Economische geografie
|
|
|
| Academiejaar: | 2007-2008 | | Code opleidingsonderdeel: | FTEBAVS200 | | Semester: | 2e semester | | Studiepunten: | 6 | | Uren Studietijd: | 168 | | Uren theorie: | 30,00 | | Uren praktijk: | | | Uren andere: | 30,00 | | Deeltijds programma: | 1/2 | | Titularis(sen) | Ann Verhetsel Thierry Vanelslander
| | Taal waarin de cursus wordt gedoceerd: | Nederlands | | Info semesterexamen: | semesterexamen in juni | | Info contractrestrictie: | |
1. Aanvangscompetenties (begintermen) *Algemene competenties eindtermen derde graad ASO/TSO vak aardrijkskunde
*Volgtijdelijkheid
2. Eindcompetenties (eindtermen) - de studenten hebben inzicht in het object en de methode van de economische aardrijkskunde - de studenten hebben inzicht in de voornaamste lokalisatietheorieën voor de verschillende economische sectoren - de studenten hebben inzicht in de belangrijkste stadsgeografische modellen - de studenten hebben inzicht in de basistheorieën van de regionale economie - de studenten kunnen eenvoudige casestudies analyseren en interpreteren met behulp van de concepten en theorieën uit de cursus - de studenten kunnen voor een thema in verband met industrievestiging of economische aardrijkskunde een wetenschappelijke paper maken en verdedigen
3. Inhoud In deze cursus worden de studenten eerst vertrouwd gemaakt met het object van de economische gegrafie en met wat eigen is aan de geografische onderzoeksmethode. Een belangrijk deel van de cursus geeft een theoretische overzicht van de lokalisatietheorieën voor de verschillende economische sectoren. Eerst komen de klassieke theorieën aan bod, daarbij aansluitend wordt kort ingegaan op de hedendaagse interpretatie. Via de klassieke theorieën (onder andere Von Thünen, Weber, Christaller, Alonso-Muth) verwerven de studenten de basisconcepten om de ruimtelijke dimensie van economische processen te beschrijven en de methoden om tot een verklaring te komen. In het volgende deel wordt aandacht besteed aan topics uit de stadsgeografie en de stedelijke economie : de klassieke stadsmodellen, theorie over agglomeratie voor- en nadelen. Aansluitend bij dit deel is er een eendaagse excursie (Londen of Parijs) met zelfstudiepakket. De cursus eindigt met een inleiding tot de klassieke regionaal-economische theorieën (Perroux, Myrdal, Centrum-Periferie).
De tweede helft van de cursus bestaat uit een seminarie (naar keuze industrievestiging of stadsproject). Hierin maken de studenten een wetenschappelijke paper rond een probleemstelling die aansluit bij de theoretische cursus. Vertrekkende uit het formuleren van een onderzoeksvraag, gebruiken ze een geschikte methode om in het besluit tot een gefundeerd antwoord te komen. De inhoud van de paper wordt gepresenteerd en verdedigd voor de groep studenten.
4. Werkvormen Contactmomenten: HoorcollegesSeminaries Eigen werk: Casussen: IndividueelCasussen: In groep Excursie
5. Evaluatievormen Examen: Mondeling met schriftelijke voorbereidingGesloten boekOpen vragen Schriftelijk werkstuk: met mondelinge toelichting Presentatie
6. Noodzakelijk studiemateriaal Cursustekst met inbegrip van zelfstudiepakket ter voorbereiding van de excursie. VERHETSEL A. (2004), Economische aardrijkskunde, Antwerpen, Universitas. Figuren en kaarten zijn in kleur ter beschikking op Blackboard. Video's gebruikt in de les. De excursie is VERPLICHT en maakt integraal deel uit van de leerinhoud.
7. Facultatief studiemateriaal
8. Studiebegeleiding
laatste aanpassing: laatste aanpassing: 05/06/2007 09:22 ann.verhetsel
|
|
|