Start | Personen | Google | Route | Contact | AfdrukkenLogin 
Opleidingsonderdelen  
    
Toelatingsvoorwaarden
Rechtstreeks: academische bachelor in de taal- en letterkunde
 
Mits voorbereidingsprogramma: academische bachelor in de geschiedenis (minor taal- en letterkunde), de wijsbegeerte (minor taal- en letterkunde) en andere academische bachelors.
Doelstellingen - eindtermen
Algemeen
Masters Taal- en Letterkunde kunnen onder de leiding van een ervaren onderzoeker met een hoge mate van zelfstandigheid onderzoek uitvoeren op een theoretisch en methodologisch verantwoorde wijze.
 
Heuristische basisvaardigheden
 
Masters Taal- en Letterkunde beschikken over volgende heuristische basisvaardigheden: 
  • ze zijn in staat om vakwetenschappelijke literatuur te verzamelen en te selecteren, en ook om – in functie van onderzoek – gegevens te verzamelen, te selecteren en te verwerken (primaire literatuur, documenten, corpora, enquêtes, enz., al naargelang hun onderzoeksdomein).
  • ze zijn in staat teksten en andere documenten te situeren in hun context (historisch, ideologisch, stilistisch), het type tekst of document te herkennen, en daarmee rekening te houden bij de interpretatie ervan.
  • ze zijn vertrouwd met de gangbare en actuele methodologische invalshoeken binnen hun onderzoeksdomein.
  • ze beschikken over de nodige kennis i.v.m. de literatuur en de publicatiegewoontes van hun vakgebied (tijdschriften, websites en andere digitale middelen, ...). 
Kennis
 
Masters Taal- en Letterkunde beschikken over de nodige achtergrondkennis om hun onderzoek te situeren binnen het eigen vakgebied en op een gefundeerde manier over de relevantie en originaliteit ervan te kunnen oordelen: 
  • ze zijn vertrouwd met de belangrijkste theorieën in het vakgebied, zowel actuele als minder actuele, en kunnen de basisnoties van hun onderzoeksdomein vlot hanteren.
  • ze zijn vertrouwd met de belangrijkste primaire literatuur binnen hun vakgebied (literaire teksten, teksten van linguïstische en andere auteurs).
  • ze zijn vertrouwd met de belangrijkste actueel relevante problemen binnen hun vakgebied.
  • ze kunnen het eigen vakgebied situeren t.o.v. andere relevante wetenschapsdomeinen (filosofie, psychologie, sociologie, geschiedenis, maar ook economische of “exacte” wetenschappen) en kunnen omgaan met de interactie tussen de verschillende wetenschapsdomeinen.
  • ze beschikken over basisinzichten in de structuur en het functioneren van de taal waarin ze hun masterproef schrijven en kunnen over de structuur en het gebruik van taal reflecteren. 
Communicatieve vaardigheden
 
Verder heeft een Master Taal- en Letterkunde de linguïstische en communicatieve vaardigheden verworven
  • om zowel mondeling als schriftelijk te kunnen rapporteren, met inbegrip van elektronische rapportage.
  • om argumentatieve teksten te schrijven en efficiënt aan discussies over zijn/haar vakdomein deel te nemen.
  • om een wetenschappelijke probleemstelling zo scherp en zo precies mogelijk te formuleren als uitgangspunt van het eigen onderzoek. 
Attitudes
 
Van de Master Taal- en Letterkunde wordt verder verwacht
  • dat hij/zij een behoorlijk analytisch-interpretatief vermogen heeft ontwikkeld.
  • dat hij/zij een kritische ingesteldheid heeft ten aanzien van het wetenschappelijke gehalte en de maatschappelijke relevantie van het eigen onderzoek.
  • dat hij/zij nieuwe ontwikkelingen binnen zijn/haar onderzoeksdomein en de relevante wetenschappelijke en culturele context actief maar kritisch opvolgt.
Tenslotte is ook kritische oriëntatie in de breed culturele, politieke en maatschappelijke context één van de na te streven competenties
Toegang tot verdere studies
Een masterdiploma geeft toegang tot master-na-masteropleidingen, afhankelijk van de specifieke toelatingsvoorwaarden voor een bepaalde master-na-masteropleiding.

ECTS-coördinator

Prof. dr. D. Vermandere, dieter.vermandere@ua.ac.be

Ms. L. Van Wallendael, linda.vanwallendael@ua.ac.be (admin)


 
Inhoudsverantwoordelijke(n) : Contacteer de faculteit van de opleiding