Diversiteit van wieren, landplanten en schimmels
|
|
|
| Academiejaar: | 2007-2008 | | Code opleidingsonderdeel: | 2BBIO-12 | | Semester: | 2e semester | | Studiepunten: | 3 | | Uren Studietijd: | 84 | | Uren theorie: | 15,00 | | Uren praktijk: | 15,00 | | Uren andere: | | | Deeltijds programma: | 1/2 | | Titularis(sen) | Roland Caubergs Joannes Rammeloo Elmar Robbrecht
| | Taal waarin de cursus wordt gedoceerd: | Nederlands | | Info semesterexamen: | semesterexamen in juni | | Info contractrestrictie: | |
1. Aanvangscompetenties (begintermen) *Algemene competenties Het opleidingsonderdeel overzicht van de grote bouwplannen planten dient verworven te zijn. Basiskennis rond cladistische analyse en fylogenie is wenselijk.
*Volgtijdelijkheid Download volgtijdelijkheid
overzicht van de grote bouwplannen: planten
2. Eindcompetenties (eindtermen) De student heeft inzicht in de positie van de belangrijkste groep planten: de angiospermen. Hij/zij kent de controversie rond de oorsprong en de radiatie van de bloemplanten en kan ze op basis van de gevoerde argumentaties ontleden. Hij/zij heeft een overzicht van de diversiteit van schimmels en wieren. Hij/zij kan omgaan met de klassieke classificatie omgaan en met de argumentatie voor een nieuwe visie rond taxonomie. Hij/zij kan taxonomische inzichten toepassen bij determinaties.
3. Inhoud De cursus sluit aan bij de kennis rond de angiospermen waarmede in het opleidingsonderdeel overzicht van de grote bouwplanten planten 1e Ba afsluit. Door opzoekwerk wordt de student geconfronteerd met de beperktheid van de fossiele data en daaraan gekoppeld de diverse visies rond de onopgeloste vraag naar de oorsprong van de angiospermen. De fylogenetische benadering steunend op cladistische analyse gebaseerd op moleculair biologische gegevens en uitwendige kenmerken van recente soorten moet leiden tot een up-to-date visie rond de taxonomie. Hieraan worden begrippen als basale angiospermen en eudicotylen gekoppeld. Recente fossiele vondsten en hun betekenis voor de bepaling van de oorsprong van de bloemplanten. Een vergelijking tussen cladistische benadering en op fossiele gesteunde aanpak wordt uitgewerkt. Op basis van opzoekwerk worden een aantal geassocieerde aspecten aangesneden zoals de invloed van insecten op de radiatie van de angiospermen, de betekenis hierbij van de diverse klimaatswijzigingen, de impact van de continentendrift. Ter introductie en mede voor het leggen van een basis voor de meer gespecialiseerde opleidingsonderdelen in de Ma-jaren wordt de taxonomie van schimmels en wieren aangesneden.
4. Werkvormen Contactmomenten: Hoorcolleges Excursie
5. Evaluatievormen Examen: Mondeling zonder schriftelijke voorbereidingMeerkeuzevragen
6. Noodzakelijk studiemateriaal Een Nederlandstalige syllabus (te verkrijgen op de cususdienst)
7. Facultatief studiemateriaal Plant fossiles. Clael, Thomas. Boydell. Angiosperm Phylogeny and Evolution. Soltis, Soltis, Endress Chase. Palgrave
8. Studiebegeleiding
laatste aanpassing: laatste aanpassing: 27/03/2008 12:05 annelies.debruyn
|
|
|