Taalplanning
|
|
|
| Academiejaar: | 2007-2008 | | Code opleidingsonderdeel: | FLWTKM0150 | | Semester: | 2e semester | | Studiepunten: | 6 | | Uren Studietijd: | 168 | | Uren theorie: | 30,00 | | Uren praktijk: | 15,00 | | Uren andere: | | | Deeltijds programma: | | | Titularis(sen) | Jürgen Jaspers Pol Cuvelier Reinhild Vandekerckhove
| | Taal waarin de cursus wordt gedoceerd: | Nederlands | | Info semesterexamen: | semesterexamen in juni | | Info contractrestrictie: | |
1. Aanvangscompetenties (begintermen) *Algemene competenties
Studenten moeten beschikken over een linguïstische basiskennis (geslaagd zijn voor Algemene Taalkunde en taalkunde-vakken uit de Bachelor-opleiding), kunnen zelfstandig wetenschappelijke literatuur verwerken en erover reflecteren. Studenten dienen interesse te hebben voor de verbanden tussen taal(kunde) en maatschappij.
*Volgtijdelijkheid
2. Eindcompetenties (eindtermen)
Wie dit vak volgt wordt uitgenodigd inzicht te verwerven in de interactie tussen talige praktijken en de perceptie van die praktijken, in de historisch-filosofische premissen die de hedendaagse (westerse) omgang met taalvariatie bepalen, en hoe deze de huidige Vlaamse context beïnvloeden in o.m. de media en het onderwijs. De student verwerft kennis over actuele problematieken rond taalplanning en talige (minderheids)rechten, in nationale en internationale contexten, en over de beleidsmatige omgang met taalvariatie in deze contexten. De student is in staat om één topic binnen dit domein verder uit te diepen a.d.h.v. literatuuronderzoek, de resultaten van dit onderzoek te interpreteren, en dit alles coherent te presenteren in een geschreven werkstuk.
3. Inhoud
In dit vak wordt bestudeerd hoe talige praktijken en percepties met elkaar interageren, en op welke manier percepties vorm geven aan taalpolitieke praktijk. Omdat praktijken en percepties beïnvloed worden door de omstandigheden waarin ze ontstaan, zal het nodig zijn om aandacht te besteden aan de wijdere socio-politieke, culturele en historische contexten waarin taalpolitieke keuzes worden gemaakt. De machtsverhoudingen in deze contexten zullen in de cursus aangegrepen worden ter denaturalisering van het prestige (of de inferieure status) van variëteiten, en als uitnodiging voor het ontwikkelen van een constructivistische blik op taal en taalgebruik. Specifieke onderwerpen die in dit perspectief zullen worden behandeld zijn: taalbeleid en minderheidsrechten in de natie-staat, de hiërarchisering van variëteiten, standaardisering en taalzuivering, de constructie en verspreiding van linguae francae, taalverandering en taalverlies, meertaligheid , moderniteit en romantiek. Cases die (o.m.) aan bod zullen komen zijn: Vlaanderen , België, Canada, Zuid-Afrika (Cuvelier), Suriname (Vandekerckhove) .
4. Werkvormen Contactmomenten: HoorcollegesSeminaries Eigen werk: Opdrachten:IndividueelScriptie: Individueel
5. Evaluatievormen Schriftelijk werkstuk: zonder mondelinge toelichting
6. Noodzakelijk studiemateriaal
Een lijst met studiemateriaal (artikelen) wordt bekendgemaakt tijdens de eerste les.
7. Facultatief studiemateriaal
8. Studiebegeleiding
De docent is beschikbaar voor en na het college. Op andere dagen kan via e-mail of telefoon een afspraak worden gemaakt. Studenten kunnen een voorlopige versie van hun werkstuk insturen en laten becommentariëren.
laatste aanpassing: laatste aanpassing: 14/12/2007 17:32 annick.debroey
|
|
|