Algemeen en Strategisch Management
|
|
|
| Academiejaar: | 2007-2008 | | Code opleidingsonderdeel: | FUR00055A0 | | Semester: | 1e semester | | Studiepunten: | 5 | | Uren Studietijd: | 140 | | Uren theorie: | 45,00 | | Uren praktijk: | | | Uren andere: | | | Deeltijds programma: | 1 | | Titularis(sen) | Bruno Verbergt
| | Taal waarin de cursus wordt gedoceerd: | Nederlands | | Info semesterexamen: | verplicht semesterexamen in januari | | Info contractrestrictie: | |
1. Aanvangscompetenties (begintermen) *Algemene competenties
Kennis: - algemene kennis van het kunst- en cultuurveld. Vaardigheden: - synthetisch verwerken van literatuur; toepassen van theoretische kaders op cases; vlot schrijven en presenteren van papers
*Volgtijdelijkheid
2. Eindcompetenties (eindtermen)
Kennis: - inzicht in het algemeen management en in de toepassingen ervan in culturele organisaties - inzicht in de belangrijkste aspecten van strategisch management en toepassingen ervan in culturele organisaties - inzicht in de belangrijkste aspecten van management van de organisatiecultuur (management van creativiteit, interculturaliteit, verandering, …) Vaardigheden: - analyseren van het management van culturele organisaties in functie van bestaande modellen uit de managementliteratuur - determineren van relevante interne gegevens en omgevingsfactoren in functie van aan te bevelen strategieën - na analyse in staat zijn verbetervoorstellen te formuleren op vlak van algemeen management, strategisch management en management van de organisatiecultuur
3. Inhoud
Dit vak biedt een overzicht van de belangrijkste managementbegrippen – gecentreerd volgens het klassieke managementproces: plannen-organiseren-leiden-controleren – en staat stil bij enkele toonaangevende theorieën en modellen van strategisch management. Aanvullend wordt stilgestaan bij het managen van de organisatiecultuur en bij cultuurspecifieke aspecten in ondernemingen en organisaties. De overzichten zijn vrij generiek: zij geven een inzicht in algemeen management dat toegepast wordt in zowel profit- als non-profit organisaties en omgevingen. Zij worden aangevuld met specifieke literatuur en gevallenstudies uit het culturele veld. De studenten worden met behulp van enkele voorbeelden en oefensessies uitgenodigd om zelf op zoek te gaan naar toepassingen in de culturele sector; deze worden besproken in groepsverband en op het examen. Er wordt op die manier gestreefd naar een optimale balans tussen theorie, methoden en toepassingen en praktijk. De theorie wordt hoofdzakelijk voorbereid door voorafgaande lectuur van managementhandboeken en toegelicht tijdens interactieve hoorcolleges. Geregeld worden aan de hand van praktische oefeningen tijdens de colleges in groepjes cases of vraagstukken opgelost. Typische oefeningen zijn:
- simulatie van problemen van een raad van bestuur (managementspel deugdelijk bestuur),
- case rond beslissingen nemen
- sectoranalyse aan de hand van de concrete geschiedenis van een sector
- brainstorm- en SWOT-analyse-oefeningen.
4. Werkvormen Contactmomenten: Hoorcolleges Eigen werk: OefeningenOpdrachten:In groepCasussen: In groep
5. Evaluatievormen Schriftelijk werkstuk: met mondelinge toelichting Presentatie
6. Noodzakelijk studiemateriaal
Stephen P. ROBBINS & Mary COULTER, Management (7e editie), 2003, 598 blz. (Pearson Education Benelux) Giep HAGOORT, Art management. Entrepreneurial style (3e editie), 2003, 296 blz. (Eburon Publishers Delft)
7. Facultatief studiemateriaal
Michael PORTER, Concurrentievoordeel. De beste bedrijfsresultaten behalen en behouden, Antwerpen, Amsterdam, 2000 (oorspronkelijke titel: Competitive advantage, 1985) MINTZBERG, H. (1989/2004), Mintzberg over management: de wereld van onze organisaties, Antwerpen/Amsterdam, Business Contact, 400 blz.
8. Studiebegeleiding
Het gebruik van blackboard wordt sterk aanbevolen. Niet alleen worden daar de powerpoint-presentaties van de colleges ter beschikking gesteld, ook wordt het gebruik van het forum gestimuleerd.
laatste aanpassing: laatste aanpassing: 17/12/2007 11:53 annick.debroey
|
|
|