| Academiejaar: | 2007-2008 |
| Code opleidingsonderdeel: | SLO233 |
| Semester: | 1e semester |
| Studiepunten: | 3 |
| Uren Studietijd: | 84 |
| Uren theorie: | 18,00 |
| Uren praktijk: | |
| Uren andere: | 21,00 |
| Deeltijds programma: | |
| Titularis(sen) | Annie Pinxten
|
| Taal waarin de cursus wordt gedoceerd: | Nederlands |
| Info semesterexamen: | verplicht semesterexamen in januari |
| Info contractrestrictie: | |
1. Aanvangscompetenties (begintermen)
*Algemene competenties
Eindcompetenties van academische bacheloropleiding
Uitstekende domeinspecifieke kennis
Correct taalgebruik, zowel mondeling als schriftelijk
*Volgtijdelijkheid
2. Eindcompetenties (eindtermen)
Aansluitend bij de basiscompetenties van de leraar secundair onderwijs, zoals uitgeschreven door de Vlaamse Regering:
http://www.onderwijs.vlaanderen.be/nieuws/2007p/0420-basiscompetenties.htm
Er zal vooral gewerkt worden aan volgende competenties
Ø
Functioneel geheel 1
: de leraar als begeleider van leer- en ontwikkelingsprocessen
1.1
De beginsituatie van lerenden en leergroep bepalen
1.2
Doelstellingen kiezen en formuleren
1.3
De leerinhouden/leerervaringen selecteren
1.4
De leerinhouden/leerervaringen structureren en vertalen in opdrachten
1.5
Aangepaste werkvormen en groeperingsvormen bepalen
1.6
Individueel en in team leermiddelen kiezen en aanpassen
1.7
Realiseren van een adequate leeromgeving
1.8
Observatie en evaluatie voorbereiden
1.9
Proces en product evalueren
1.13
Leer- en ontwikkelingsprocessen opzetten vanuit een vakoverschrijdende invalshoek
Ø
Functioneel geheel 2
: de leraar als opvoeder
2.1
In overleg een positief leefklimaat creëren voor de lerenden in klasverband en op school
2.3 Door attitudevorming leerlingen op individuele ontplooiing en maatschappelijke participatie voorbereiden
2.4
Actuele maatschappelijke ontwikkelingen hanteren in een pedagogische context
2.6 Het fysieke en geestelijke welzijn van de leerlingen bevorderen
Ø
Functioneel geheel 3
: de leraar als inhoudelijk expert
3.1
Domeinspecifieke kennis en vaardigheden beheersen, verbreden en verdiepen
3.2
De verworven domeinspecifieke kennis en vaardigheid aanwenden
3.3
Het eigen vormingsaanbod situeren en integreren in het geheel van het onderwijsaanbod
Ø
Functioneel geheel 4
: de leraar als organisator
4.1
Een gestructureerd werkklimaat bevorderen
4.2
Een soepel en efficiënt les- en/of dagverloop creëren, passend in een tijdsplanning
4.3
Op correcte wijze administratieve taken uitvoeren
4.4
Een stimulerende en werkbare klasruimte creëren, rekening houdend met de veiligheid van de lerenden
Ø
Functioneel geheel 5
: de leraar als innovator - de leraar als onderzoeker
5.1
Vernieuwende elementen aanwenden en aanbrengen
5.2
Kennisnemen van resultaten van onderwijsonderzoek
5.3
Het eigen functioneren ter discussie stellen en bijsturen
Ø
Functioneel geheel 7
: de leraar als lid van een schoolteam
7.2
Binnen het team over een taakverdeling overleggen en deze naleven
7.3
De eigen pedagogische en didactische opdracht en aanpak in het team bespreekbaar maken
Ø
Functioneel geheel 9
: de leraar als lid van de onderwijsgemeenschap
9.1
Deelnemen aan het maatschappelijk debat over onderwijskundige thema's
9.2
Reflecteren over het beroep van de leraar en de plaats ervan in de samenleving
Ø
Functioneel geheel 10
: de leraar als cultuurparticipant
10.1
Actuele thema's en ontwikkelingen onderscheiden en kritisch benaderen rond het cultureel-wetenschappelijk domein.
Algemene doelstellingen
Kennis
De studenten kunnen:
-
de plaats van en de visie op het vak biologie in het secundair onderwijs omschrijven;
-
weergeven wat beoogd wordt met de vakspecifieke eindtermen en leerplannen biologie;
-
een eigen mening ontwikkelen omtrent de algemene doelstellingen van het biologieonderwijs in relatie tot de heersende opvattingen hierover;
-
de typische formele structuur van de biologie analyseren en beschrijven;
-
een geschikte instap voor een les biologie bepalen rekening houdend met de beginsituatie, de leerinhoud en de leerdoelen voor de betrokken les;
-
kunnen omschrijven welke elementen belangrijk zijn om op een didactisch verantwoorde manier een biologieles voor te bereiden en te geven en om hiervoor een krachtige onderwijsleeromgeving te creëren;
-
omschrijven hoe een vaklokaal biologie minimaal dient ingericht te worden;
-
aangeven wat de rol van taal is bij wetenschappelijke begripsvorming.
