Nieuwste tijd: sociaal-economische geschiedenis
|
|
|
| Academiejaar: | 2007-2008 | | Code opleidingsonderdeel: | FLWG003500 | | Semester: | 2e semester | | Studiepunten: | 6 | | Uren Studietijd: | 168 | | Uren theorie: | 45,00 | | Uren praktijk: | | | Uren andere: | | | Deeltijds programma: | 1/2 | | Titularis(sen) | Wilhelmina De Smedt
| | Taal waarin de cursus wordt gedoceerd: | Nederlands | | Info semesterexamen: | semesterexamen in juni | | Info contractrestrictie: | |
1. Aanvangscompetenties (begintermen) *Algemene competenties nihil
*Volgtijdelijkheid
2. Eindcompetenties (eindtermen) nihil
3. Inhoud De cursus betreft de lange periode ca. 1750-ca. 2000, waarin de economie in een groot deel van de wereld evolueerde van pre-industrieel naar post-industrieel. De bedoeling ligt voor inzicht te bieden in de dynamiek van de structurele veranderingen die zich in die periode op het economische en op het breed maatschappelijke vlak hebben voorgedaan. Daarbij gaat de aandacht uit naar een aantal specifieke thema's zoals onder meer de economische groei en conjunctuur, de industrialisering en de verdere ontwikkeling van de industrie, de groeiende betekenis van de dienstensector (handel, bank- en financiewezen, transport, de overheid), de rol van de overheid in oeconomicis . In samenhang worden aspecten zoals arbeid, kapitaal , technologie, management, inkomen, levensstandaard en dergelijke besproken. Geschiedenis heeft met 'tijd', met 'chronologie' te maken. Dat leidt ertoe dat een beschrijvend overzicht van de sociaal-economische evolutie een mooi beeld zou kunnen geven van de dynamiek die zich heeft afgetekend. Het kan echter geenszins de bedoeling zijn enkel een overzicht te brengen; het accent moet veeleer liggen op inzicht en op interpretatie. Het zou zelfs onmogelijk zijn, binnen het bestek van de cursus, een volledig en diepgaand overzicht te brengen van twee en een halve eeuw sociaal-economische ontwikkeling.. Daarom focust de cursus op de ontwikkeling van de westerse economie, maar steeds tegen de brede achtergrond van de wereldeconomie. Dat betekent dat ook de economische ontwikkeling in voormalige Oostbloklanden en de sociaal-economische problematiek van landen-in-ontwikkeling in de bespreking aan bod komen. Het college wordt interactief opgevat: de te behandelen thema's bieden ongetwijfeld stof tot discussie. Bovendien wordt getracht aan de hand van teksten enkele grote debatten met betrekking tot de sociaal-economische geschiedenis te belichten.
4. Werkvormen Contactmomenten: Hoorcolleges Begeleide zelfstudie (eventueel met responsiecolleges)
5. Evaluatievormen Examen: Mondeling met schriftelijke voorbereiding
6. Noodzakelijk studiemateriaal Cursus docent en nader te bepalen literatuur.
7. Facultatief studiemateriaal nihil
8. Studiebegeleiding
laatste aanpassing: laatste aanpassing: 09/02/2007 16:14 helma.desmedt
|
|
|