Leer- en denkprocessen bevorderen
|
|
|
| Academiejaar: | 2007-2008 | | Code opleidingsonderdeel: | SLO305 | | Semester: | 1e semester | | Studiepunten: | 3 | | Uren Studietijd: | 84 | | Uren theorie: | 18,00 | | Uren praktijk: | | | Uren andere: | 21,00 | | Deeltijds programma: | | | Titularis(sen) | Peter Van Petegem
| | Taal waarin de cursus wordt gedoceerd: | Nederlands | | Info semesterexamen: | verplicht semesterexamen in januari | | Info contractrestrictie: | |
1. Aanvangscompetenties (begintermen) *Algemene competenties Geen specifieke voorkennis vereist
*Volgtijdelijkheid
Algemene doelstellingen
Kennis
De studenten - kunnen de kenmerken van leren volgens de constructivistische visie beschrijven - kunnen factoren benoemen die het leren bevorderen, resp. belemmeren - kunnen de kenmerken van de ‘moderne professional’ vertalen naar gewenste kenmerken van leren - kunnen de diverse leerfactoren (leerverwachting, inzetbereidheid, bekwaamheid, leermogelijkheid) opnoemen - kunnen de componenten van vaardig leren beschrijven - kunnen de begrippen leeractiviteit, leerfunctie en leerstijl omschrijven - hebben inzicht in de leerstijltheorieën van D.Kolb en J.Vermunt - kunnen de samenhang tussen leerstijl en doceerstijl illustreren - kunnen diverse vormen van zelfwerkzaamheid onderscheiden (zelfstandig werken, zelfstandig samenwerken, zelfstandig leren, zelfverantwoordelijk leren) - kennen diverse modellen die kenmerken van leren als uitgangspunt hanteren (het ladekastmodel, ontwikkelend onderwijs, metacognitieve instructie, VAARDIG-model) - kennen de eindtermen ‘leren leren’ (en de uitgangspunten) voor de diverse graden van het secundair onderwijs - kunnen de verschillende fasen bij probleemoplossend denken opnoemen - kunnen diverse aspecten onderscheiden die bij de implementatie van de eindtermen ‘leren leren’ een rol spelen Vaardigheden De studenten - kunnen didactische consequenties koppelen aan de factoren die leren bevorderen, resp. belemmeren - kunnen een aantal didactische consequenties afleiden uit de kenmerken van leren volgens de constructivistische visie - kunnen didactische conclusies afleiden uit de kenmerken van de ‘moderne professional’ en de daaraan gekoppelde kenmerken van leren - kunnen didactische conclusies afleiden uit de diverse leerfactoren - kunnen didactische consequenties afleiden uit de componenten van vaardig leren - kunnen hun eigen leerstijl bepalen aan de hand van de onderzoeksinstrumenten van Kolb en Vermunt - kunnen hun eigen doceerstijl bepalen aan de hand van de Inventaris DoceerStijlen - kunnen op, basis van inzicht in de eigen leer- en doceerstijl, conclusies formuleren voor het eigen lesgedrag - kunnen didactische werkvormen kiezen in functie van de gewenste mate van zelfstandig leren van leerlingen (leerkrachtsturing, gedeelde sturing, zelfsturing) - kunnen een les(voorbereiding) kritisch analyseren en/of opstellen aan de hand van een zelf gekozen didactisch-leerpsychologisch model - kunnen de eindtermen ‘leren leren’ voor het secundair onderwijs verbinden met begrippen uit de constructivistische visie op leren - kunnen didactische conclusies afleiden uit de kenmerken van probleemoplossend denken - kunnen een ontwerp maken voor een les waarin probleemoplossend denken gestimuleerd wordt - kunnen een kritische beoordeling formuleren bij een door een schoolteam gepresenteerde leerlijn ‘leren leren’, onder meer op basis van de belangrijke aspecten die een rol spelen bij de implementatie van vernieuwing op school Attitudes De studenten ontwikkelen een kritische instelling tegenover de eigen opvattingen over leren. De studenten ontwikkelen een passie voor het eigen leren en het leren van leerlingen.
