Management van een organisatie
|
|
|
| Academiejaar: | 2007-2008 | | Code opleidingsonderdeel: | 1MBMW-K-030 | | Semester: | 1e semester | | Studiepunten: | 6 | | Uren Studietijd: | 168 | | Uren theorie: | 45,00 | | Uren praktijk: | | | Uren andere: | 15,00 | | Deeltijds programma: | 1 | | Titularis(sen) | Nathalie Vallet
| | Taal waarin de cursus wordt gedoceerd: | Nederlands | | Info semesterexamen: | verplicht semesterexamen in januari | | Info contractrestrictie: | |
1. Aanvangscompetenties (begintermen) *Algemene competenties
- Algemene interesse voor micro- en macro-economie
*Volgtijdelijkheid
2. Eindcompetenties (eindtermen)
- Basiskennis omtrent begrippen, methoden en instrumenten m.b.t. het management van een organisatie:
- Basisinzicht in de globale samenhang van het management van een organisatie;
- Basisvaardigheden in het (professioneel, methodisch en kritisch) aanwenden van deze kennis en inzichten bij de analyse van het management van organisaties;
- Basisvaardigheden voor de uitoefening van junior kaderfuncties (vb. bedrijfsrelevante informatie verzamelen, bedrijfsdocumenten doornemen, gerichte informatienetwerken uitbouwen, contacten leggen met managers, interviews afnemen, communiceren, verslagen opstellen, presenteren, zichzelf organiseren in functie van deadlines, …)
3. Inhoud
Partim 1:
In een eerste theoretisch deel staan we enerzijds stil bij de concrete betekenis van de begrippen management, manager en managementwetenschappen. Anderzijds overlopen we de verschillende managementfuncties (i.e. plannen, organiseren, leiden geven en controleren). Pér managementfunctie staan we stil bij de concrete betekenis, de hieruit voortvloeiende activiteiten en de hierbij gebruikte methoden en instrumenten. Daar waar aangewezen verwijzen we naar hedendaagse trends. We benadrukken ten slotte de onderlinge samenhang én de variante benaderingswijzen (vb. er bestaat niet één wijze/manier om te plannen, te organiseren, leiding te geven en te controleren). Partim 2 In een tweede praktijkgericht deel, dat deels parallel loopt met deel 1, passen de studenten de theoretische kennis systematisch toe in een bestaande/reële organisatie naar keuze. Toepassen impliceert dat ze de theorie gebruiken als “(analyse)bril” om naar de complexe werkelijkheid te kijken. Op deze wijze leren ze de complexe werkelijkheid te ordenen, te duiden, te benoemen en te begrijpen (cfr. een belangrijk aspect van hun latere job als leidinggevende of manager). Concreet neemt deze bril de vorm aan van een te realiseren SWOT analyse (Strenghts, Weaknesses, Opportunities en Threats). Bij voorkeur kiezen de studenten een organisatie die vanuit het oogpunt van hun opleiding (vb. informatica, of biomedische wetenschappen, of …) én van hun later carrièreperspectief (i.e. het “werkveld”) voldoende interessant en vooral relevant is.
4. Werkvormen Contactmomenten: Hoorcolleges
5. Evaluatievormen
6. Noodzakelijk studiemateriaal
- Tekstenbundel uitgedeeld tijdens de hoorcolleges
- Een samen met de studenten aangelegde “lexicon” (kwestie van een overzicht te behouden van alle concepten/begrippen die doorheen de hele cursus de revue passeren).
- Nota’s door de studenten genomen tijdens de hoorcolleges (deel 1) en tijdens de werksessies.
7. Facultatief studiemateriaal
8. Studiebegeleiding
laatste aanpassing: laatste aanpassing: 12/12/2007 11:01 annick.debroey
|
|
|