Masterproef
|
|
|
1. Aanvangscompetenties (begintermen) *Algemene competenties De begintermen komen overeen met de eindtermen van het vierde jaar arts (master in de geneeskunde), afstudeerrichting huisartsgeneeskunde.
*Volgtijdelijkheid
2. Eindcompetenties (eindtermen) De masterproef sluit naadloos aan bij het globale concept om inter-actief leren en werken met elkaar te verweven. De masterproef is daarom een combinatie van het zich inwerken in de wetenschappelijke onderbouw en innovatie van het domein enerzijds, en het leren via kritische reflectie over het concrete klinische werk anderzijds.
3. Inhoud
Beide elementen uit de doelstellingen komen aan bod in de masterproef:
- het wetenschappelijk project (met een scriptie en een mondelinge verdediging): zelfstandig een onderzoeksvraag kunnen opstellen, uitwerken, en onderzoeken op een wetenschappelijke manier waarna ze kan geïmplementeerd worden in de concrete praktijk;
- een persoonlijk opleidingsportfolio waarin de hibo zijn leer- en werkactiviteiten documenteert en wetenschappelijk uitdiept.
4. Werkvormen
5. Evaluatievormen
6. Noodzakelijk studiemateriaal
7. Facultatief studiemateriaal
Het wetenschappelijk project zal begeleid worden door de promotor/copromotor, de coördinator en de praktijkopleider. Er is een uitgebreide instructiebundel beschikbaar voor de studenten. Er zullen opleidingsmodules aangeboden worden i.v.m. het uitvoeren van wetenschappelijk onderzoek (life sessies en online informatie op de webstek).
Voor het documenteren van zijn opleidingsportfolio kan de student beroep doen op: zijn stageboekje, online software om zijn portfolio te archiveren en uit te wisselen, procesbegeleiding door de coördinator, een uitgeschreven handleiding, ...
8. Studiebegeleiding procesbegeleiding door de coördinator
laatste aanpassing: laatste aanpassing: 12/06/2007 11:16 annick.debroey
|
|
|