Syntaxis
|
|
|
| Academiejaar: | 2007-2008 | | Code opleidingsonderdeel: | FLWTKM0040 | | Semester: | 1e semester | | Studiepunten: | 6 | | Uren Studietijd: | 168 | | Uren theorie: | 30,00 | | Uren praktijk: | 15,00 | | Uren andere: | | | Deeltijds programma: | 1 | | Titularis(sen) | Frank Brisard
| | Taal waarin de cursus wordt gedoceerd: | Nederlands | | Info semesterexamen: | verplicht semesterexamen in januari | | Info contractrestrictie: | |
1. Aanvangscompetenties (begintermen) *Algemene competenties
Een degelijke achtergrondkennis van de syntaxis en semantiek van het Nederlands in het licht van de algemeen-taalkundige theorievorming. In de praktijk: de BA2-cursus ‘Nederlandse Taalkunde 4: Synchrone taalstudie’ met succes gevolgd hebben.
*Volgtijdelijkheid
2. Eindcompetenties (eindtermen)
Algemeen-taalkundige inzichten i.v.m. de syntactische en semantische organisatie van taal kunnen omzetten in de praktische analyse van Nederlands taalmateriaal, in de vorm van (beperkte) onderzoeksopdrachten.
3. Inhoud
Deze cursus bouwt verder op de inhouden aangeboden in de BA2-cursus ‘Nederlandse Taalkunde 4: Synchrone taalstudie’. Een aantal specifieke thema’s uit die cursus worden hier in de vorm van werk/onderzoeksopdrachten verder uitgediept. De basiskennis over de onderwerpen in kwestie zal telkens in een introductiecollege en/of op basis van een leesopdracht heropgefrist en aangevuld worden, de overige lessen zullen de vorm hebben van werkseminaries. De helft van de cursus gaat naar syntactische onderwerpen, de andere helft naar semantische. De keuze van specifieke onderwerpen kan variëren (o.m. in functie van het aantal studenten en hun specifieke belangstelling), maar o.m. de volgende thema’s kunnen aan bod komen: Voor het syntactische deel: (i) een corpusstudie naar de vorm en de functie van extrapositie (plaatsing van zinsdelen na de werkwoordelijke eindgroep) in het Nederlands; (ii) een corpusstudie naar het gebruik van (verschillende varianten van) het passief in het Nederlands; (iii) een conceptuele analyse van de status van bijwoorden t.o.v. adjectieven als woordsoorten in het Nederlands. Voor het semantische deel: (i) een analyse van de manier waarop tijdssituering in het Nederlands gebeurt (in het licht van algemeen-taalkundige theorieën over tijdsmarkering), geconcretiseerd in een corpusonderzoek naar de manier waarop tempusvormen en adverbiale vormen met elkaar interageren in de tijdssituering van een stand van zaken; (ii) een corpusonderzoek naar de semantische en grammaticale eigenschappen van attitudinele kwalificationele categorieën in het Nederlands.
4. Werkvormen Contactmomenten: HoorcollegesWerkcolleges Eigen werk: Opdrachten:Individueel
5. Evaluatievormen Permanente evaluatie: Opdrachten Debatexamen Presentatie
6. Noodzakelijk studiemateriaal Wordt ter beschikking gesteld tijdens de cursus.
7. Facultatief studiemateriaal Idem
8. Studiebegeleiding
laatste aanpassing: laatste aanpassing: 14/12/2007 17:32 annick.debroey
|
|
|