Start | Personen | Google | Route | Contact | AfdrukkenLogin 
Opleidingsonderdelen 2007-2008  
    

Theorie van de avant-garde
 
Academiejaar:2007-2008
Code opleidingsonderdeel:FLWTWM0050
Semester:2e semester
Studiepunten:6
Uren Studietijd:168
Uren theorie:30,00
Uren praktijk:15,00
Uren andere:
Deeltijds programma:1/2
Titularis(sen)Kurt Vanhoutte
Taal waarin de cursus wordt gedoceerd:Nederlands
Info semesterexamen:semesterexamen in juni
Info contractrestrictie:



1. Aanvangscompetenties (begintermen)
*Algemene competenties
nihil

*Volgtijdelijkheid





2. Eindcompetenties (eindtermen)
De student dient de theoretische posities omtrent de avant-garde van de 20e eeuw te bevragen vanuit de bijzonderheden van de kunstpraktijk. Aan het eind is hij in staat een hypothese te formuleren omtrent het bestaan van de actuele avant-garde.


3. Inhoud
De vraag naar de mogelijkheid van een avant-garde is vandaag de vraag naar de verhouding tussen theorie en praktijk van de kunst. De inzet is groot, zowel voor de artiest als voor de wetenschapper. Het antwoord van Roland Barthes laat alvast geen twijfel: ‘het object van de avant-garde is vandaag in wezen theoretisch: het zijn de posities (en hun vertoog) die vandaag avant-gardistisch zijn, niet per se de werken (...) de rol van de theorie is – actief – openbaren wat verleden is aan wat wij nog tegenwoordig achten: de theorie doet afsterven en het is op dit punt dat zij avant-garde is.’  We gaan na hoe we op dat punt zijn aanbeland door de bijzonderheden van de avant-gardistische praktijk in dialoog te brengen met de theorievorming van de twintigste eeuw. We toetsen meer bepaald de vitaliteit van de historische avant-garde (futurisme, Bauhaus, enzovoort) aan de latere ‘dood van de avant-garde’ (Peter Bürger) en overwegen tegen deze achtergrond de mogelijkheid van een neo-avant-garde in het theater. Leidraad vormt de argumentatie van Hal Foster, die stelt dat we na kunst-als-tekst in de jaren zeventig en kuns-als-simulacrum in de jaren tachtig getuige zijn van een ‘return of the real’ die kunst en kunsttheorie grondt in materiële lichamen en sites, identiteiten en gemeenschappen. Een belangrijk aandachtspunt is dan ook de actuele interesse in trauma als verschijning en methode van de avant-garde.



4. Werkvormen
Contactmomenten:
  • Hoorcolleges
  • Werkcolleges



  • 5. Evaluatievormen
    Examen:
  • Mondeling zonder schriftelijke voorbereiding

  • Schriftelijk werkstuk:
  • met mondelinge toelichting



  • 6. Noodzakelijk studiemateriaal



    7. Facultatief studiemateriaal
    Peter Bürger, Theory of the Avant-Garde. (Trans. Michael Shaw; foreword by Jochen Schulte-Sasse. Minneapolis: University of Minnesota Press, 1984).
    Hal Foster, The Return of the Real: The Avant-Garde at the End of the Century (Cambridge: MIT Press, 1996).




    8. Studiebegeleiding



    laatste aanpassing: laatste aanpassing: 04/06/2007 15:01 kurt.vanhoutte 



     
    Inhoudsverantwoordelijke(n) : Contacteer de faculteit van de opleiding