2. Eindcompetenties (eindtermen) Aansluitend bij de basiscompetenties van de leraar secundair onderwijs, zoals uitgeschreven door de Vlaamse regering: Typefunctie 1: De leraar als begeleider van leer- en ontwikkelingsprocessen 1.1. De beginsituatie van de leerlingen en de leerlingengroep achterhalen 1.5 Een aangepaste methodische aanpak en groeperingvormen bepalen 1.7 Realiseren van een krachtige leeromgeving 1.10 Leer‑ en ontwikkelingsprocessen vanuit een vakoverstijgende invalshoek opzetten Typefunctie 3: De leraar als inhoudelijk expert 3.1 Basiskennis beheersen en recente evoluties in verband met inhouden en vaardigheden uit de leergebieden/vakgebieden volgen en bevragen 3.3 Het eigen vormingsaanbod situeren en integreren in het geheel van het onderwijsaanbod Typefunctie 5: De leraar als innovator – de leraar als onderzoeker 5.1 Vernieuwende elementen aanwenden en aanbrengen 5.2 Kennisnemen van de resultaten van onderwijsonderzoek 5.3 Het eigen functioneren kunnen bevragen en bijsturen Attitudes: A5 Kritische ingesteldheid A6 Leergierigheid
3. Inhoud Volgende topics worden behandeld 1. Didactische toepassingen van diverse ‘oudere’ leertheorieën Het eigen leren Kenmerken van leren (vlgs. de constructivistische visie) en didactische consequenties hiervan Leerfactoren De moderne professional (vlgs. Kaldeway) 2. Componenten van vaardig leren (kennisbestand, zoekstrategieën, metacognitieve kennis en vaardigheden, affectieve component) De concepten leertaak, leeractiviteit, leerfunctie, leerstijl De leerstijlentheorie van David Kolb De leerstijlentheorie van Jan Vermunt Instrument ILS (Inventaris Leerstijlen) 3. Didactische modellen die leerpsychologische kenmerken als uitgangspunt hanteren: - Ladekastmodel (Crasborn & Henissen) - Ontwikkelend onderwijs (Van Parreren) - Metacognitieve instructie (Simons) - VAARDIG-model (Korthagen) Instrument IDS (Inventaris DoceerStijlen) 4. De samenhang tussen leerstijl en doceerstijl en de didactische consequenties hiervan De krachtlijnen bij de eindtermen ‘leren leren’ voor het secundair onderwijs Overzicht van de eindtermen ‘leren leren’ voor het secundair onderwijs De constructivistische vise op leren als grondslag voor de eindtermen ‘leren leren’ 5. De implementatie van ‘leren leren’ op schoolniveau: - een conceptueel kader - visie, innovatievermogen, innovatiestrategie 6. Presentatie door een schoolteam (onderwerp: implementatie van ‘leren leren’ op schoolniveau) gevolgd door een kritische bespreking 7. Probleemoplossend denken: - Kenmerken van een ‘probleem’ - Soorten problemen - Probleemoplossend denken o Overzicht van onderzoeksgegevens o Didactische begeleiding van probleemoplossend denken
4. Werkvormen Contactmomenten: HoorcollegesOefeningensessiesWerkcolleges Eigen werk: Opdrachten:IndividueelOpdrachten:In groep
5. Evaluatievormen Portfolio: zonder mondelinge toelichting
6. Noodzakelijk studiemateriaal Per sessie: - werkbundel met opdrachten - uitgebreide cursusinhoud (theoretische toelichting, doorverwijzing naar achtergrondliteratuur en interessante websites)
7. Facultatief studiemateriaal
8. Studiebegeleiding
laatste aanpassing: laatste aanpassing: 01/10/2007 11:07 marina.decombe
|
|
|