Vaardigheden
De studenten kunnen:
- op een didactisch verantwoorde wijze een les biologie voorbereiden, waarbij aandacht
besteed wordt aan het:
-
verwerken van inzichten vanuit leertheoretisch oogpunt doorheen de diverse lesfasen,
-
inschatten van de beginsituatie,
-
uitschrijven van operationele doelstellingen,
-
kiezen van leerinhouden,
-
aansluiten bij de actualiteit en de leefwereld van de leerlingen,
-
uitwerken van een geschikte instap rekening houdend met de beginsituatie, de leerinhoud en de leerdoelen van de betrokken les,
-
hanteren van een didactisch verantwoorde opbouw,
-
kiezen van geschikte vakdidactische werkvormen, concepten en leermiddelen in functie van de fase in het leerproces,
-
uitwerken van de gekozen vakdidactische werkvormen en concepten,
-
(eventueel) verantwoord integreren van ICT en nieuwe media,
-
kiezen van geschikte evaluatievormen in functie van de vooropgestelde doelstellingen.
- reflecteren over de praktijkervaring die ze opdoen en kunnen hun handelen en opvattingen op basis hiervan bijsturen
Attituden
De studenten ontwikkelen beslissingsvermogen (A1(*)), kritische ingesteldheid (A3), leergierigheid (A4), organisatievermogen (A5), zin voor samenwerking (A6), verantwoordelijkheidszin (A7), creatieve gerichtheid (A8), flexibiliteit (A9) en een gerichtheid op adequaat en correct taalgebruik en communicatie (A10).
(*): attitudes vanuit de basiscompetenties van de leraar.
3. Inhoud
De basismodule Didactiek Natuurwetenschappen en de uitbreidingsmodule Vakdidactiek biologie vormen één geheel. Hierbij wordt, vanuit een spiraalvormige ordening van leerinhouden, gewerkt aan de nodige competenties om op een didactisch verantwoorde wijze een les biologie voor te bereiden en te geven. Vandaar dat sommige competenties, alsmede de inhouden die daaraan gekoppeld worden, aan bod komen in beide modules. De uitbreidingsmodule zorgt echter voor de nodige verdieping en verbreding binnen de specifieke vakdidactiek.
Leren wordt hierbij gezien als een
actief constructieproces door de leerlingen waarbij nieuwe informatie wordt gekoppeld aan reeds verworven kennis (voorkennis) en waarbij leerlingen worden gestimuleerd deze voorkennis uit te breiden door probleemstellend onderwijs.
De implicaties van deze visie voor het onderwijs van biologie en natuurwetenschappen loopt als een rode draad doorheen de diverse onderdelen van de cursus.
De volgende topics komen onder meer aan bod:
1. De plaats van het vak biologie binnen het Vlaamse secundair onderwijs.
2. Verschillende visies op het biologieonderwijs. De verschillende doelstellingen met verwijzing naar vakgebonden eindtermen en leerplannen Biologie.
3. De operationalisering van de doelstellingen in de klaspraktijk via de keuze en ordening van leerstof, met inbegrip van de problematiek van de jaarplanning. In deze context zal tevens informatie gegeven worden over bestaande leerboeken biologie en wordt gezocht naar criteria voor het beoordelen van leerboeken.
4. De analyse van de formele structuur van de biologie (conceptuele structuur, biologische generalisaties en benaderingswijzen typisch voor de biologie), die de basis vormt voor leerstofanalyse en lesopbouw, samen met onderwijspsychologische elementen uit de algemene onderwijskunde.
5. Analyse van de beginsituatie van de leerlingen in hun relatie tot het vak Biologie en vakoverschrijdend (voorkennis, sociale en motivationele factoren), differentiatie en motivatie van leerlingen
6. Kiezen van de juiste instap
7. Keuze van werkvormen op grond van de fase van het leerproces. Naast de klassieke werkvormen (reeds behandeld in de basismodule) wordt vooral de nadruk gelegd op vakspecifieke didactische werkvormen (demonstratie- en leerlingenpractica, excursies en veldbiologische technieken,…). Hierbij wordt ook aandacht besteed aan de veiligheid van de leerlingen.
8. Didactische hulpmiddelen typisch voor het biologieonderwijs (bronnen voor het construeren en stofferen van biologielessen, organisatie van vaklokaal, leermiddelen)
9.
Biologie en vakoverschrijdende eindtermen.
10. Het gebruik en de functie van AV-media en ICT binnen het biologie onderwijs.
11. De rol van taal in de wetenschappelijke begripsvorming
Aangezien het ontwikkelen van vaardigheden één van de belangrijkste doelstellingen van de cursus is, wordt tijdens de lessen van de studenten een actieve inbreng verwacht: leesopdrachten voor thuis, werken aan opdrachten in kleinere groepen, vaardigheidsoefeningen, oefeningensessies, deelname aan groepsdiscussies,…. Omdat aanwezigheid tijdens de lessen vereist is, is het niet mogelijk om voor dit opleidingsonderdeel in te schrijven onder de vorm van een examencontract.
4. Werkvormen
Contactmomenten: HoorcollegesOefeningensessiesWerkcollegesPracticaVaardigheidstrainingen
Eigen werk: Opdrachten:IndividueelOpdrachten:In groep
Excursie
5. Evaluatievormen
Examen: Schriftelijk zonder mondelinge toelichting
Permanente evaluatie: OefeningenOpdrachten
Portfolio: zonder mondelinge toelichting
6. Noodzakelijk studiemateriaal
Syllabus uitgedeeld tijdens de contactmomenten
7. Facultatief studiemateriaal
Handboeken Biologie voor het secundair onderwijs
8. Studiebegeleiding