| Academiejaar: | 2007-2008 |
| Code opleidingsonderdeel: | FLWTWM0090 |
| Semester: | 1e semester |
| Studiepunten: | 6 |
| Uren Studietijd: | 168 |
| Uren theorie: | 30,00 |
| Uren praktijk: | 15,00 |
| Uren andere: | |
| Deeltijds programma: | 1/2 |
| Titularis(sen) | Tom Paulus
|
| Taal waarin de cursus wordt gedoceerd: | Nederlands |
| Info semesterexamen: | semesterexamen in juni |
| Info contractrestrictie: | |
1. Aanvangscompetenties (begintermen)
*Algemene competenties
algemene toelatingsvoorwaarden master
*Volgtijdelijkheid
2. Eindcompetenties (eindtermen)
In dit vak kijken we naar film als kunst en stellen we de vraag naar de waarde van film als kunst. De student wordt vertrouwd gemaakt met esthetica als filmtheoretische problematiek.
3. Inhoud
De vraag naar onze ervaring van film is er een die doorheen de (prille) geschiedenis van filmtheorie de klassieke conflicten heeft bepaald: tussen realisten en antirealisten, tussen een fenomenologische optiek en een Marxistisch of psychoanalytisch perspectief. In 1954 al schreef Robert Warshow dat elke theoretische opvatting (en met ‘theoretisch’ bedoelde hij toen zowel ‘sociologisch’ als ‘esthetisch/formalistisch’) voorbijgaat aan het fundamentele gegeven van film: de onmiddellijke ervaring. Ondertussen weten we nog steeds niet wat er precies gebeurt wanneer we naar een film kijken. Recent cognitief onderzoek beschouwt film in de eerste plaats als een ‘emotiemachine’ en buigt zich over de centrale rol van de emotionele respons bij onze ervaring van zowel narratieve als niet-narratieve film. In deze cursus zullen we onze ervaring van film vooral opnieuw bekijken als een kunstfilosofisch probleem, en de klassieke esthetica en doctrine toetsen aan het werk van drie recente filmmakers met verschillende culturele achtergrond: de Amerikanen Terrence Malick en Gus Van Sant, de Rus Alexandr Sokurov, en de Hong-Kong Chinees Wong Kar Wai. Onze aandacht zal daarbij vooral uitgaan naar die momenten in onze gekozen films die ons ‘subliem’ overkomen, waarbij we het sublieme begrijpen als wat een crisis in subjectiviteit opwekt door de gebruikelijke cognitieve relatie tussen subject en externe realiteit te verstoren, zowel in de film als bij de toeschouwer.
4. Werkvormen
Contactmomenten: Hoorcolleges
5. Evaluatievormen
Permanente evaluatie: Opdrachten
Presentatie
6. Noodzakelijk studiemateriaal
wekelijkse lectuur vermeld tijdens de les; studiemateriaal wordt beschikbaar gemaakt.
7. Facultatief studiemateriaal
André Bazin, What Is Cinema? (University of California Press, 1967).
Leo Bersani & Ulysse Dutoit, Forms of Being: Cinema, Aesthetics, Subjectivity (British Film Institute, 2004).
Stanley Cavell, The World Viewed: Reflections on the Ontology of Film (Harvard University Press, 1979).
Gerald Mast, Film/Cinema/Movie: A Theory of Experience (The University of Chicago Press, 1983).
Gilberto Perez, The Material Ghost: Films and Their Medium (The Johns Hopkins University Press, 1998).
V.F. Perkins, Film as Film: Understanding and Judging Movies (Penguin, 1972).
8. Studiebegeleiding
kantooruren