Personen | Personen nieuwe site | Google | Route | Contact Login 
Opleidingsonderdelen  
    
Toelatingsvoorwaarden
Rechtstreeks: academische bachelor in de sociologie, de communicatiewetenschappen, de politieke wetenschappen en de sociaal-economische wetenschappen

Mits voorbereidingsprogramma: andere academische bachelors

Mits schakelprogramma: professionele bachelor in het sociaal of het maatschappelijk werk
Doelstellingen - eindtermen
A. Grondige kennis hebben van hedendaagse maatschappelijke problemen, de achterliggende theorieën en hun beleidscontext. Ook bezit de master een verfijnde kennis van de analysemethoden om zowel de maatschappelijke problemen als het beleid dat daar rond gevoerd wordt te onderzoeken. De master beseft bovendien dat deze problemen en de oplossingen ervoor ingebed liggen in een geschiedenis, een internationale context en een ideologisch kader, want de master heeft kennis van de bestaande, wetenschappelijke en maatschapplijke, discussies ter zake, zowel nationaal als internationaal.
 
De toekomstige masters leren deze kenniscompetenties ook omzetten in de praktijk, wat hen uiteindelijk brengt tot volgende vaardigheidscompetenties:
 
B. Maatschappelijke probleemdefinities helder uiteenzetten in sociologische termen, vertalen in sociologische onderzoeksvragen, er hypothesen uit afleiden en deze grondig theoretisch onderbouwen; snel en efficiënt relevante sociologische literatuur over een bepaald thema opsporen en synthetiseren; vertrekkend van een probleemstelling een geschikte sociologische methode uitkiezen; gesofisticeerde kwalitatieve en kwantitatieve data kunnen, verwerken, analyseren en kritisch duiden; de onderzoeksbevindingen helder schriftelijk en mondeling rapporteren, en dit op masterniveau, dat wil zeggen zo veel als mogelijk publiceerbaar in een wetenschappelijk tijdschrift; actief deelnemen aan wetenschappelijke bijeenkomsten door middel van mondelinge en schriftelijke tussenkomsten.
 
C. Algemene academische vaardigheden (zoals logisch redeneren, een gepaste onderzoeksdistantie aannemen, analytisch denken en argumenteren) vlot toepassen in eender welke organisatiecontext; snel en doelmatig data kunnen verzamelen en synthetiseren met het oog op te nemen beslissingen binnen de organisatie waar men werkt; een heldere voorstelling schetsen van verschillende opties waartussen een organisatie in verandering kan kiezen;
 
D. Een expertenoordeel vormen over latente maatschappelijke en organisationele problemen en beleidsoplossingen waarmee de master plots geconfronteerd wordt. Oog hebben voor de verscheidenheid (en tegenstrijdigheid) van maatschappelijke en ethische standpunten en perspectieven, deze kritisch plaatsen en er een standpunt tegenover innemen; de resultaten van wetenschappelijk onderzoek vertalen in praktische beleidsaanbevelingen; de consequenties van beleidsbeslissingen inschatten en afwegen; de ethische dimensie van een maatschappelijk probleem onderscheiden en erover kunnen reflecteren en adviseren.
 
E. Efficiënt en aangenaam in groep werken en leiding geven. Daarbij open staan voor afwijkende meningen van anderen, en deze gepast kunnen aanvullen met de eigen inzichten.
 
F. Onderzoeksresultaten helder rapporteren en presenteren met behulp van hedendaagse technologische toepassingen. De rapportage en presentatie kunnen aanpassen aan het doelpubliek (academische wereld, beleidsmakers, veldwerkers, het brede publiek, …).
 
G. Beseffen en gepast kunnen omgaan met het feit dat onze samenleving is ingebed in een internationale context, zowel direct (de multiculturele samenleving bij ons, alsook regionalisering en Europeanisering) als indirect (de sociale en economische globaliseringseffecten op onze samenleving, maar ook op samenlevingen elders in de wereld).
Toegang tot verdere studies
Een masterdiploma geeft toegang tot master-na-masteropleidingen, afhankelijk van de specifieke toelatingsvoorwaarden voor een bepaalde master-na-masteropleiding.