Cultuurfilosofie en Europese identiteit
|
|
|
| Academiejaar: | 2007-2008 | | Code opleidingsonderdeel: | 2BREC-09 | | Semester: | 2e semester | | Studiepunten: | 3 | | Uren Studietijd: | 84 | | Uren theorie: | 30,00 | | Uren praktijk: | | | Uren andere: | | | Deeltijds programma: | 1 | | Titularis(sen) | Guido Vanheeswijck
| | Taal waarin de cursus wordt gedoceerd: | Nederlands | | Info semesterexamen: | semesterexamen in juni | | Info contractrestrictie: | |
1. Aanvangscompetenties (begintermen) *Algemene competenties - Diploma middelbaar onderwijs - Eindtermen middelbaar onderwijs - Voldoende algemene kennis van het Nederlands, het Frans, het Engels en het Duits
*Volgtijdelijkheid
2. Eindcompetenties (eindtermen) De studenten een overzicht geven van de centrale componenten (Grieks-Romeinse rationaliteit, joods-christelijke geloofstraditie, diverse etappes in de Verlichting) die de Europese cultuur gemaakt hebben tot wat ze is (1), hun een inzicht verschaffen in het spanningsveld tussen deze diverse componenten (2) zodat ze in staat zijn een eigen en met argumenten onderbouwde positie in te nemen met betrekking tot concrete casussen (bv. verhouding Europa-Islam, grenzen aan de uitbreiding van Europa, verwijzing naar de culturele componenten in de Europese grondwet, ...) (3). Tijdens het examen wordt de eerste competentie getoetst via een algemene overzichtsvraag, de tweede via een vergelijkende inzichtsvraag, de derde aan de hand van een concrete casus die de student thuis kan voorbereiden (essayvraag).
3. Inhoud Uitgangspunt is de vraag naar de inhoud van het concept 'Europa als culturele identiteit'. Om die vraag te beantwoorden wordt een historisch overzicht gegeven van de basisvooronderstellingen van het Europese denken. Daaruit treden twee grote periodes in de Europese cultuur, elk met een eigen rationaliteit, naar voren: de klassieke (Oudheid-Middeleeuwen) en de moderne periode. Het keerpunt situeren we in de 16de eeuw, het breekpunt op het einde van de 19de eeuw. Verder wordt aangetoond hoe de hedendaagse Europese cultuur gekleurd wordt door de interpretatie van de twee vorige periodes en hoe die interpretatie in West-Europa anders is dan in Oost- en Centraal-Europa. Deze historisch-thematische kennismaking toetsen we aan de hand van belangrijke tekstfragmenten uit de Europese literatuur en wijsbegeerte.
4. Werkvormen Contactmomenten: Hoorcolleges Eigen werk: Opdrachten:Individueel
5. Evaluatievormen Examen: Mondeling met schriftelijke voorbereidingOpen vragen
6. Noodzakelijk studiemateriaal Syllabus van de docent Slides, beschikbaar op blackboard
7. Facultatief studiemateriaal Teksten bij de syllabus en opgenomen in de bibliografie
8. Studiebegeleiding
Er is geen assistent voor dit vak. Studenten kunnen tijdens de colleges vragen stellen en zijn altijd welkom op het spreekuur van de docent.
laatste aanpassing: laatste aanpassing: 09/04/2008 14:50 guy.vanheeswijck
|
|
|