Verbreding en verdieping didactiek wiskunde
|
|
|
| Academiejaar: | 2007-2008 | | Code opleidingsonderdeel: | SLO336 | | Semester: | 2e semester | | Studiepunten: | 3 | | Uren Studietijd: | 84 | | Uren theorie: | 18,00 | | Uren praktijk: | | | Uren andere: | 21,00 | | Deeltijds programma: | | | Titularis(sen) | Johan Deprez
| | Taal waarin de cursus wordt gedoceerd: | Nederlands | | Info semesterexamen: | verplicht semesterexamen in januari | | Info contractrestrictie: | |
1. Aanvangscompetenties (begintermen) *Algemene competenties Van de student wordt
verwacht dat hij minstens over de algemene eindcompetenties van een academische
Bacheloropleiding beschikt. Verder wordt van de student verwacht dat hij zowel
mondeling als schriftelijk vlot kan communiceren in correct Nederlands.
Op vakinhoudelijk vlak is
vereist dat de student voldoende competenties op het vlak van de wiskunde en
statistiek bezit, d.w.z. dat hij moet beschikken over een combinatie van
wiskundige en statistische kennis, vaardigheden en attitudes die hem in staat
stellen om op leerinhoudelijk vlak adequaat te functioneren als leraar wiskunde
in het secundair onderwijs. Voor studenten die niet in het bezit zijn van een
academisch Masterdiploma Wiskunde, Wiskunde-Informatica, Natuurkunde of
Burgerlijk Ingenieur (en ook niet ingeschreven zijn in een Masteropleiding die
tot een van deze diploma’s leidt) zal dit expliciet nagegaan worden.
We gaan er van uit dat de student de basismodule Didactiek Wiskunde (of
de basismodule Didactiek Wetenschappen of Informatica) gevolgd heeft
(of in hetzelfde semester volgt).
*Volgtijdelijkheid
2. Eindcompetenties (eindtermen) De eindcompetenties
sluiten aan bij de basiscompetenties (kenniselementen en vaardigheden
en
attitudes) van de leraar secundair onderwijs, zoals uitgeschreven door
de
Vlaamse Regering en gegroepeerd volgens 10 functionele gehelen (zie http://www.ond.vlaanderen.be/nieuws/2007p/files/0420-bijlage4.pdf). De
basiscompetenties die prioritair aan bod komen tijdens Didactiek
Wiskunde 1 horen bij de volgende functionele gehelen:
1.
De leraar als begeleider van leer- en ontwikkelingsprocessen (basiscompetenties
1.1 t.e.m. 1.13)
3. De leraar als
inhoudelijk expert (basiscompetenties 3.1, 3.2, 3.3)
4. De leraar als
organisator (basiscompetenties 4.1, 4.2, 4.3, 4.4)
5. De leraar als
innovator - de leraar als onderzoeker (basiscompetenties 5.1, 5.2, 5.3)
7. De leraar als lid van een schoolteam (basiscompetenties 7.2, 7.3, 7.4)
9. De leraar als lid van de
onderwijsgemeenschap (basiscompetenties 9.1, 9.2)
10. De leraar als cultuurparticipant (basiscompetentie 10.1 m.b.t. het cultureel-wetenschappelijke domein)
De attitudes die
prioritair aan bod komen, zijn
A1. beslissingsvermogen
A3. kritische ingesteldheid
A4. leergierigheid
A5. organisatievermogen
A8. flexibiliteit
Algemene doelstellingen
In dit opleidingsonderdeel
wordt een bijdrage geleverd aan de volgende doelstellingen. Sommige van deze
doelstellingen worden echter slechts volledig gerealiseerd in samenspel met
andere opleidingsonderdelen, met name de andere modules Didactiek Wiskunde, de Oefenlessen
en de Stages.
