(Parallel) Programmeren
|
|
|
| Academiejaar: | 2007-2008 | | Code opleidingsonderdeel: | MCHE2002 | | Semester: | 2e semester | | Studiepunten: | 6 | | Uren Studietijd: | 168 | | Uren theorie: | 20,00 | | Uren praktijk: | 40,00 | | Uren andere: | | | Deeltijds programma: | 1/2 | | Titularis(sen) | Wouter Herrebout Christian Van Alsenoy Pierre Van Espen
| | Taal waarin de cursus wordt gedoceerd: | Nederlands | | Info semesterexamen: | semesterexamen in juni | | Info contractrestrictie: | |
1. Aanvangscompetenties (begintermen) *Algemene competenties
Het volgen van Wetenschappelijke rekenomgevingen in de bacheloropleiding chemie strekt tot aanbeveling, maar is niet noodzakelijk. De verschillende programmeeropdrachten sluiten aan bij de individuele interesse vande studenten
*Volgtijdelijkheid Download volgtijdelijkheid
2. Eindcompetenties (eindtermen)
De Master beheerst voldoende informaticatechnieken. De Master heeft computervaardigheid, heeft noties van programmeren, kent courante technieken voor numerieke analyse en heeft kennis van computerpakketten voor wetenschappelijke toepassingen De Master in de Chemie, optie “Onderzoek en Ontwikkeling - Structuur, Reactiviteit en Modelling”, heeft een breed overzicht verworven over experimentele en theoretische methodes/ technieken gebruikt bij de studie en simulatie van diverse modelsystemen, en is zich bewust van de randvoorwaarden waarbinnen de diverse methoden kunnen toegepast worden. De Master heeft inzicht in de mogelijkheden van een aantal courante en gevorderde simulatietechnieken die toelaten informatie over de structuur en samenstelling van diverse materialen te bekomen, is vertrouwd met de belangrijkste technieken gebruikt bij het modelleren van vaste stoffen, vloeistoffen of plasma’s en kan deze kennis toepassen op eenvoudige systemen, heeft inzicht in de belangrijkste methodologieën gebruikt bij de experimentele studie van individuele moleculen, clusters van moleculen, vaste stoffen of vloeistoffen, en is in staat om de gegevens bekomen met deze technieken te analyseren en te interpreteren, beschikt over voldoende wiskundige en natuurkundige bagage om wetenschappelijke publicaties rond toegepaste wiskunde en fysica te begrijpen, is in staat om eenvoudige systemen te beschrijven met behulp van courante, wiskundige en fysische modellen, en is in staat om deze modellen te implementeren via computersimulaties.
3. Inhoud In een eerste, relatief beperkt gedeelte, worden de basisbegrippen van programmeren in Fortran en c/c++ behandeld, en worden de basibegrippen van parallel programmeren (openMP voor Shared Memory systemen, en MPI voor Distributed Memory systemen) toegelicht. Na deze toelichting worden verschillende programmeeropdrachten uitgewerkt en toegelicht.
4. Werkvormen Contactmomenten: HoorcollegesOefeningensessies Eigen werk: OefeningenOpdrachten:IndividueelOpdrachten:In groep Begeleide zelfstudie (eventueel met responsiecolleges) Portfolio Projectwerk:Individueel Projectwerk:In groep
5. Evaluatievormen Permanente evaluatie: OefeningenOpdrachten Schriftelijk werkstuk: met mondelinge toelichting Portfolio: met mondelinge toelichting
6. Noodzakelijk studiemateriaal wordt ter beschikking gesteld
7. Facultatief studiemateriaal informatie wordt tger beschikking gesteld en is, indien nodig, ter beschikking in het studielandschap
8. Studiebegeleiding Tijdens de verschillende programmeeropdrachten kunnen de studenten terecht bij de betrokken titularis(sen)
laatste aanpassing: laatste aanpassing: 20/03/2009 16:39 annick.debroey
|
|
|