Inleefstage
|
|
|
| Academiejaar: | 2007-2008 | | Code opleidingsonderdeel: | SLO500 | | Semester: | onbekend | | Studiepunten: | 3 | | Uren Studietijd: | 84 | | Uren theorie: | | | Uren praktijk: | 30,00 | | Uren andere: | 45,00 | | Deeltijds programma: | 2 | | Titularis(sen) | Elke Struyf
| | Taal waarin de cursus wordt gedoceerd: | Nederlands | | Info semesterexamen: | semesterexamen in juni | | Info contractrestrictie: | |
1. Aanvangscompetenties (begintermen) *Algemene competenties
- Eindcompetenties van een academische bacheloropleiding - Adequate taalvaardigheid * De student moet het opleidingsonderdeel Inleiding in de onderwijskunde afgewerkt hebben of gelijktijdig volgen met de inleefstage.
*Volgtijdelijkheid
2. Eindcompetenties (eindtermen)
De eindcompetenties sluiten aan bij de basiscompetenties (kenniselementen en vaardigheden en attitudes) van de leraar secundair onderwijs, zoals uitgeschreven door de Vlaamse Regering en gegroepeerd volgens 10 functionele gehelen (versie van 30/12/06). De basiscompetenties die prioritair aan bod komen tijdens de inleefstage horen bij de volgende functionele gehelen: 1. De leraar als begeleider van leer- en ontwikkelingsprocessen (basiscompetenties 1.1, 1.2, 1.3, 1.4, 1.5, 1.6, 1.7, 1.8, 1.9, 1.10, 1.11, 1.12, 1.13) 2. De leraar als opvoeder (basiscompetenties 2.1, 2.2, 2.3, 2.4, 2.5, 2.6, 2.7) 4. De leraar als organisator (basiscompetenties 4.1, 4.2, 4.3, 4.4) 6. De leraar als partner van de ouders of verzorgers (basiscompetenties 6.1, 6.2, 6.3, 6.4, 6.5) 7. De leraar als lid van een schoolteam (basiscompetenties 7.1, 7.2, 7.3, 7.4) De attitudes die prioritair aan bod komen, zijn A4 leergierigheid A5 organisatievermogen A7 verantwoordelijkheidszin
3. Inhoud
In deze vakbeschrijving worden alleen de belangrijkste principes beschreven. Voor meer gedetailleerde schikkingen verwijzen we naar de Wegwijzer Inleefstage, die bij het begin van het academiejaar beschikbaar zal zijn. Tijdens de inleefstage maken de studenten kennis met een breed spectrum van activiteiten, inherent aan het leraarsberoep. Naast observatie van het lesgeven (micro-niveau) gaat aandacht naar activiteiten op het niveau van de school (meso-niveau) en hoe de school als organisatie omgaat met richtlijnen van de overheid (macro-niveau). Wanneer de studenten lessen observeren, is de invalshoek niet zozeer die van de eigen discipline, maar ligt de klemtoon op het opmerken van de interactie tussen leraar en leerlingen, van de leefwereld van de adolescent, van het hanteren van activerende werkvormen, enz. Activiteiten op schoolniveau betreffen onder meer deelname aan vak(overschrijdend) overleg, toezicht op de speelplaats, bijwonen van een klassenraad of oudercontact, enz. De studenten bestuderen ook de schoolcontext via bv. het schoolwerkplan, het beleid dat de school voert inzake leerlingenbegeleiding, het participatiebeleid van de school, enz. en dit vanuit de decretale richtlijnen terzake. Studenten doorlopen hun inleefstage in minstens twee scholen, in minstens twee onderwijsvormen (aso/kso/tso/bso) en bij voorkeur in verschillende netten. De meerwaarde van de inleefstage ligt in de ervaringen die studenten opdoen in voor hen minder bekende onderwijs- en leersettings en waardoor ze hun blik verruimen. Studenten lopen daarom geen inleefstage in een school waar ze zelf onderwijs genoten.
4. Werkvormen
5. Evaluatievormen Portfolio: met mondelinge toelichting
6. Noodzakelijk studiemateriaal
Wegwijzer Inleefstage Opdrachtenboek Model van portfolio
7. Facultatief studiemateriaal
Fontys Lerarenopleiding: Bronnenboek bij Stagehandreiking. Suggesties voor opdrachten. Tilburg, Fontys Hogescholen Nederland, 2005.
8. Studiebegeleiding
Studenten kunnen terecht bij de onderwijskundigen en praktijkassistenten voor inhoudelijke vragen over of voor een gesprek m.b.t. dit opleidingsonderdeel. Voor organisatorische problemen kunnen ze terecht bij de stagecoördinator van de SLO.
laatste aanpassing: laatste aanpassing: 21/05/2007 15:40 marina.decombe
|
|
|