Kennis
De studenten kunnen
- het
vak wiskunde situeren in het geheel van het secundair onderwijs
- in
grote lijnen de leerinhouden en doelstellingen m.b.t. statistiek en meetkunde
beschrijven zoals die in de eindtermen, leerplannen en handboeken voorkomen en de
eindtermen m.b.t. statistiek en meetkunde verduidelijken met voorbeelden
- de eigenheid van statistiek t.o.v. wiskunde beschrijven
- de voornaamste bevindingen over het wiskundeonderwijs in Vlaanderen uit de internationale onderzoeken PISA en TIMSS weergeven
- voorbeelden geven van het gebruik van alternatieve evaluatievormen in het wiskundeonderwijs
- de eigenschappen van verschillende vlakke voorstellingen (centrale projectie, orthogonale en scheve parallelprojectie) van ruimtelijke situaties opnoemen en afleiden
- de heersende
opvattingen over goed wiskundeonderwijs in eigen woorden beschrijven
Vaardigheden:
De studenten kunnen
- een
goede wiskundeles voorbereiden: ze kunnen de beginsituatie van de leerlingen
achterhalen en rekening houden met de specificiteit van de leerlingen, ze
kunnen leerinhouden en doelstellingen kiezen op basis van de eindtermen en
leerplannen, ze kunnen de leerinhoud vanuit didactisch oogpunt analyseren, ze
hanteren een didactisch verantwoorde opbouw, ze weten leerlingen te motiveren,
ze zijn in staat om gepaste vragen te stellen, ze kunnen individuele en
groepsopdrachten voor de leerlingen formuleren, ze hanteren diverse werkvormen,
...
- leerlingen
evalueren: ze zijn in staat om een goede toets/examen op te stellen, om een
foutenanalyse te maken, feedback te geven aan leerlingen, ...
- in
hun onderwijs op een gestructureerde manier aandacht te besteden aan
het statistisch redeneren, meer bepaald het in rekening brengen van de
onvermijdelijke variabiliteit, het gebruiken van de context van de
data, ...
- een duidelijke vlakke voorstelling van ruimtelijke situaties maken
- het huidige meetkundeonderwijs in Vlaanderen relateren aan het meetkundeonderwijs in het verleden en in het buitenland
- in hun onderwijs op een gestructureerde manier aandacht besteden
aan het ontwikkelen van onderzoekscompetenties en probleemoplossende
vaardigheden
- alternatieve evaluatievormen gebruiken
- het
gebruik van ICT een wiskundeles integreren, met bijzondere aandacht
voor het gebruik van een grafische rekenmachine, computeralgebra en applets in lessen statistiek en meetkunde
- een (eenvoudig) wetenschappelijk artikel i.v.m. wiskundedidactiek lezen en de conclusies ervan integreren in hun onderwijspraktijk
- hun
mening omtrent goed wiskundeonderwijs verwoorden in relatie tot de heersende opvattingen
hierover, en daarbij een onderscheid maken naargelang van de doelgroep
Attitudes:
De studenten ontwikkelen
beslissingsvermogen, kritische ingesteldheid, leergierigheid,
organisatievermogen en flexibiliteit.
3. Inhoud Volgende topics worden behandeld:
- statistiekonderwijs in studierichtingen met weinig uren wiskunde, exemplarische behandeling a.d.h.v. het voorbeeld van de normale verdeling
- een lessenreeks consequent opbouwen vanuit de specificiteit van het statistisch redeneren, exemplarische behandeling a.d.h.v. het voorbeeld van betrouwbaarheidsintervallen
- kennismaking met wetenschappelijk onderzoek in wiskundedidactiek: b.v. misvattingen i.v.m. kansen
- PISA en TIMSS: internationale vergelijkende onderzoeken i.v.m. wiskundeonderwijs
- vlakke voorstellingen van ruimtelijke situaties
- meetkundeonderwijs in historisch en internationaal perspectief: exemplarische behandeling a.d.h.v. Kijkmeetkunde en Moderne Meetkunde
- het ontwikkelen van onderzoekscompetenties en probleemoplossende vaardigheden, het beoordelen van een onderzoeksverslag
4. Werkvormen Contactmomenten: Werkcolleges Eigen werk: Opdrachten:IndividueelOpdrachten:In groep
5. Evaluatievormen Examen: Mondeling met schriftelijke voorbereidingOpen boekOpen vragen Permanente evaluatie: Opdrachten
6. Noodzakelijk studiemateriaal De docent bezorgt de studenten kopies van slides, van teksten, ... tijdens de colleges en via Blackboard.
7. Facultatief studiemateriaal
8. Studiebegeleiding Studenten
kunnen terecht bij de docent en de praktijkassistente voor inhoudelijke
vragen over of voor een gesprek m.b.t. dit opleidingsonderdeel.
laatste aanpassing: laatste aanpassing: 06/07/2007 20:51 johan.deprez
|
|
|