1. Aanvangscompetenties (begintermen)
*Algemene competenties
- Toepassen van de beginselen van de historische kritiek.
- Voor Middeleeuwen, Nieuwe en Nieuwste Tijd: kennis van het heurisitisch apparaat en van de toepassing daarvan; basiskennis van de belanrijkste typebronnen en van het belang en de mogelijkheden daarvan.
*Volgtijdelijkheid
[Oefeningen middeleeuwen (FLWG002270) OF Oefeningen nieuwste tijd 1 (FLWG006000)] EN [Oefeningen nieuwe tijd (FLWG002810) OF Oefeningen nieuwste tijd 2 (FLWG002880)]
u wordt enkel toegelaten tot de bachelorscriptie indien u ten minste op één van de twee oefeningen (Oefeningen 1 in Ba 1 of Oefeningen 2 in Ba 2) 10/20 en op de andere ten minste 9/20 behaalde
2. Eindcompetenties (eindtermen)
De studenten kunnen de tijdens Bachelor 1 en 2 verworven historische competenties op een zelfstandige wijze toepassen en integreren, om over een duidelijk afgebakend historisch thema een publiceerbaar wetenschappelijk artikel te schrijven.
Zij kunnen mondeling rapporteren over hun werkwijze en onderzoeksresultaten en hierover op een constructieve wijze in discussie treden met hun medestudenten, die over vergelijkbare onderwerpen werken.
3. Inhoud
Voor de bachelorscriptie worden de studenten onderverdeeld in vier groepen, die elk rond verschillende perioden en verschillende thematieken werken. De concrete informatie (inhoud, structuur, fasering, enz.) wordt voor de vier verschillende groepen meegedeeld via Blackboard.
4. Werkvormen
Contactmomenten: Seminaries
Eigen werk: OefeningenOpdrachten:IndividueelScriptie: Individueel
Begeleide zelfstudie (eventueel met responsiecolleges)
5. Evaluatievormen
Schriftelijk werkstuk: met mondelinge toelichting
Presentatie
6. Noodzakelijk studiemateriaal
Voor elke bijeenkomst wordt verplichte lectuur opgegeven.
Bij de voorbereiding van de scriptie dienen de studenten zelf een heuristische strategie uit te werken.
7. Facultatief studiemateriaal
8. Studiebegeleiding
De studiebegeleiding gebeurt in de eerste plaats tijdens de voorziene contactmomenten en tijdens de spreekuren van de betrokken docenten. Studenten kunnen ook steeds terecht bij haar/hem of bij de titularis voor bijkomende individuele begeleiding.