Nieuwste tijd: politiek en instellingen
|
|
|
| Academiejaar: | 2008-2009 | | Code opleidingsonderdeel: | FLWG003300 | | Semester: | 1e semester | | Studiepunten: | 6 | | Uren Studietijd: | 168 | | Uren theorie: | 45,00 | | Uren praktijk: | | | Uren andere: | | | Deeltijds programma: | 1/2 | | Titularis(sen) | Marnix Beyen
| | Taal waarin de cursus wordt gedoceerd: | Nederlands | | Info semesterexamen: | examen in het 1ste semester | | Info contractrestrictie: | |
1. Aanvangscompetenties (begintermen) *Algemene competenties Geen specifieke competenties vereist
*Volgtijdelijkheid
2. Eindcompetenties (eindtermen) De studenten hebben inzicht in de ideologische grondslagen en de institutionele uitwerkingen van de grote politieke projecten uit de negentiende en twintigste eeuw. Zij zien de veelvormigheid van en de interdependentie tussen deze projecten in. Zij vermijden het te denken in ongenuanceerde tegenstellingen (zoals bijvoorbeeld die tussen links en rechts, conservatief en progressief) of alomvattende labels te gebruiken om zeer diverse stromingen mee aan te duiden. Door een beter inzicht in de geschiedenis kunnen de studenten zich ook beter oriënteren in de actuele wereldpolitiek. De studenten kunnen de inzichten die ze zelfstandig uit academische literatuur hebben geput zowel in mondelinge als in schriftelijke vorm presenteren.
3. Inhoud Deze cursus vertrekt vanuit de vaststelling dat zowat alle politieke stromingen en regimes van de negentiende en twintigste eeuw minstens een ding gemeenschappelijk hadden, dat hen onderscheidde van de meeste politieke regimes tijdens het ancien regime: zij beriepen zich er allen op dat zij de uitdrukking waren van de wil van 'het volk' of van 'de natie'. In die zin profileerden zij zich allen op de een of andere manier als 'democratisch', zelfs indien zij zich resoluut anti-parlementair opstelden. Een cruciaal onderscheid tussen deze regimes situeerde zich echter in de zeer uiteenlopende invullingen die zij aan begrippen als 'volk' en 'natie' gaven. Deze invulling kon meer of minder inclusief zijn - dat wil zeggen dat meer of minder leden van de bevolking effectief een aandeel kregen in de besluitvorming - en uitgaan van zeer verschillende criteria om leden van de natie te onderscheiden van niet-leden. Bovendien kon de mate variëren waarin men binnen de natie - die fundamenteel als een eenheid werd opgevat - een verscheidenheid aan visies of belangen tolereerde, of integendeel een steeds grotere homogenisering nastreefde. Vanuit dit perspectief worden in deze cursus de verschillende grote politieke projecten (liberalisme, socialisme, nationalisme, conservatisme, fascisme, de welvaartstaat .) van de negentiende en twintigste eeuw in en buiten Europa behandeld. Daarbij wordt telkens eerst aandacht besteed aan de theoretische en ideologische grondslagen, vervolgens aan de manier waarop deze een institutionele en een politiek-culturele vertaling kregen en aan de spanningen, de contradicties en de weerstanden die de confrontatie tussen theorie en praktijk teweeg bracht. Bij dit alles zullen behalve de verschillen ook de gelijkenissen en continuïteiten die zich tussen deze verschillende politieke systemen voordeden, ruimschoots aan bod komen.
4. Werkvormen Contactmomenten: Hoorcolleges Eigen werk: Opdrachten:Individueel
5. Evaluatievormen Examen: Mondeling met schriftelijke voorbereidingOpen boek Schriftelijk werkstuk: zonder mondelinge toelichting
6. Noodzakelijk studiemateriaal De docent stelt een beknopte syllabus ter beschikking via blackboard (met literatuurverwijzingen). Daarnaast voorziet hij ook een reader met zowel primaire als secundaire literatuur over de besproken politieke systemen.
7. Facultatief studiemateriaal Wordt bij elk onderdeel van het college vermeld.
8. Studiebegeleiding
laatste aanpassing: laatste aanpassing: 01/06/2006 01:01 ecampus
|
|
|