Oefeningen middeleeuwen
|
|
|
| Academiejaar: | 2007-2008 | | Code opleidingsonderdeel: | FLWG002270 | | Semester: | 1e en 2e semester | | Studiepunten: | 9 | | Uren Studietijd: | 252 | | Uren theorie: | 60,00 | | Uren praktijk: | | | Uren andere: | | | Deeltijds programma: | 1/2 | | Titularis(sen) | Peter Stabel
| | Taal waarin de cursus wordt gedoceerd: | Nederlands | | Info semesterexamen: | semesterexamen in juni | | Info contractrestrictie: | |
1. Aanvangscompetenties (begintermen) *Algemene competenties Diploma secundair onderwijs (kennis van Frans en Engels en/of bereidheid om Engelse en Franstalige wetenschappelijke literatuur te verwerken in een eigen studie)
*Volgtijdelijkheid
2. Eindcompetenties (eindtermen) De studenten zullen zich via de praktijk van het historisch métier vertrouwd maken met het historisch-wetenschappelijk denken en leren de basisprincipes van de historische kritiek toe te passen op een concreet historisch vraagstuk. Zij verwerven inzicht in het gebruik van allerlei bronnen en hulpwetenschappen en leren op basis van meerdere informatiekanalen zelf een coherent beeld te vormen van een bepaald historisch probleem. Hierbij moeten zij in staat zijn om ook theorieën en inzichten uit de gedrags- en menswetenschappen op een relevante en efficiënte wijze te integreren in hun eigen historisch onderzoek en om autonoom een historische vraagstelling te ontwikkelen en uit te werken tot een werkstuk. Zelfstandig werk, maar ook werken in teamverband scherpen de analyse- en synthesevaardigheid.
3. Inhoud De studenten worden vertrouwd gemaakt met de historische methode doorheen de studie van een specifiek thema. Met name wordt er op een interactieve manier ingegaan op de verschillende stappen van het historisch onderzoek: het kiezen van een thematiek, de eerste kennismaking met een onderwerp, het formuleren van een probleemstelling en het opstellen van onderzoeksvragen, de organisatie van het bibliografisch onderzoek, de schriftelijke en mondelinge rapportering van onderzoeksresultaten, de kennismaking met een (uitgegeven) bron, het verwerken van bronnenmateriaal in een historisch onderzoek, het zoeken naar vergelijkingsmateriaal en de confrontatie met onderzoeksmodellen. Het vak wil in de eerste plaats praktijkgericht zijn en de studenten door een voorturende dialoog met de lesgevers tot zelfwerkzaamheid aanzetten. Dank zij intensieve begeleiding, individuele en groepsgerichte sturing, en voortdurende confrontatie met het historisch onderzoek (in de les en met behulp van praktijkgerichte gastcolleges) zal de student uiteindelijk in staat zijn om zelfstandig een eigen werkstuk samen te stellen. Het individuele parcours wordt ook gevolgd via individuele en collectieve rapportering van tussentijdse resultaten (bibliografische opdracht, vertaling van de bron naar hedendaags Nederlands en oplossing van sleutelwoorden en begrippen, uitwerking van probleemstelling, literatuuropdracht). Naast de individuele en collectieve opdrachten, zal de student ook worden geconfronteerd met recent onderzoek over de centrale thematiek en met nieuwe onderzoeksmethodes (discoursanalyse, interdisciplinariteit, gebruik van bepaalde onderzoeksmodellen enz.). Centrale thematiek: "Ambachtsgilden in de late middeleeuwen: casus Brugge".
4. Werkvormen Contactmomenten: Seminaries Eigen werk: Opdrachten:IndividueelOpdrachten:In groepScriptie: Individueel Begeleide zelfstudie (eventueel met responsiecolleges)
5. Evaluatievormen Permanente evaluatie: Opdrachten Schriftelijk werkstuk: met mondelinge toelichting
6. Noodzakelijk studiemateriaal - Reader met wetenschappelijke bijdragen over het thema - Brochure: "hoe schrijf ik een historisch werkstuk"
7. Facultatief studiemateriaal nihil
8. Studiebegeleiding
De studenten zullen in hun traject worden bijgestaan door de docent en een mandaatassistent
Voor individuele vragen gelieve een afspraak te maken of contact te nemen met een van beiden tijdens het voorziene spreekuur
laatste aanpassing: laatste aanpassing: 01/08/2007 14:52 peter.stabel
|
|
|