Oefeningen nieuwe tijd
|
|
|
| Academiejaar: | 2007-2008 | | Code opleidingsonderdeel: | FLWG002810 | | Semester: | 1e en 2e semester | | Studiepunten: | 9 | | Uren Studietijd: | 252 | | Uren theorie: | 60,00 | | Uren praktijk: | | | Uren andere: | | | Deeltijds programma: | 1/2 | | Titularis(sen) | Bert De Munck
| | Taal waarin de cursus wordt gedoceerd: | Nederlands | | Info semesterexamen: | semesterexamen in juni | | Info contractrestrictie: | |
1. Aanvangscompetenties (begintermen) *Algemene competenties De student heeft een voldoende competenties inzake de heuristiek, algemeen deel, inzake de heuristiek van de nieuwe tijd, de historische kritiek en de oefeningen paleografie.
*Volgtijdelijkheid
2. Eindcompetenties (eindtermen) De student beschikt over: - een basiskennis in de (historische) informatiekunde voor heuristische, analytische en communicatieve doeleinden; - een passieve, maar grondige, kennis van de voor onze regio voornaamste Europese levende talen, zoals het Frans, Engels en het Duits
De student kan: - historisch-wetenschappelijk denken; - de basisprincipes van de historische kritiek toepassen op concrete historische situaties; - op een efficiënte wijze zijn historische kennis/inzicht of de kennis/inzicht inzake de historische hulpwetenschappen uitbreiden; - zich op basis van informatie, verzameld uit een veelheid van informatiekanalen en bronnen, een coherent beeld vormen van de status quaestionis van een bepaald historisch probleem, debat of concreet onderwerp; - specifieke hulpwetenschappen toepassen, die onontbeerlijk zijn voor elke vorm van historisch wetenschappelijk onderzoek, zoals elementaire beginselen van de chronologie, de paleografie, etc.; - theorieën en inzichten uit de gedrags- en menswetenschappen op een relevante en efficiënte wijze integreren in het historisch onderzoek; - autonoom een substantiële historische vraagstelling te ontwikkelen en uit te werken tot een wetenschappelijke historische studie; - zeer goed analyseren en synthetiseren; - de complexe vakliteratuur in de belangrijkste Europese talen (Frans, Duits, Engels) volgen; - complexe dossiers helder en vlot verwoorden en zulks naar verschillende doelgroepen toe; - zowel zeer zelfstandig (en op individuele basis) kerntaken verrichten als in teamverband; - de eigen deskundigheid up to date houden in een proces van levenslang leren;
De student heeft: - een door de oefening gestimuleerde nieuwsgierigheid en historische kennishonger ontwikkeld naar de geschiedenis van de nieuwe tijd; - een sterk ontwikkelde kritische attitude en methodische twijfel ten aanzien van bronnen, overgeleverde kennis, opinies, methodes, theorieën, modellen en concepten, etc.; - een grote alertheid voor recente ontwikkelingen binnen het eigen vakgebied, de gedrags- en menswetenschappen en de samenleving meer in het algemeen; - een open geest voor en een fundamentele leergierige attitude ten aanzien van recente ontwikkelingen in de niet-historische gedrags- en menswetenschappen; - een grote, algemene interesse voor de actuele samenleving in de meest brede betekenis van het begrip; - zin voor nuance en precisie; - de attitude om actief deel te nemen aan het wetenschappelijke debat binnen zijn discipline; - de attitude om het bredere maatschappelijke debat, met de hierboven vermelde kennis en vaardigheden, te verrijken (en herijken) vanuit een historische invalshoek;
3. Inhoud De seminarieoefening in de tweede kandidatuur wil de student laten proeven van de mogelijkheden en de moeilijkheden bij het zelfstandig wetenschappelijk onderzoek op originele bronnen uit de geschiedenis van de nieuwe tijd. Tijdens de colleges worden gezamenlijk bronnen gelezen rond één specifiek thema (materiële cultuur, criminaliteit, openbare orde, etc.) dat telkens gesitueerd wordt binnen een brede historiografische context. Van de studenten wordt verwacht dat ze het hele wetenschappelijke proces van originele vraagstelling tot synthesewerk (of -artikel) op min of meer zelfstandige basis tot een goed einde brengen. Zowel aan methodologische aspecten (de regels van de historische kritiek, methodologieën van hulpwetenschappen), heuristische, inhoudelijke en stijlfacetten wordt daarbij veel aandacht besteed. De studenten worden begeleid tijdens de colleges en via Blackboard ook op min of meer 'permanente basis'.
4. Werkvormen Contactmomenten: HoorcollegesOefeningensessiesSeminariesVaardigheidstrainingen Eigen werk: Opdrachten:Individueel Begeleide zelfstudie (eventueel met responsiecolleges)
5. Evaluatievormen Schriftelijk werkstuk: zonder mondelinge toelichting
6. Noodzakelijk studiemateriaal Het noodzakelijk studiemateriaal wordt door de docenten via het elektronische leerplatform Blackboard ter beschikking gesteld.
7. Facultatief studiemateriaal Cf. blackboard.
8. Studiebegeleiding
laatste aanpassing: laatste aanpassing: 01/06/2006 01:01 ecampus
|
|
|