|
|
een diploma van het secundair onderwijs, van het hoger onderwijs, van het hoger onderwijs voor sociale promotie, met uitzondering van het Getuigschrift Pedagogische Bekwaamheid, of van een diploma of getuigschrift dat krachtens een wettelijke norm, een Europese richtlijn of een andere internationale overeenkomst als gelijkwaardig met één van de voorgaande diploma’s wordt erkend.
|
|
|
|
|
a. Wetenschappelijke competenties
1. De bachelor krijgt een wetenschappelijk gefundeerde opleiding in het domein van de toegepaste economische wetenschappen. Deze opleiding is er op gericht om inzicht te verschaffen in de huidige wetenschappelijke kennis ('state of the art') in dit domein. De opleiding is duidelijk en zichtbaar ondersteund door wetenschappelijk onderzoek.
- De beoogde wetenschappelijk onderbouwde kennis in het strikte vakgebied TEW omvat:
- Basisinzichten in de economie en de bedrijfseconomie: micro-economie, macro-economie, inleiding tot de diverse functionele domeinen in de bedrijfseconomie.
- Basisinzichten in de relevante wetenschappelijke methoden en technieken. Daarbij komen zowel kwantitatieve als kwalitatieve methoden aan bod.
- Een beperkte aanzet tot specialisatie.
2. Op het gebied van de toegepaste en technologische wetenschappen heeft de bachelor handelsingenieur een ruime basiskennis die hem moet toelaten zijn bedrijfseconomische inzichten te interpreteren en toe te passen in functie van technologische gegevens, vereisten en problemen.
3. Het universitair niveau vereist ook een sterke algemene vorming. Dit impliceert de studie van een aantal nevendisciplines uit de humane wetenschappen, de studie van het institutionele kader waarbinnen gewerkt wordt. Dit vereist ook een bevraging van de eigen wetenschap. Het resultaat hiervan is dat de bachelor in staat is de verschillende benaderingen van economische, bedrijfseconomische en technologische problemen te integreren en te synthetiseren, zowel binnen de eigen discipline, als interdisciplinair tussen diverse disciplines.
4. De bachelor heeft een voldoende brede wetenschappelijke basis verworven om een master 'Handelsingenieur' succesvol te starten en te beëindigen.
b. Beroepsgerichte competenties
1. De bachelor bezit een probleemgerichte attitude (de professionele habitus) die nodig is voor het ondernemen en aanpakken van problemen, voor het verkennen van oplossingsrichtingen, en voor het kiezen, ontwerpen, implementeren en evalueren van een beargumenteerde oplossing.
De bachelor is in staat om de wetenschappelijke inzichten en methoden kritisch toe te passen bij het beoordelen en ontwikkelen van bedrijfskundige, economische en technologische kennis, en bij het interveniëren (diagnosticeren, ontwerpen, veranderen en evalueren) in organisaties.
2. Hierbij is het niet de bedoeling om de student voor te bereiden op een zeer specifieke functie. In het licht van levenslang leren is de ontwikkeling van academische kernvaardigheden - zelfstandig analyseren / synthetiseren (redeneren), oordelen en communiceren - van groter belang dan de directe beroepsvoorbereidende waarde (op korte termijn) van de opleiding.
3. De bachelor bezit de vaardigheid om in minstens drie (economisch belangrijke) vreemde talen volgens de C1-norm van het Europese portfolio voor talen te communiceren, waarnaast evident ook de verwerving centraal staat van relevante communicatievormen en communicatiestrategieën in het Nederlands. Dat houdt in dat tegelijk andere vaardigheden worden ontwikkeld / verworven zoals: interpersoonlijke vaardigheden (presenteren, interviewen, vergaderen) en uitdrukking- en formuleervaardigheid.
4. De bachelor bezit een internationale (multiculturele) attitude.
5. De bachelor heeft de nodige voorkennis om deze (bedrijfs)economische kennis, vaardigheden en attituden via 'leersituaties' te organiseren voor volgende generaties of binnen een vormingsomgeving.
c. Maatschappelijke competenties
De bachelor verwerft inzichten op het vlak van algemeen maatschappelijke ontwikkelingen (mondialisering, duurzame ontwikkeling...), en nieuwe inzichten die resulteren uit bedrijfswetenschappelijk, en economisch en technologisch onderzoek, en op de relevantie ervan voor het dagelijkse werk. De bachelor is zich bovendien bewust van de wisselwerking die bestaat tussen maatschappelijke veranderingen en het functioneren van organisaties.
d. Beschouwelijke competenties
1. De bachelor heeft een onafhankelijke en kritische attitude waarbij de afgestudeerde onderkent in welke omstandigheden het belangrijk is onafhankelijk, rationeel en gedisciplineerd te denken en de durf en de kracht heeft om zijn/haar vermogens dan in te zetten.
2. Vanuit een historisch-wetenschappelijk perspectief reflecteert de bachelor op zijn positie in de samenleving.
- Vanuit een kritisch-wijsgerige reflectie bevraagt de bachelor zowel zichzelf als het politiek, sociaal en economisch systeem.
- Vanuit een ethisch-humane bekommernis komt hij op voor de minder bedeelden in de maatschappij. Vanuit een mondiaal-multicultureel gezichtspunt positioneert hij zichzelf in zijn leefwereld.
|
|
|
|
|
Een bachelor diploma geeft rechtstreeks toegang tot ten minste één masteropleiding.
|
|
|
|