996.
7. Facultatief studiemateriaal nihil
8. Studiebegeleiding
laatste aanpassing: laatste aanpassing: 01/06/2006 01:01 ecampus
|
|
|